Europees zelfrespect

Met Kok, Van Mierlo, Kohl, Chirac, Major en ieder ander met ook maar een greintje Europees zelfrespect, heb ik mij behoorlijk opgewonden over de arrogante politiek van de Verenigde Staten ten aanzien van de kandidatuur-Lubbers voor het secretaris-generaalschap van de NAVO, zoals die gepresenteerd werd door de man die binnen twee weken een geheel nieuwe dimensie heeft weten toe te voegen aan het woord ergerniswekkend: Nicholas Burns, woordvoerder van het Amerikaanse State Department.

Automatisch zet de hele onwelriekende affaire aan tot bezinning. Weldra ontstaat bijvoorbeeld een warm begrip voor de vaak zo gereserveerde houding van Frankrijk en diens vrijblijvende uitzonderingspositie binnen het Atlantisch bondgenootschap. Tevens - al blijf ik ten principale een tegenstander ervan - komen de Franse kernproeven in de Stille Zuidzee in een verrassend, nieuw licht te staan. Toegegeven: de Westeuropese Unie is nooit uit de schaduw geweest van de eveneens in 1948 opgerichte NAVO, de Europese Defensie Gemeenschap uit het begin van de jaren vijftig is niet uit de verf gekomen en, meer recentelijk, het optreden van de Europese Unie in de Balkan-crisis was ook niet bepaald overtuigend. Toch is misschien de tijd rijpende om, naast de economische, ook de politieke en militaire samenwerking in Europa meer te verzelfstandigen en in hoofdzaak te concentreren binnen het kader van de 'derde pijler' van de Europese Unie: het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid als weergegeven in titel V van het Verdrag van Maastricht. Wellicht dat Europa zich langs die weg kan bevrijden van het sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog immer heersend Atlantisch 'curatele-gevoel', dat in de voorbije weken nog beklemmender proporties heeft aangenomen.