Eerherstel voor de kleuter

Tien jaar basisschool heeft duidelijk gemaakt dat de ontwikkeling van het kind goed kleuteronderwijs vereist. 'Als het hier niet goed gaat, ontnemen wij een kind al zijn kansen.'

'In Holland staat een huis.' De negentien kleuters in de kring zingen uit volle borst. Ze gooien hun armpjes naar achteren en hun hoofdjes naar voren, voor extra volume. Bas (5) moet middenin de kring de heer uit het lied vertolken die een vrouw zoekt. Hij zakt door zijn knieën en kruipt op zijn buik over de vloer. Met zijn hoofd stoot hij onbehouwen het meisje aan dat zijn vrouw mag worden. Kleuterleidster Mieke (58) waardeert zijn optreden: 'Een leraar uit het lager onderwijs had nu gezegd: ''Bas sta op, doe niet zo gek!'' Maar hij is gewoon verlegen, niet vervelend.'

Mieke Bergsma is kleuterleidster op basisschool Leonardo da Vinci in Amsterdam Oud-West. Ze is trots op het vak dat zij al 25 jaar uitoefent en dat zij leerde op de oude kleuterleidsteropleiding KLOS. Tien jaar geleden zag zij, met duizenden collega's, de kleuterschool met de lagere school fuseren tot één nieuwe basisschool. Die geïntegreerde basisschool bestaat uit acht groepen voor kinderen van vier tot twaalf jaar en werd opgericht opdat niet meer van kleuter- naar lagereschool verhuisd hoefde te worden.

Plotseling waren de kleuterleidsters een minderheid. Tijdens teamvergaderingen op de basisscholen werden ze vaak beschouwd als tantes die zeurden over knippen en plakken. De KLOS werd opgeheven en de Pabo leidde all round leraren op die alle groepen van de basisschool les moesten geven. Om voor de hogere groepen te staan was voor kleuterleidsters een extra cursus verplicht. Andersom hoefde dat niet. Zo kwamen er volgens de kleuterleidsters onbekwame leerkrachten voor de kleuterklas, die te schools te werk gingen en die de ontwikkeling van het jonge kind onvoldoende begrepen.

Zeurpieten

De prijs op een pakje soep is zinloze informatie voor een kleuter, vertelt Pabo-docente Els van der Houwen. Zij geeft de specialisatie 'kleuteronderwijs', die zo'n drie jaar geleden is ingevoerd en die anderhalf jaar duurt. 'Een kleuter leert alleen indien hij iets meemaakt dat tot de verbeelding spreekt. Spelenderwijs zal hij het begrip 'kosten' leren kennen, door in een winkelhoek boodschappen te doen. Dat moet een kleuterleidster inzien.'

Pas de laatste jaren is het overleg tussen onderwijzers van boven- en onderbouw (4- tot 7-jarigen) verbeterd. Kleuterleidster Anja Nusse van de Dapperschool in Amsterdam-Oost: 'Aanvankelijk durfde ik niets te zeggen tijdens team-vergaderingen. Wij waren zeurpieten, die de kleuters overdreven moederlijk aanspraken. Nu zien bovenbouwleraren in dat kleuteronderwijs meer is dan een puzzeltje leggen. Bij ons wordt het het fundament gelegd voor de schoolloopbaan van een kind.'

De integratie van het lager- en kleuteronderwijs was bedoeld om de kloof tussen de twee scholen te overbruggen. Waar in de kleuterklassen kinderen individueel speelden en leerden, in hun eigen tempo, moesten zij op de lagere school plotseling klassikaal leren lezen, schrijven en rekenen. In een onbekend gebouw, met onbekende leerkrachten. Er was slechts ruimte voor één tempo - dat van het gemiddelde kind. Het ideaal van de geïntegreerde basisschool was één school waar kinderen één vloeiende ontwikkelingslijn zouden volgen. In groep twee zouden kleuters al moeten toewerken naar de beginselen van het lezen en schrijven. Anderzijds zou in groep drie op een meer flexibele wijze met de verschillende niveaus van kinderen worden omgegaan. Want het ene 6-jarige kind zit met gemak een paar uur per dag met zijn neus in een leesboekje, terwijl het andere het liefst om de haverklap naar een speelhoek wandelt.

