Nieuwe start voor Luchtvaart College

Afgezien van Fokker gaat het prima met de Nederlandse luchtvaart. Schiphol groeit gestaag en de luchtvaartmaatschappijen kopen hun vliegtuigen op de groei. Het luchtvaartonderwijs blijft hierbij niet achter. Per 1 september ging het Nederlands Luchtvaart College van start in een nieuw gebouw in Hoofddorp. Het NLC is een bundeling van vier middelbare beroepsopleidingen voor de luchtvaart. In 1989 is het van start gegaan. Vanaf 1992 waren de opleidingen verspreid over drie plaatsen. De Anthony Fokkerschool in Den Haag verzorgde de opleiding vliegtuigonderhoud, luchtvaartlogistiek kwam in Amstelveen en vliegtuigbouw zat in een MTS in Amsterdam. Nieuw is de opleiding luchtvaartdienstverlening, voor stewardessen.

Het NLC is een forse school. Dit schooljaar zijn er zo'n 1500 leerlingen, volgend jaar worden er 1800 verwacht. Ongeveer 700 leerlingen, bijna allemaal jongens, volgen de opleiding vliegtuigonderhoud. Deze is verdeeld in een vierjarige opleiding tot vliegtuigtechnicus en een tweejarige opleiding tot vliegtuigmonteur. De eerste mag zelfstandig onderhoud verrichten aan vliegtuigen, systemen of motoren. Wie een diploma vliegtuigmonteur op zak heeft, mag alleen onder toezicht werken.

Het is niet de bedoeling dat het NLC kant en klaar onderhoudspersoneel aflevert, zo benadrukt directeur Brouwer. 'Wij geven een basisopleiding. Bij een luchtvaartmaatschappij krijgt een technicus of monteur een opleiding om aan een specifiek vliegtuigtype te mogen werken.'

Luchtvaartdienstverlening is in omvang de tweede opleiding van het NLC. Hierop zitten 530 leerlingen, het gros vrouwen. Dienstverlening leidt op tot de functie van stewardess voor een luchtvaartmaatschappij en voor dienstverlenende functies op de grond, zoals inchecken. De luchtvaartmaatschappijen zullen ook zelf een zekere opleidingscapaciteit in stand houden, om snel extra personeel te kunnen opleiden als daaraan behoefte is. De eis van een vwo-diploma vloeit daaruit voort.

Vrachtvervoer door de lucht leer je op de opleiding luchtvaartlogistiek. Hier zijn honderdtachtig leerlingen. Tot slot is er de opleiding vliegtuigbouw, die negentig leerlingen telt. Traditioneel komen de meeste mensen met een diploma vliegtuigbouw terecht bij Fokker.

Omdat de perspectieven van dit bedrijf weinig rooskleurig zijn, schenkt het NLC aandacht aan vakken die de leerlingen ook in andere bedrijven kansen bieden, vertelt Brouwer. De nadruk ligt hierbij op werken met kunststof. 'We moeten doen wat we kunnen om onze leerlingen een baan te geven. Als je bekend staat als een school die opleidt voor werkloosheid, dan kun je de deuren wel sluiten.'

Behalve de mbo-opleidingen verzorgt het NLC contractonderwijs voor bedrijven. Er liggen zo'n tweehonderd kant en klare cursussen op de plank, van brandbeveiliging tot dienstverlening en van vrachtvervoer tot omgang met gevaarlijke stoffen. In deze sector stromen de cursisten niet automatisch binnen. Het NLC moet concurreren met andere instellingen en bedrijven die contractonderwijs verzorgen.

Het bedrijfsleven is een belangrijke relatie van het NLC. Het onderwijs dient afgestemd te zijn op de eisen van bedrijven als KLM, Fokker en luchtvrachtondernemingen. Er vindt dan ook regelmatig overleg plaats over de inhoud van de vakken die specifiek op de luchtvaart zijn afgestemd. Uiteraard bieden de bedrijven stageplaatsen voor elk van de vier opleidingen.

Daarnaast levert het bedrijfsleven gastdocenten. Die kunnen de leerlingen wegwijs maken op gespecialiseerde terreinen, waar docenten in vaste dienst bij het NLC minder goed in thuis zijn. Ook kunnen in de luchtvaartbedrijven vaste docenten gevonden worden. Eenvoudig is dat echter niet, zegt Chris Brouwer. 'Lang niet alle vakmensen bezitten didactische kwaliteiten. Het vinden van docenten is niet eenvoudig. Maar dat is altijd al zo geweest.'

Het bedrijfsleven heeft de bouwkosten van de hangar betaald. Daar staan de vliegtuigen, motoren en andere onderdelen waaraan de leerlingen van de technische richtingen leren sleutelen. Daaronder bevindt zich menig oud gevechtsvliegtuig. Brouwer: 'Dat is niet omdat we zo militair gericht zijn. Deze toestellen zijn nu eenmaal klein, zodat ze makkelijk in de hangar passen. Voor een verkeersvliegtuig is hier geen ruimte.'

Het NLC is de enige school in zijn soort en de leerlingen komen uit het hele land. Het is de enige mbo-school met een eigen campus. Tegenover het schoolgebouw staan zes flats die elk plaatsbieden aan zestig leerlingen. De exploitatie is uitbesteed aan een Amstelveense stichting voor jongerenhuisvesting die soortgelijke faciliteiten voor studenten van de Vrije Universiteit beheert. Ook de twee restaurants hebben een zetbaas. Zo kan het NLC de volle aandacht schenken aan zijn kernactiviteit: de opleiding voor middelbare beroepen in de Nederlandse luchtvaart.