'Ik word de president van alle Algerijnen'

ALGIERS, 16 NOV. Enthousiaste aanhangers dragen de Algerijnse presidentskandidaat sjeik Nahnah letterlijk op handen door de zaal in het sportcentrum Harcha in Algiers. Tienduizenden sympathisanten worden opgezweept door partijfiguren, religieuze leiders en een klein mannenkoor die elkaar op het podium aflossen. Als sjeik Nahnah (54) uiteindelijk het woord neemt, wordt het plotseling stil. Hij prevelt zijn gebed: “Bismillah, al-Rahim.. In de naam van Allah..” Dan wordt het kabaal hervat.

In het hoofdkwartier van Nahnahs gematigd-fundamentalistische partij Hamas - een Arabisch letterwoord dat staat voor 'beweging voor een islamitische maatschappij' - in de volkswijk Al-Madania in het centrum van Algiers valt het ontbreken van een sterke veiligheidsdienst op. De deur staat op een kier.

Nahnah steekt onmiddellijk van wal: “Ik zal de president zijn van àlle Algerijnen, dus ook de vader van de vrouw die geen sluier draagt en van de man in de cel. Wij staan garant voor de vrijheden en de rechten van alle burgers. Voor ons betekent samenleven iets heel concreets.”

De vraag of hij de verkoop van alcoholische dranken zou gaan verbieden, lacht hij besmuikt weg. “Natuurlijk niet. Wij willen niemand dwingen. En daarin verschillen wij radicaal van het (verboden, fundamentalistische) Front van Islamitische Redding (FIS). Wij hebben de grootste moeite met mensen die de vrouwen willen verplichten de hejab, de sluier, te dragen of met andere dictaten die de rol van de vrouw betreffen. Voor ons moeten de vrouwen als volwaardige burgers deelnemen aan een nationale verzoening en de oplossing van de economische crisis.”

De vorige verkiezingen, die van de jaarwisseling 91/92 die door het regime werden geannuleerd toen het FIS de overwinning dreigde te behalen, leverde Hamas maar 400.000 stemmen op en iedereen gaat ervan uit dat de huidige verkiezingen president Zéroual in zijn ambt zullen bevestigen. Maar: “Wij gaan deze verkiezingen winnen”, zegt Nahnah stralend.

“Als ik verkozen word, komen er wetgevende verkiezingen binnen zes maanden”, zegt Nahnah, “indien God het toelaat”. “President Liamine Zéroual heeft geprobeerd een dialoog met de oppositie te voeren en hij is daar niet in geslaagd. Wij willen een echte dialoog, niet een monoloog.”

Dat zegt ook Abdelhamid Mehri, de bejaarde algemeen-secretaris van het Nationaal Bevrijdingsfront (FLN), de vroegere eenheidspartij die veel van zijn pluimen liet, maar bij de parlementsverkiezingen van 1991/92 met 1,6 miljoen stemmen toch nog op de tweede plaats kwam, na het FIS. Maar het FLN doet deze keer niet mee. Samen met het FIS en enkele oppositiepartijen, waaronder het Berberse FFS, het Front van Socialistische Krachten, ondertekende het FLN in januari het 'Akkoord van Rome', dat elke hervatting van het democratiseringsproces afwijst zonder opheffing van de noodtoestand en een directe dialoog met het FIS.

“Het FIS is belangrijk omdat men die partij, terecht of niet, verantwoordelijk stelt voor het huidige geweld”, aldus Mehri. “Wij willen een politieke oplossing bereiken, zoals de meerderheid van alle Algerijnen. Als men de politieke problemen verder door het leger wil laten oplossen, dan moet het regime niet op ons rekenen. Alles wordt dan gereduceerd tot een veiligheidsprobleem.” “Zéroual zal, eenmaal verkozen, gewoon de ingeslagen weg volgen en dan sneuvelen er in de komende jaren nog eens 50.000 Algerijnen.”

