En weer Lafontaine

AL GERUIME TIJD STROMPELDE de Duitse sociaal-democratie als een blind paard door het drukke stadsverkeer. Bij de passanten kon dat gevoelens van medelijden oproepen. Nu is vanochtend gebeurd wat in zo'n geval denkbaar is: het paard is op hol geslagen. Totaal onverwachts, zonder enige regie en bij volledige afwezigheid van wijze oude mannen op de achtergrond heeft het SPD-congres de emoties de vrije loop gelaten en de beste en meeslependste spreker van dit congres vervolgens zomaar tot nieuwe partijvoorzitter gekozen. De ongelukkige Rudolf Scharping, die gisteren nog door zijn partijbestuur, inclusief Oskar Lafontaine, unaniem naar voren was geschoven voor herverkiezing, leed een smadelijke nederlaag.

Oskar Lafontaine had gisteren een toespraak gehouden over buitenlandse politiek die zoveel geestdriftig tumult teweegbracht dat hij gisteravond kennelijk in de vergaderzaaltjes van het Mannheimse café-leven al werd besproken als de heimelijke nieuwe partijvoorzitter. Desalniettemin was vanmorgen de verrassing compleet: 321 voor Lafontaine, 190 voor Scharping. Voor al degenen wier fascinatie in de politiek te vergelijken is met de fascinatie voor de stukken van Shakespeare, is het high noon: na de jarenlange, tergende machtsstrijd binnen de top van de SPD en de schaamteloze stoten onder de gordel van het trio duellanten Schröder, Scharping, Lafontaine, is er op het gebied van list en bedrog, manipulatie en emotie kennelijk nog een overtreffende trap gevonden.

TOCH IS ER AL geruime tijd meer aan de hand dan enerverend klassiek theater. Het gaat bij de Duitse sociaal-democratie om een partij die een eeuw lang in het centrum van de Europese politieke cultuur heeft gestaan. Het gaat om een partij die, onder leiding van grote voormannen als Herbert Wehner, Willy Brandt en Helmut Schmidt, het socialisme en het Duitse nationalisme de rug heeft toegekeerd en een Europese volkspartij van het sociaal-democratische midden is geworden. Op het roemruchte partijcongres van Bad Godesberg in 1959 accepteerde de partij de Europese integratie, de NAVO en de sociale markteconomie, kortom het naoorlogse erfgoed van Konrad Adenauer. Vervolgens mocht de SPD een door lange jaren van regeren verbruikte christen-democratie opvolgen en dertien jaar lang in Bonn de toon zetten.

Terwijl de Republiek van Bonn nu bezig is een Republiek van Berlijn te worden, verbrokkelt dit impliciete convenant van de Duitse politieke cultuur. De SPD is al geruime tijd een partij van leraren en overheidspersoneel geworden. Dat is op zichzelf niet verboden, maar zij drijft ook weg van de economische realiteit en flirt met de radicale romantiek van de Groenen. Op buitenlands-politiek terrein schurkt zij, ondanks dramatisch verzet van de SPD-fractie in de Bondsdag, aan bij een isolationistisch pacifisme. Nog verwarder en dramatischer is de aanblik van de SPD bij de Europese integratie. Uitgerekend de SPD speelt met de gedachte om de Europese Monetaire Unie te boycotten. Uitgerekend de sociaal-democraten werpen zich op als hoedster van een harde, onafhankelijke D-mark en van de Bankraad in Frankfurt.

Uit populistisch oogpunt is het begrijpelijk en alleszins aanvaardbaar dat politieke partijen de munt-zorgen van het volk vertolken, maar de onbekommerdheid waarmee juist Duitse sociaal-democraten de trom van een monetair nationalisme roeren, zegt boekdelen over de toestand van de partij.

EN DAN LAFONTAINE. Hij was de kanselierskandidaat die in 1990 gehoopt had met een vergelijkbaar opportunisme Helmut Kohl te kunnen verslaan. Lafontaine verzette zich destijds tegen de Duitse eenheid omdat het de Westduitse kiezer hopen geld zou gaan kosten. De kiezer doorzag hem en stuurde Lafointaine terug naar Saarland. Daar deed hij vervolgens voornamelijk nog van zich spreken als een man die de nieuwe SPD-bestuurders in Bonn hinderde en als een man die in allerlei kleinere patronage-schandaaltjes in Saarbrücken verwikkeld was. Vervolgens was hij wijs genoeg om Rudolf Scharping in 1994 zelf zijn eigen nederlaag te laten lijden om daarna weer een hoofdrol in het gezelschapsspel om de SPD-macht te gaan spelen. En nu dan na een kaatsbaanachtige toespraak terug in het centrum van de oppositie.

De aanblik die de zo traditierijke SPD biedt, is niet fraai. De afstand tot de NAVO - trefwoord: vliegtuigen voor een Bosnische vredesmacht - groeit, het engagement met de Europese integratie - trefwoord: monetaire unie - neemt af. De toestand van de partij is verder van dien aard dat de SPD ook na veertien jaar oppositie haar fundamentele plicht, namelijk het aanbieden van een geloofwaardig alternatief voor een zittende regering, verzaakt.

Dat leidt tot de conclusie dat de dienstdoende kleinzoon van Adenauer, Helmut Kohl, voorlopig voor Duitsland en Europa onmisbaar is.