Nederlands Clusone Trio geeft de Chinese jazzwereld een nieuwe impul; De een wil McDonald's, de ander Bennink

Nederlandse jazzmusici traden onlangs op in de Chinese hoofdstad Peking voor een enthousiast publiek. Ook gaven ze er les aan 'heel hongerige mensen die alles wilden weten.'

PEKING, 16 NOV. “Het lijkt wel alsof alles in Nederland vooruitstrevend is”, zei een Chinees meisje na het concert van het Clusone Trio op het derde Jazz festival in de Chinese hoofdstad Peking. Het optreden van de Nederlandse cellist Ernst Reyseger, slagwerker Han Bennink en Amerikaanse saxofonist Michael Moore vorige week sloeg in als een bom en het grotendeels Chinese publiek was er zeer over te spreken.

Het Clusone Trio speelde scherp, met veel energie en gedoseerde humor en het vakmanschap van het drietal was zo overtuigend dat hun optreden een van de hoogtepunten was van het zesdaagse festival. Volgens de Chinese jazz-saxofonist Liu Yuan is Clusone 'precies de inspiratie die de Chinese muziekscene zo nodig heeft.'

Bennink speelde als de beeldend kunstenaar die hij ook is, dan weer met dikke halen, dan weer fijn en precies. Reyseger verbaasde door hetgeen hij ook nu weer uit zijn instrument wist te halen en Moore omarmde de muzikale gekte met zijn beheerst klarinet- en saxofoongeluid. Dat is ook wat Reyseger in Peking hoopte te bereiken; “Ik wil graag denken dat onze manier van spelen of omgang van materiaal een vorm van flexibel denken propageert, een andere vorm van tolerantie.” Dat het geen overbodige wens is, bevestigt Robert van Kan, cultuur-attaché van de Nederlandse ambassade en mede-organisator van het festival. Hij vertelt dat onder de musici en het kunst-georiënteerde publiek in Peking grote behoefte bestaat aan 'nieuwe dingen'.

Van Kan weet wat leeft in het artistiek milieu in China. “Smaken zijn aan het veranderen hier, sommige mensen kiezen voor hamburgers van McDonalds, anderen willen Bennink. Je moet laten zien wat er bestaat.” Om die reden heeft de festivalorganisatie breed geprogrammeerd. Van de Franse fusion van trompettist Antoine Illouz, de swing van de Duitse NDR Bigband, de world-music van de Deen Palle Mikkelborg, tot de flamenco-jazz van de Spaanse groep van Chano Dominguez. Van Kan regelde de komst van het Clusone trio en zorgde daarmee voor de avant-gardistische inbreng op het festival.

“Jazz in China verkeert natuurlijk in een beginstadium, hoewel het festival met dertien bands uit binnen- en buitenland wel één van de grotere culturele activiteiten is in Peking. Maar naast de concerten organiseren wij een hele reeks masterclasses en die trekken een groot Chinees publiek,” aldus Van Kan. “Je merkt na ieder festival een enorme verbetering van het niveau.”

Ook Reyseger en Bennink hebben les gegeven, een ervaring die indruk heeft gemaakt. Bennink: “Ik heb alleen te maken gehad met hele hongerige mensen die alles wilden weten. Iemand vroeg mij: 'Ik ben Chinees, hoe kan ik dan jazzmuziek maken?' en een ander 'Hoe improviseer je?'. Ik antwoordde: 'Als je hier de straat oversteekt, is dat al improviseren. Het hier zijn met jullie is improviseren. Het dagelijkse leven is improviseren'. Dat leek moeilijk te begrijpen. De mensen imiteren graag, net als in Nederland overigens.”

Bennink heeft zijn publiek erop gewezen te putten uit de eigen culturele achtergrond. “Meegaan met een stroming is niet erg, dat hebben de groten uit de jazz in beginsel ook gedaan. Maar je moet wel duidelijk voor iets staan.”

Daarover hebben de leden van Clusone een uitgesproken mening. Zo heeft Reyseger zich voor zijn vertrek “te barsten geërgerd” aan de documentaire van de Amerikaanse violist Isaac Stern die begin jaren tachtig “op een voetstuk China werd binnen gedragen en zo ongeveer zei dat Chinezen onvoldoende gevoel zouden hebben voor klassieke muziek. Wat je zag was een Chinese violist die een bekend vioolconcert had ingestudeerd zonder westers referentiekader. Het leverde een hele droge, pure interpretatie op. Ik had nog nooit zoiets gehoord. Ik vond het prachtig. Het was beter geweest wanneer Stern de Chinese manier van uitvoeren had gerespecteerd, zonder commentaar, zonder er meteen aan te morrelen. Zodat het zijn eigen ontwikkeling had behouden.”

“Het is een groot vooroordeel”, zegt Liu Yuan, de Chinese saxofonist. Liu (35) is als zoon van een beroemde suona(fluit)-speler al van kind af met muziek bezig en werkte voordat hij zichzelf op z'n 25ste saxofoon leerde spelen in de Beijing song and dance group. Hij is vaste saxofonist in de band van de zeer populaire Cui Jian en was op het festival aanwezig met zijn eigen jazz-combo. Volgens Liu is het een kwestie van tijd: “In Japan bestaat ijzersterke jazz, daar heeft de muziek zich gevormd in een omgeving van vrijheid en tolerantie. In China zijn dergelijke voorwaarden lange tijd afwezig geweest, maar het komt weer terug.”

Hij gelooft ook niet dat het individualisme in de jazz in tegenspraak is met de collectivistische geest van de Chinese cultuur. “Het gaat om onderwijs. Je moet ook leren luisteren naar muziek en wij hebben in China nog maar weinig kansen gehad naar verschillende stijlen te luisteren.” Volgens Liu is jazz uitzonderlijk welkom in een land als China. “Jazz heeft zo'n emotionele invloed, ik denk dat de mensen er behoefte aan hebben. Deze muziek is eerlijk, je kunt mensen niet belazeren.”

Over het politiek klimaat en de invloed daarvan op Chinese kunstenaars wil Liu niet te veel zeggen. “China wordt steeds vrijer. We moeten daar gebruik van maken en niet zeuren over eventuele politieke problemen. Je moet je werk blijven doen en dat van anderen bevorderen, ervoor zorgen dat het geaccepteerd wordt en daar kan een jazz-festival bij helpen.” Het Clusone trio past in dat concept. Liu: “Ik vond het steengoed, ik heb nieuwe dingen gehoord en heb opnieuw bevestiging gekregen dat één bepaalde manier van muziek maken niet bestaat.”