De ideale basisschool is na tien jaar nergens te bekennen. Slechts 320 van de 8.000 basisscholen voldoen volgens de Onderwijsinspectie aan de normen die de inspectie stelt voor ideaal basisonderwijs. De kennis en vaardigheid van de meeste onderwijsgevenden aan kleuters is ontoereikend, zo stelt staatssecretaris Netelenbos van onderwijs in de in mei verschenen nota 'Impuls voor het Basisonderwijs'. Lesmethodes sluiten te weinig aan bij de belangstelling van het jonge kind, waardoor hun ontwikkeling onvoldoende wordt gestimuleerd, aldus de staatssecretaris. Verder is er te weinig aandacht vanuit de schoolleiding voor het kleuteronderwijs. Bovendien zou de overgang van groep twee op groep drie - vroeger de breuk tussen kleuter- en lagereschool - nog steeds niet soepel verlopen. Dit omdat in de kleutergroepen te weinig zou worden toegewerkt naar het leren van de basisvaardigheden. Als de juf in groep drie bijvoorbeeld zegt: 'We gaan naar het woord links bovenaan de pagina', en niemand weet wat links is, ontstaan er problemen. In groep drie worden kinderen volgens de staatssecretaris nog te zeer in een klassikaal keurslijf geduwd.

Onder de knie

De vorming van het jonge kind is cruciaal voor zijn verdere schoolloopbaan. Zowel het ministerie van onderwijs, pedagogen als de meeste onderwijsinstellingen hebben hier de laatste jaren aandacht voor. 'Steeds meer kinderen komen al in groep 3 in het dure speciale onderwijs terecht omdat zij niet vóór de Kerstvakantie de beginselen van het lezen onder de knie hebben', vertelt onderwijskundige pedagoge Frea Janssen-Vos, verbonden aan het Algemeen Pedagogisch Studiecentrum en afkomstig uit het kleuteronderwijs. Volgens haar is deze schooluitval funest voor hun schoolloopbaan en bovendien onnodig. 'Deze kinderen zijn niet minder intelligent dan het gemiddelde. Zij vinden de inhoud van de leesboeken vaak oninteressant of kunnen zich niet lang concentreren.' De leerkracht laat deze kinderen vaak, onbewust, schieten en verwacht dan niets meer van ze. Janssen-Vos: 'Indien zij evenveel aandacht als de rest zouden krijgen, en in hun eigen tempo kunnen werken in dezelfde klas, komt het waarschijnlijk goed met ze.'

In de nota 'Impuls voor het basisonderwijs' bepleit Netelenbos een speciaal actie-programma voor de onderbouw van de basisschool. Pedagoge Janssen-Vos wordt een van degenen die het actie-programma begin volgend jaar zullen opstellen. Ze zal er op aandringen dat de verschillende moderne theorieën over ontwikkeling van en onderwijs voor kleuters aan praktijkvoorbeelden worden verbonden. Pas dan onstaat een samenhangend lesaanbod, aldus Janssen-Vos.

Zowel de kleuterleidsters afkomstig van de Pabo, als zij die uit het lageronderwijs komen, zijn onvoldoende voorbereid op hun functie, vinden veel leerkrachten en pedagogen. Zo kijken de traditionele KLOS-kleuterleidsters veelal verlangend terug naar de oude opleiding. Daar kregen ze drie jaar lang werkervaring en praktijkgericht advies van docenten. Maar deze opleiding was volgens Janssen-Vos niet ideaal. 'De kennis die ze daar in huis hadden, over de ontwikkeling van kleuters en over effectieve didactische methodes, stond amper op papier. Alles ging via ervaringsverhalen. Er zijn zoveel moderne theorieën over de ontwikkeling van het jonge kind die een kleuterleidster van nu moet kennen.'

Er zijn ook positieve geluiden. De vrees dat kleuters zich niet veilig zouden voelen op de grote basisschool, blijkt ongegrond. De Onderwijsinspectie concludeerde vorig jaar dat het klimaat op de meeste basisscholen het jonge kind voldoende geborgenheid biedt. Ook zou er veel afwisseling zijn in werkvormen. Nergens zitten kleuters de hele dag in de kring of de speelhoek. Schooldirecties tonen steeds meer belangstelling voor het kleuteronderwijs en zijn in toenemende mate bereid nascholingscursussen te volgen over onderwijs voor het jonge kind.

Sterke positie

Kleuterleidsters en pedagogen zouden het liefst zien dat het kleuteronderwijs de komende tien jaar zich een sterke positie binnen de basisschool verwerft. Hiervoor zal het onderwijs voor en de ontwikkeling van kleuters bij schooldirecties in de belangstelling moeten komen. De vraag of kleuters langer op het gemeenschappelijke schoolplein moeten kunnen spelen, hoeft dan niet meteen van tafel, zo menen de kleuterleidsters. Voormalige lagereschool leerkrachten zouden alsnog op cursus moeten om les te geven aan kleuters, en de kleuter-specialisatie op de Pabo zou twee keer zo lang moeten worden, zeggen kleuterleidsters en Pabo-docenten. Ook de afstemming van de lesmethodes in groep 2 en 3 kan beter. Dan kan Bregje in groep 2 links en rechts en a en b onderscheiden, terwijl Jantje in groep 3 tussen de leesuren door nog even met de bouwblokken speelt.