Eerherstel voor het buikje; Het verborgen vet

Buikjes mogen niet. Niet voor mannen, maar al helemaal niet voor vrouwen. In vroeger eeuwen werd het buikje echter talloze malen geschilderd en gebeeldhouwd als ideale vorm en onvervreemdbaar deel van het lichaam. Er is iets grondig mis gegaan met de waardering voor de vrouwenbuik. Hoe heeft het zover kunnen komen?

Een platte buik in 15 dagen', 'Weg die buik', 'Aeronatics voor buik en taille'; een greep uit de stroom van drammerig-positieve instructieboekjes die maar één resultaat garanderen: dat je na lezing een nog grotere hekel hebt aan je buik(je). Voeg daar nog eens de maandelijks terugkerende litanie van 'gegarandeerd' effectieve buikspier-oefeningen in de vrouwenbladen bij, plus alle plankgladde tailles uit mode-reportages of lingerie-reclames en de frustratie is compleet. Je hoort bij de “miljoenen mensen die elke dag in hun kantoor, keuken of paleis zitten te piekeren hoe ze hun bolle buiken binnen de perken moeten houden”, aldus een tekst in Een platte buik in 15 dagen. Schrale troost.

Dit wordt geen pleidooi voor 'laat maar hangen die lillende vetkwabben': veel mensen zullen baat hebben bij het versterken van de door een zittend leven verslapte buikspieren, bij een betere houding (zonder holle rug), en bij een paar pondjes minder. Maar het streven naar een buik die zo slank is dat je een liniaal kunt leggen tegen je heupbotten zonder dat je buik in de weg zit, is gedoemd te mislukken.

“Een vrouwenbuik is nu eenmaal niet plat”, zegt Fokelien Faber, beeldend kunstenares en oprichter van de Vrije Academie in Haarlem, waar ze onder meer modeltekenen doceert. “Ik heb het uittentreure gehad bij mijn anatomielessen, de verdeling van vet bij een vrouw. De schaamheuvel is een hoopje vetweefsel; dan deukt het iets in, en dan krijg je weer een laag vetweefsel; een stukje veiligheid voor wat er achter zit. Borsten zijn ook zulke hoopjes vetweefsel. En dat kun je allemaal niet wegkrijgen, ook niet door gymnastiek, daar moet je echt voor hongeren.” En ze vervolgt: “Aangekleed kan het er wel goed uitzien, maar een bloot model zonder een buik is geen gezicht. Om te schilderen heb je een lichaam met vorm nodig. Borsten, maag, navel en buik zijn vlakken met een spanning, met richting, beweging en evenwicht. Als het gaat hangen is het minder, maar een stevige buik is erg mooi.”

Ook Paula Marissink, (ex)-buikdanslerares uit Utrecht, heeft zich vaak verbaasd over al die buik-onvrede. “Arabische vrouwen accepteren hun lichaam veel meer zoals het is. Ze weten dat je best kunt genieten, ook al ben je vijf kilo aangekomen. Ondanks al hun vrijgevochtenheid schamen Westerse vrouwen zich vaak voor hun vormen. Is m'n buik niet te dik, is 'ie niet te dun, vragen ze vaak vantevoren. Maar het maakt helemaal niks uit. Voor buikdansen heb je geen buik nodig, maar je moet 'm wel los kunnen laten. En dat is voor de meeste vrouwen hier moeilijk. Ze zitten geharnast in hun lijf, gevangen in een psychisch corset. Als je lijf een bolling wil maken en jij wil maar dat het recht en plat is, dan geeft dat ongemak en verkramptheid.”

Buik in, borst vooruit! zo leerden onze moeders ons. “En ik was trots op mijn strakke meisjesbuik”, zegt Gerdien Schrijer uit Paula's dansklas. “Maar hier bleek hoe vast ik in mijn vel zat. Isolatie (ritmische bewegingen maken met een lichaamsdeel, terwijl de rest stil blijft) is een belangrijke techniek in de Arabische dans, maar met mijn buik kon ik niks.” Inmiddels heeft ze een pront puilend buikje, kan ze ademhalen 'naar de buik toe', en 'm laten trillen (shimmien) en deinen, 'm intrekken en ontspannen en er de slangachtige 'Kamelengang' mee uitvoeren. Wat vroeger een vrijwel onbeweeglijk middenstuk van het lijf was, is nu een bestuurbaar en expressief lichaamsdeel geworden. “Kijk toch 'ns hoe mooi”, zegt een andere cursiste. “Ik krijg er zelf een vrolijk gevoel van in mijn buik.”

