Heropgerichte Little Feat op tournee; Meesters van de overgangen

Concert: Little Feat. Gehoord: 15/11 Paradiso, Amsterdam.

Het publiek in Paradiso bestond gisteravond grotendeels uit mannen van omstreeks de veertig, die eerst hun jack aanhielden. Alsof ze gelijk weer rechtsomkeert moesten kunnen maken als de prestaties van hun jeugdhelden te wensen overlieten.

Die kans was groot nu Little Feat, zestien jaar na de dood van de legendarische zanger Lowell George, een come back-poging onderneemt. George, die afkomstig was uit de entourage van Frank Zappa, kreeg in de loop van de jaren zeventig succes met zijn groep Little Feat, vooral in Nederland. De muziek waar hij zijn soepele stem aan leende had het timbre van Dr. Johns New Orleans-funk, versierd met lange zompige gitaarsolo's waar George's slide-gitaar doorheen klonk.

Na zijn dood in 1979 werd de groep opgeheven. Maar eind jaren tachtig richtten de overgebleven muzikanten Little Feat opnieuw op en kozen zij achtergrondzangeres Shaun Murphy, die klinkt als Bonnie Rait, als stem van de band. Haar forse, soms brekende geluid domineert de onlangs verschenen cd, Ain't Had Enough Fun, waarop gretige feestmuziek met cajun-inloeden te horen is.

Live speelt Little Feat voornamelijk nummers uit de tijd van Lowell George. De vocalen bij songs als Willin', Sailin' Shoes of Dixie Chicken worden dan verdeeld tussen Murphy en gitarist Paul Barrère of pianist Bill Payne. De zeven muzikanten zijn nog altijd Meesters van de Overgangen. Eensgezind schakelt men van boogie woogie over op bluesrock, gaat in een adem door naar een introvert gitaar-intermezzo, om daarna weer allemaal tegelijk uit te komen bij een schallend klinkende finale.

Al hadden de vingers van pianist Payne en de gitaristen Fred Tackett en Paul Barrère nauwelijks tijd nodig om los te komen, hun stemming had dat wel. Zo werd de sfeer tijdens het tweeëneenhalf uur durende concert pas op de helft wat ontspannener. Toen kwamen de muzikanten eens van hun plaats of onderstreepten hun spel met een voorzichtige heupbeweging. En in de zaal had intussen niemand zijn jas meer aan.