Een kwart eeuw Melkweg; Milky way wordt dans- fabriek

De Melkweg in Amsterdam was een vrijplaats, een huiskamer en een cultureel centrum, waar spraak- makende festivals werden georgani- seerd. Met een tweede renovatie heeft het nog altijd belangrijke podium zijn laatste hippie-roots afgeschud. Er wordt in de Melkweg minder gepraat, maar gedanst des te meer.

Melkweg, Lijnbaansgracht 234a Amsterdam. Inl 020-6241777. In de zomer van 1970 werd Cor Schlösser op audiëntie gevraagd door I. Samkalden, de toenmalige burgemeester van Amsterdam. Cor Schlösser, student psychologie, organiseerde in die dagen voor het eerst met een paar vrienden een zomerproject in de Melkweg, een oude melkfabriek aan de Lijnbaansgracht. Dagelijks waren er optredens van bands, theatergroepen en andersoortige entertainers. In het pand ontbraken voorzieningen als gas, elektriciteit en stromend water, maar die werden ondertussen provisorisch aangelegd.

Samkalden meldde Schlösser dat hij zoveel klachten had gehad wegens geluidsoverlast dat hij de muziekvergunning van de Melkweg moest intrekken. “Dat zal niet gaan”, heeft Schlösser toen gezegd, “we hebben namelijk geen muziekvergunning.”

Ondanks die kleine nalatigheid groeide de Melkweg in de jaren zeventig uit tot een vrijplaats voor bezoekers van over de hele wereld. Je kon er marihuana kopen en roken, 'macrobioties' eten en op de grond zitten op Perzische tapijten. Er werden manifestaties georganiseerd als het 'Vietnam-weekend', het Festival of Fools, One World Poetry en de Vrouwenfestivals. En nu, vijfentwintig jaar na die ontmoeting met burgemeester Samkalden, is de Melkweg een internationaal bekend cultureel centrum voor film, theater, video en fotografie, met muziek als belangrijkste pijler.

Haar vijfentwintigjarig jubileum heeft de Melkweg gevierd met een grondige verbouwing. In de linkervleugel van het complex is een nieuwe zaal voor popmuziek gekomen, de Max, met een ruim podium en accommodatie voor duizend bezoekers (tegen 750 in de oude zaal). De gevel is verbouwd en de kantoren worden verplaatst - de boekhouding werkt al een half jaar in een gele container in de tuin.

Dit is de tweede gedaanteverandering in de historie van de Melkweg. De eerste, in 1983, was eigenlijk rigoureuzer: toen werd het hippie-image weggeschilderd. Er kwam degelijke verlichting in het hele gebouw, al het donkerbruine hout werd eruit gesloopt, en de spontane kleuruitbarstingen op de muren werden vervangen door helder wit. Maar die renovatie was méér dan een afsluiting van het hippie-tijdperk, zegt Cor Schlösser, inmiddels directeur. Het was een poging de eigen mythe te overleven.

“In de jaren daarvoor was het bezoekersaantal explosief gegroeid. Iedere avond waren er wel duizend mensen binnen. Sommige bezoekers zagen de Melkweg als hun huiskamer, die gingen gewoon 'een avondje naar de Melkweg', ongeacht het aanbod. Ze liepen een beetje van theater naar film, aten eens wat of rookten een jointje.

“In die tijd was er een grote toevloed van jongeren die uit nostalgie naar het begin van de jaren zeventig kwamen, om alles wat ze over 'De Melkweg' gehoord hadden. Het maakte niet zoveel uit wat wij aan cultureels geprogrammeerd hadden. Er was iedere avond een vaste entreeprijs van een gulden of zes en dat maakte het extra aantrekkelijk. Maar voor ons werd het frustrerend dat de optredens niet hun verdiende aandacht kregen. Dan merkte de zanger van een band bijvoorbeeld op dat de zaal wel bomvol was, maar dat al die mensen vast niet voor hèm kwamen; ze applaudisseerden immers nauwelijks.”

Om niet aan het eigen succes ten onder te gaan, werd niet alleen een zakelijker uiterlijk geïnstalleerd, maar werden ook de prijzen veranderlijk; hoe duurder het programma, hoe hoger de entree-prijs. Bovendien, vertelt Schlösser, gingen de programmeurs kritischer kiezen wat ze aan theater, film en muziek wilden brengen. De Melkweg groeide van 'ontmoetingscentrum' tot cultureel centrum.

De Melkweg heeft zich altijd onderscheiden door het organiseren van festivals. Zo was er het Festival of Fools, en zijn er jaarlijks de World Roots Festivals, voor Afrikaanse groepen en andere 'wereldmuziek'. Tot het midden van de jaren tachtig organiseerde Suzanne Dechert (48) de Vrouwenfestivals die vanaf 1977 eerst jaarlijks en later driejaarlijks werden gehouden. Op een vrouwenfestival kwamen alleen vrouwen, werkten alleen vrouwen en traden uitsluitend vrouwen op. Van over de hele wereld namen vrouwen vakantie om het mee te maken, vertelt Dechert.

Tijdens de festiviteiten werden hoog oplopende discussies gevoerd en waren er optredens, van vrouwelijke popgroepen en bodybuilders tot erotische modeshows en striptease-danseressen. “Het was een combinatie van politiek en entertainment”, zegt Dechert. “De sfeer was nogal seksueel geladen. Het feit dat er geen mannen aanwezig waren, maakte vooral de heteroseksuele vrouwen heel vrij.”

Maar de strijdbaarheid die hier werd gepropageerd, bleek midden jaren tachtig geen weerklank meer te vinden. Bij het Vrouwenfestival van 1985, dat de laatste editie zou blijken te zijn, merkte Dechert de neiging tot individualisering. “De solidariteit was weg. Het ging niet meer om praten, de vrouwen wilden carrière maken.” Ook haar andere geesteskind, het Festival van de Verleiding, ging rond die tijd ter ziele. “Het is ook niet meer nodig, denk ik. Erotiek heeft zich zo op de voorgrond gedrongen de laatste jaren, in performances, mode, de discotheken, dat wij dat niet meer als voortrekkers hoeven te brengen”, zegt Dechert.

Sinds het verdwijnen van de festivals wordt er in de Melkweg misschien minder gepráát, er wordt meer gedanst. Direct vanaf het begin van de house-trend werden er feesten en dansavonden georganiseerd: in 1988 kon men naar de 'Dance Hall Night' en nu is er elke twee maanden de Time Machine, waarbij alle zalen van het gebouw worden ingericht als psychedelische dansgrotten.

Behalve de 'ideologische' festivals is ook een ander jaren zeventig-verschijnsel uit de Melkweg verdwenen; sinds twee jaar zijn er geen hasjiesj en marihuana meer te koop. De huisdealer die ooit werd ingesteld om opdringeringe drugverkopers in het gebouw overbodig te maken, is verdwenen. Want ook op dat punt was de Melkweg geen wegbereider meer, zegt Cor Schlösser. “Er zijn inmiddels voldoende 'coffeeshops' waar stuff kan worden gekocht.”