Voorlopig is ze een uitzondering. “Een buik is gewoon lelijk”, stelt een vriendin. “Is het soms politiek correct om een buik mooi te vinden”, schampert een ander. Het liefst van al willen we onze buiken kwijt, zo blijkt uit onderzoeken waarin gevraagd wordt 'wat zou je aan je uiterlijk willen veranderen'. En zo maken we elkaar gek. Nu is ook de gemiddelde man niet blij met de eerste tekenen van vet-ophoping rond het middel, maar hij lijkt zich toch gemakkelijker neer te leggen bij zijn buik. In ieder geval doet hij minder moeite om hem te verbergen. Ooit een vrouw gezien die zich na een welvoorziene maaltijd behaaglijk op de bollende maagstreek klopt? Ooit een man in een corset gezien, of in bodyshaping ondergoed? Als hij er eenmaal zit, sluit een man vrede met zijn buikje. “Na de penis, en misschien de kalende schedel, is de buik het meest symbolische masculiene element van de mannelijke fysiologie”, schrijft Nick Coleman in de GQ (Gentlemen's Quarterly). “Hij is rond, licht behaard en steekt uit naar voren. En hij groeit naarmate je hem meer plezier doet. Buiken zijn joviaal, warm, vaderlijk, wijs en levendig.” Toch ligt het iets gecompliceerder, want buiken zijn ook, constateert hij spijtig, “ongezond, vadsig, zwak, wellustig en monsterlijk”, en “dat wrijft allemaal ongemakkelijk op tegen de conventionele symboliek van de vrouwenbuik”. Want de vrouwenbuik is sinds mensenheugenis bewonderd als symbool van vruchtbaarheid, maar “onze rondheid kan nooit het embleem zijn van opperste productiviteit. Wenn we swell, we decline”.

Die vrouwenbuik: in vroeger eeuwen inderdaad talloze malen geschilderd en gebeeldhouwd en beschreven, als ideale vorm, als logisch, onvervreemdbaar deel van het lichaam, gezond en uitbundig, moederlijk en verleidelijk. Ja, óók toen golden bij tijd en wijle onnatuurlijk slanke middeltjes als schoonheidsideaal. Maar dat betrof alleen de aangeklede vrouw. De vrouw in het openbaar. Geen schilder of beeldhouwer heeft zich ooit laten inspireren door de valse slanke taille van een door veelvuldig corsetdragen verminkt lichaam. Griekse nymfen, Egyptische danseressen, middeleeuwse jonkvrouwen, gratiën en baadsters; ze hebben bijna zonder uitzondering een welving op hun middel.

“Uw navel is als een ronde beker, dien geen drank ontbreekt; uw buik is als een hoop tarwe, rondom bezet met leliën”, staat al in het Hooglied geschreven - de oud-testamentische minnaar had het bepaald niet over de gestaalde perfectie die vandaag de dag in fitness- en aerobic-centra wordt nagestreefd. Hij zou niet koud of warm zijn geworden van de kinderbuiken van schaars geklede fotomodellen, om corsetten zou hij alleen maar gelachen hebben, en het nut van 'corrigerende' panties en onderbroeken die de buikpartij naar binnen drukken zou hem ten enen male ontgaan.

Er is dus iets grondig misgegaan met de waardering voor deze reserve voor barre tijden, dat machtige secundaire geslachtskenmerk van volwassen vrouwen. Hoe heeft het zover kunnen komen? De mannequins uit het begin van deze eeuw waren naar onze maatstaven dik. In 1848 was het ideale gewicht voor een model 140 pond, in 1949 125 pond en in 1997 118 pond, terwijl de ideale lengte met bijna 20 centimeter toenam tot 1 meter 78. Wrang genoeg lijkt de eerste feministische golf de aanzet te hebben gegeven tot het om zeep brengen van het ronde en gevulde vrouwenfiguur als ideaal. Want de comfortabele en figuur-respecterende kleding waar suffragettes en oorlogsarbeidsters zich in hulden, maakt al snel plaats voor de vrolijke cocktailjurken van de jaren twintig. Ingesnoerd wordt er niet meer, maar nu willen vrouwen er uitzien als mannen. En daartoe wurmen deze bright young things zich vrijwillig in enorme corsetten die boezems, buiken en heupen platdrukken. Dat maakt ze lang en jongensachtig.

