Hyperactieve stoorzenders

Toen Daan nog in de wieg lag was hij een schattige, gezellige baby, herinnert Arga Paternotte zich. 'Maar toen hij ging kruipen en in het vrije veld kwam werd hij chaotisch en overbewegelijk.' Op z'n vierde moest Daan door zijn ouders uit de dakgoot geplukt worden en aan het eind van de kleuterschool zei de juf dat hij nog maar een jaar extra moest kleuteren. Waarom ze dat nodig vond kon ze eigenlijk niet goed uitleggen.

Vanaf dat moment begon voor de ouders - en voor Daan zelf natuurlijk - een lange, pijnlijke tocht langs instellingen en deskundigen, want dat Daans gedrag niet voorbeeldig genoemd kon worden was inmiddels duidelijk. Na verloop van tijd bleek dat hij zo slechthorend was dat hij aan beide oren hoortoestellen moest dragen. Maar uit aanvullend onderzoek naar zijn storende en vaak onbegrijpelijke gedrag kwam naar voren dat hij daarnaast ook een gedragsstoornis had die vroeger met MBD (Minimal Brain Dysfunction) of hyperactiviteit werd aangeduid, maar tegenwoordig de afkorting ADHD (Attention Decifit Hyperactivity Disorder) draagt.

Waar moest Daan naar toe? Welke school was voor hem het meest geschikt? Arga Paternotte: 'Niemand hielp ons met die keuze. We zochten in telefoonboeken naar scholen voor slechthorenden. Op vijftig kilometer afstand bleken er twee te zijn, de stad twintig kilometer verderop had niets. Zou een school als deze geschikt zijn, zo informeerde ik, voor een jongen met twee hoortoestellen en daarbij nog wat andere onduidelijke problemen zoals aandacht- en concentratiestoornissen, hyperactiviteit en motorische onrijpheid? Dat dacht de maatschappelijk werkster wel, en Daan kon niet lang daarna in een klasje met acht leerlingen komen, speciaal bedoeld voor kinderen met een dubbele handicap.'

Toen Arga Paternotte veertien jaar geleden in de nieuwe school van haar zoon de tekst las: 'Beter gewoon in het buitengewoon onderwijs dan buitengewoon in het gewone onderwijs', was deze haar uit het hart gegrepen. Haar kind zou het met zijn slechte oren en zijn gedragsproblemen immers nooit gered hebben in dat gewone onderwijs. Althans, dat dacht ze toen. 'Ik had indertijd het benul niet dat het ook anders zou kunnen. Dat de extra hulp voor Daan ook naar hem toe zou kunnen komen, gewoon bij ons op de dorpsschool.'

Onder de titel 'Een onvoldoende voor gedrag', houdt de landelijke oudervereniging voor gedrags- en leerproblemen Balans morgen een symposium waar ruim zeshonderd ouders, leerkrachten en hulpverleners praten over de aanpak van kinderen die het hun omgeving bijzonder lastig maken. De moeder van Dik zal vertellen dat haar zoon 'met een barstje is geboren'. 'Hij ziet iets, hij doet iets, en denkt dan pas na. En dat doet hij elke keer weer. Want helaas, hij leert niet van zijn ervaringen'. Omdat ouders die een kind hebben met een ADHD-stoornis er vaak erg alleen voor staan, organiseert Balans in het hele land gespreksgroepen en kan men terecht bij de hulptelefoon. Ook beschikt de vereniging inmiddels over een netwerk van ruim honderd kinderartsen die deskundig zijn op het gebied van ADHD.

Op school zijn deze leerlingen met hun zeer beperkte concentratievermogen een voortdurende stoorzender. Ze drijven de leerkracht tot wanhoop: hoe vaak hij het kind ook corrigeert, de vermaningen lijken niet door te dringen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat veel ADHD-kinderen uiteindelijk in het speciaal onderwijs belanden. Wie altijd afgeleid is, veel beweegt, zijn opdrachten niet kan organiseren en niet kan afmaken, nooit meer dan één instructie tegelijk kan verwerken, niet van ervaringen kan leren, extra veel aanmoediging nodig heeft, vaak gepest wordt en moeilijk vriendjes maakt, die heeft het niet makkelijk op een gewone basisschool. Paternotte: 'En als deze kinderen dan de basisschool zijn doorgesukkeld, lopen ze vaak vast in het voortgezet onderwijs. Ze kunnen niet zelfstandig hun huiswerk maken, ze dwalen af en krijgen het niet georganiseerd. Ze moeten de hele dag van lokaal naar lokaal en krijgen ieder ogenblik een andere docent. Ze raken hun schooltas met alle boeken kwijt. Het wordt een chaos.' Voor deze kinderen bestaat er geen kant en klare gebruiksaanwijzing, weet Paternotte uit eigen ervaring. 'Je moet zelf een program voor ze ontwikkelen, en daarvoor moet je iets van deze stoornis weten. Bijvoorbeeld het verschil tussen onwil en onvermogen, en dat ze hun best doen maar dat niemand het ziet, en ook dat ze veel meer leren van beloning dan van straf, terwijl ze dat laatste vaak krijgen omdat ze het oproepen met hun gedrag.'

Het is bekend dat deze kinderen gebaat zijn met een consequente aanpak, thuis en op school. Daarom is het volgens Paternotte zo belangrijk dat er wordt samengewerkt tussen de leerkracht en de ouders. En dat gebeurt te weinig. 'Ouders hebben veel te weinig zeggenschap in het onderwijs', vindt Paternotte. 'Ja, ze mogen het Zwarte Pietenpak strijken, maar leerkrachten doen nog te weinig hun voordeel met de inzichten en strategiën die ouders van gedragsgestoorde kinderen hebben ontwikkeld.'

Inmiddels heeft Arga Paternotte in Oostenrijk kunnen zien dat kinderen met een handicap ook prima in de gewone school opgevangen kunnen worden. Een krachtig optredende ouderbeweging heeft daar het wettelijke recht bevochten om zelf te mogen kiezen welk soort onderwijs zij het beste achten voor hun behinderte kind. Of het gaat naar een speciale school, of het bezoekt de gewone school in de buurt waar de extra zorg naar het kind toekomt. 'Een Integrationsklas telt maar twintig kinderen' vertelt Paternotte, 'van wie er vier een of andere handicap hebben. Omdat er twee leerkrachten voorstaan willen ouders van 'gewone' leerlingen hun kind ook graag in de integrationsklas hebben.'

In Nederland is de betutteling van ouders niet van de lucht. Staatssecretaris Netelenbos heeft, zeer tot ongenoegen van Paternotte, tot tweemaal toe laten weten dat naar haar opvatting 'ouders niet kunnen oordelen over de extra zorg die hun kind nodig heeft.' De staatssecretaris staat pal voor het actieprogram Weer Samen Naar School dat de toeloop naar het speciaal onderwijs drastisch moet inperken. Paternotte: 'De intentie die er achter zit is goed, maar het is een utopie om te denken dat het basisonderwijs onder deze voorwaarden de gedragsgestoorde kinderen echt kan opvangen. Een leerkracht die voor een klas met dertig leerlingen staat kan geen wonderen verrichten.'