De partijen die deel uitmaken van de 'Club van Rome' en hier vaak schimpend de 'Romeinen' worden genoemd, hebben opgeroepen tot een boycot van deze verkiezingen. Maar volgens Westerse diplomaten in Algiers dreigen het FLN en de FFS daarmee nu echt gemarginaliseerd te worden, vooral als het regime erin slaagt uit te pakken met een 'gelegitimeerd' gezag. Wat dat betreft is het vandaag niet zozeer van belang welke kandidaat er wint, als wel hoe hoog de opkomst uitvalt voor deze eerste 'vrije' presidentsverkiezingen in de geschiedenis van het onafhankelijke Algerije.

“Mehri is gewoon een politiek skelet”, aldus een diplomaat. “Het is toch niet te begrijpen dat de 'Romeinen' zomaar alle kaarten uit handen geven. Zij hadden op zijn minst een tegenkandidaat naar voren moeten schuiven, meedoen dus en nieuwe verkiezingen in het vooruitzicht stellen. Nu dreigen zij door hun eigen toedoen in de afvalbak van de geschiedenis te belanden.”

Aan de andere kant heeft het regime de persorganen van het FLN en het FFS gemuilkorfd, manifestaties en verklaringen omtrent de oproep tot het boycotten van de verkiezingen verboden en de bevolking onder druk gezet om te gaan stemmen.

De leiders van het FIS die nog op vrije voeten lopen, zoals Boukamkam en Djedi, wijzen van hun kant beleefd elk verzoek voor een interview af. De minister van justitie heeft hun er persoonlijk van op de hoogte gebracht dat dit een “uitermate wenselijke houding” is. “Ik mag mij zelfs niet verplaatsen”, zegt Boukamkam door de telefoon.

'Yidwen, Said Sa'adi'. Het opschrift op de affiches van de fel antifundamentalistische kandidaat Said Sa'adi is in het Berbers en betekent zoveel als 'Met uw stem'. Toch mikt ook deze Berber-kandidaat op een ruime landelijke aanhang.

Op een verkiezingsbijeenkomst in de hem vijandige volksbuurt Bab el Oued, een fundamentalistisch bolwerk, omschrijft de 48-jarige psychiater Sa'adi, afkomstig uit Kabylië, zijn kandidatuur als “een daad van weerstand tegen de barbarij van de integristen.” Een dialoog met het FIS is voor de leider van het Rassemblement pour la Culture et la Démocratie (RCD) zeker niet de aangewezen oplossing voor conflict.

“Het Westen mag dan al zeggen dat ik aanzet tot het vormen van burgerwachten, maar sinds ik in 1994 heb opgeroepen tot gewapend verzet, vallen er minder doden en zijn wij op weg naar de vrede. Ik ken geen enkele staat die kan toelaten dat gewapende groepen zomaar de burgerbevolking afslachten.”

Sa'adi laat geen twijfel bestaan over zijn aanpak: “Ik wil u erop wijzen dat er, sinds de oprichting van die 'comités voor de zelfverdediging' van de burgers, geen ontsporingen zijn gemeld. Met mijn oproep tot de vorming van die comités neem ik gewoon mijn verantwoordelijkheid als burger van dit land. Ik heb alleen de energie, de zelfverdedigingsreflex bij de mensen wakker gemaakt. Ze komen nu tenminste zelf op voor hun leven en bezittingen. Je ziet het overal: de plattelandsbevolking leeft nu niet langer door de angst verlamd.”

In de eerste ronde van de parlementsverkiezingen van 1991/92 haalde de RCD van Sa'adi maar 2,56 procent van de stemmen. Sa'adi sprak zich toen onmiddellijk uit voor de annulering van de verkiezingen. Sindsdien is hij zowat een kruistocht begonnen tegen de fundamentalisten, onder de banier van de democratie.

Denkt hij dat er een tweede verkiezingsronde komt? Hij antwoordt met stalen blik: “Ik word president in de eerste ronde.” Zijn aanhangers applaudisseren.