Mode-illustratoren benutten het effect van de onnatuurlijke verlenging van het lichaam - maakt ook een soepjurk elegant - en voeren die tot in het absurde door. Het boek Fashion Drawing in Vogue staat vol ultra-ranke vrouwen met licht naar binnen gebogen schouders: teer, hunkerend naar een beschermende arm willen deze wezens zijn. En als ze rechtop lopen, als wereldse, zelfstandige vrouwen, dan lijken ze toch ieder moment in hun middel door te kunnen breken.

Waar de illustrator zijn model zo dun kan maken als hij wil, moet de (mode)fotograaf, die vanaf de jaren vijftig zijn tekenende voorganger steeds meer verdringt, het doen met het levende materiaal dat hem wordt aangereikt. Het model. Zo lang en slank mogelijk, en dan liever nog iets dunner, want wat er in werkelijkheid al behoorlijk ondervoed uitziet, lijkt op een foto nog gevuld. Op televisie is dat effect nog erger. Gevolg: veel van de 'mooiste' vrouwen van deze eeuw zijn in werkelijkheid kwijnende bleekneuzen met stakerige armen en benen, uitstekende heupbotten, en daartussen een schrale kuil.

Inmiddels is de norm dat een normaal vrouwenpostuur voldoet aan de maten 90-60-90, en tot op hoge leeftijd buikloos is. En al zijn moeders, zussen, vriendinnnen en collega's bijna allemaal breder en gevulder dan Claudia Schiffer: zíj hebben abnormale vormen en Schiffer is mooi. Dus lijnen ze zich het schompes, en als het streefgewicht weer eens bereikt is, kijken ze misprijzend naar beneden, want getverdemme, dat buikje wil niet wijken. Hou hem in, verstop hem onder wijde t-shirts of verhullende jasjes, prop hem achter knellende ceintuurs en strakke spijkerbroeken.

Waar komt die buiken-afkeer vandaan? Zo lang mogelijk een jong meisje willen zijn? Zo veel mogelijk op mannen willen lijken? Waarschijnlijk is het vooral een geconditioneerd schoonheids-ideaal; we vinden mooi wat ons als mooi wordt voorgespiegeld door de alomtegenwoordige camera; we willen wat we om ons heen en in de spiegel zien liefst ook reduceren tot de gestileerde hard bodies van de Richard Avedons en Helmut Newtons. Maar dat is toch niet wat in werkelijkheid ook aantrekkelijk is? In het echt is zo'n droog en strak en gecultiveerd lichaam veel te verantwoord, saai, afstandelijk en soms zelfs afstotend. Het wordt tijd dat (mode)fotografen, beeldend kunstenaars en kledingontwerpers ons weer een andere blik op de werkelijkheid gunnen. Benadruk die volle lijn, werp strijklicht op dat 'hoopje tarwe, omkranst door leliën', zie de muziek in het robuuste vrouwenlijf, in de uitbundige vorm, en ontwerp er de passende kleding voor.

Maar de beste manier om de buik zijn rechtmatige plaats terug te geven is: er zelf prat op gaan. Veel zwarte vrouwen doen dat; rond en vol en zelfbewust over straat lopen, zodat je nog eens omkijkt en je je verwonderd afvraagt waar die charme, souplesse en kracht vandaan komen. Niet van het zoveelste poederdieet, noch van de buikspieroefeningen uit de laatste Viva. Het is een kwestie van er voor uit durven komen. Je moet de buik weten te dragen. Zoals die Arabische zangeres, laatst op een Turkse zender. Minstens 60 jaar oud, veel rimpeltjes rond de schitterende ogen, mollige blote armen en een rinkelende ceintuur om de forse buik. Ze lachte naar de mannelijke muzikanten die haar aanvuurden met hun spel. Haar heupen deinden ritmisch, de buik trilde op de maat van de muziek. Met sierlijke handgebaren ondersteunde ze de boodschap van het lied, dat ongetwijfeld ging over het leven en de liefde. Beurtelings was ze een jong dorpsmeisje, een femme fatale, een zelfverzekerde dame en een wijze oude vrouw. Ze acteerde niet, het zat allemaal in haar.

Een vrouw die weet dat het niets met leeftijd heeft te maken. En al helemaal niet met de omvang van haar buik. Er wordt steeds meer gebuikdanst in Nederland. Er is een tijdschriftje, Navel, met artikelen over de verschillende soorten Arabische dansen en bijbehorende muziek en kleedstijlen. Nu ook buikdanseres Yonina een boek heeft uitgegeven, Oriëntaalse dans en Motivatie, groeit de populariteit van deze 4000 jaar oude vorm van 'soft aerobics' snel. Aanbevelingswaardig is Das Bauchtanzbuch van Dietlinde Karkutli, met hoofdstukken over geschiedenis en traditie en een uitgebreid oefeningenschema. Rijk geïllustreerd is The Serpent of the Nile van Wendy Bonaventura, dat vooral aandacht besteedt aan de verbreiding van oosterse dans in Europa en de Verenigde Staten in de vorige en het begin van deze eeuw.

Het aanbod aan buikdanseressen (en een enkele buikdanser) voor optredens en buikdanscursussen bestrijkt het scala van puur amusement tot bijna therapeutische bewegingsleer ('buikdansend naar je vrouwelijkheid toe') en professionele lessen en voorstellingen. De kwaliteit van buikdans-acts verschilt nogal. “Ook mensen die een paar lessen hebben gehad, trekken een mooi kostuum aan en geven optredens”, zegt Paula Marissink. “Een goeie buikdanseres heeft een lange opleiding, beheerst de techniek en kan improviseren. Haar interpretatie van de muziek, haar choreografie moet je kippevel bezorgen.” En dat gaat niet in een optreden van twintig minuten: “Arabische liedjes duren lang, en klinken in onze oren monotoon, maar er zitten allerlei subtiele variaties in. Je moet van binnen heel rustig luisteren, en zo moet je ook naar de dans kijken. De tijd nemen. In de Arabische taal is daar een mooi woord voor: Al-tarab; het moment dat je er helemaal in opgaat. Dan moet je niet op de snelle kick van een videoclip van Michael Jackson zitten te wachten.”

Buikdansen is overigens vooral heupdansen. De beweging komt vanuit het bekken en de romp, niet vanuit de benen of armen. Het is geen acrobatische dans en beginners hoeven niet lenig te zijn: geschikt voor alle leeftijden of conditie-niveaus dus. Voor de lessen is doorgaans geen speciale kleding vereist, maar een sjaal met rinkelende lovers die laag om de heupen wordt gestrikt - om het breedste deel van het lichaam te benadrukken - geeft al snel 't gevoel dat je wat kunt.

In de meeste steden worden buikdanslessen gegeven. Enkele namen: Mariska Assink, Amsterdam, 020-6207227; Letty Vos, Utrecht, Wageningen Arnhem, 0317-420737; Nansi Beets, Utrecht, Nijmegen, Deventer 0340-351496; Gerdien Schrijer, Den Haag, 070-3648265 en Els van Grinsven, Eindhoven, 040-115621).

In Amsterdam bestaat sinds september de School voor Midden Oosterse Dans en Cultuur. Behalve Oriëntaalse dansles wordt hier ook Turkse, Marokkaanse en Egyptische volksdans gegeven, en ook organiseert de school feesten en shows. Oprichtster Rana Miraz wil met deze opleiding (een van de weinige in Europa; alleen in Duitsland bestaan vergelijkbare instituten) de oosterse etnische dansvormen “uit de sfeer van schuddende borsten boven cafétafels tillen. Het is net als bijvoorbeeld flamenco en Afrikaanse dans een volwaardige danstraditie, die meer als podiumkunst gezien moet worden”. Lessen (voor beginners en (half)gevorderden) zijn er de hele week overdag en 's avonds en kosten ƒ 20 per keer; een 10-strippenkaart kost ƒ 165, een 20-strippenkaart ƒ 275. Kempenaarstraat 11 (gebouw Stichting Muzenis), Amsterdam. Inl 020-6868553 of 020-6732478.