De held en oproerkraaier van Hongkong

Over MARTIN LEE, leider van de Democratische Partij van Hongkong, lopen de meningen uiteen. De aristocratische advocaat is voor de arbeiders- en middenklasse een democratische held, terwijl China en de zakenwereld hem maar een gevaarlijke oproerkraaier vinden. Vraaggesprek met een zeer spraakmakend politicus in de Britse kroonkolonie.

HONGKONG, 16 NOV. Martin Lee zit in de Queen's Counsels' Chamber, omgeven door tientallen strekkende meters dikke roodbruine wetboeken. Hij filosofeert over de toekomst - nog anderhalf jaar en dan is Hongkong Chinees bezit. “Ik weet niet wat er zal gebeuren als China Hongkong overneemt in 1997”, zegt Lee, die niet uitsluit dat hij dan door de Chinese autoriteiten zal worden gearresteerd.

Lee is al tien jaar een van de meest spraakmakende politici in de kroonkolonie. In 1985 werd hij bij Hongkongs eerste functionele verkiezingen tot vertegenwoordiger van de advocatenstand in de Wetgevende Raad gekozen. Bij de eerste gedeeltelijk rechtstreekse verkiezingen in 1991 en de eerste en laatste democratische verkiezingen onder Brits bestuur in september van dit jaar werd Lee met overgrote meerderheid herkozen. Lee is de zoon van een katholieke Kwomintang-generaal die in 1949 weigerde naar Taiwan te gaan en zich in Hongkong vestigde. Begin jaren vijftig liet hij zich evenmin door de toenmalige Chinese premier Zhou Enlai overreden terug te keren naar China.

Hoewel hij als topadvocaat (Queen's Counsel) miljonair werd, een aristocratische stijl heeft en met een Oxford-accent spreekt, vereren Hongkongs arbeiders- en middenklasse hem als een held die onverschrokken strijdt zowel tegen het 'verraad' van Engeland om tijdig democratie in Hongkong te installeren, als tegen de naderende Chinese dreiging om de bij Brits-Chinees verdrag gegarandeerde autonomie en democratie in 1997 teniet te doen. Puissant rijke, opportunistische zakenlui vinden Lee daarentegen een oproerkraaier en een dogmatische idealist, die de relaties met China verpest en daarmee hun kansen om nog meer te verdienen. Ook de Britten vinden hem een lastpost, die hun eindeloze en turbulente historische terugtrekkingsproces uit Hongkong hogelijk bemoeilijkt.

Lee speelde in 1991 een belangrijke rol in het overreden van premier John Major gouverneur Sir David Wilson, die hij te zwak en toegeeflijk tegenover China achtte, terug te roepen, te breken met de traditie om diplomaten-sinologen tot gouverneur van Hongkong te benoemen en een politieke vechtjas, Chris Patten, te sturen die een harde eindstrijd met China zou gaan voeren over de installatie van democratie te elfder ure. Voor China ten slotte is Lee niets minder dan een 'contra-revolutionair', een 'ondermijnend element', omdat hij na de bloedige repressie van 1989 in China de Basic Law, de grondwet voor de Hongkong Speciale Administratieve Regio (SAR) in het openbaar verbrandde en het Amerikaanse Congres opriep China sancties op te leggen. Tot de unilaterale hervormingen van gouverneur Patten had China een 'doorgaande trein' gegarandeerd, d.w.z. de in 1991 deels gekozen, deels benoemde Wetgevende Raad zou op 30 juni 1997 door Peking worden overgenomen, met het voorbehoud dat Martin Lee en zijn politieke bondgenoot, onderwijsvakbondsleider Szeto Wah, er zouden worden uitgeduwd. Sinds de verkiezingen van 1994 en 1995 is de 'doorgaande trein' voorgoed ontspoord en China zal op 1 juli 1997 een nieuwe voorlopige Wetgevende Raad benoemen.

Patten en Lee waren aanvankelijk bondgenoten, maar Lee verklaarde Patten de oorlog toen laatstgenoemde in juni zijn medewerking verleende aan een Brits-Chinees akkoord voor het opzetten van Hongkongs Opperste Gerechtshof (Court of Final Appeal - CFA). Dit Hof zal in strijd met een eerdere overeenkomst niet onafhankelijk zijn, maar een niveau boven zich krijgen, het Permanente Comité van het Nationale Volkscongres in Peking. Verder mag het Hof in strijd met eerdere afspraken slechts één buitenlandse rechter hebben en is het onbevoegd in staatszaken, waarvan de definitie dubbelzinnig is. Daardoor is volgens Lee de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht acuut in het geding. Lee noemde de overeenkomst een “Britse uitverkoop van de rechtsstaat in Hongkong” en diende een motie van wantrouwen in tegen Patten, die verslagen werd met de steun van de vrienden van China. Patten op zijn beurt beschuldigde Lee van het verspreiden van een doemstemming in de internationale media, gebaseerd op “simplistische soundbites over de vernietiging van de rechtsstaat in Hongkong”. Na zijn tweede verkiezingsoverwinning - met overweldigende meerderheid - in september verzekerde Lee dat hij een initiatief-wet zou gaan indienen die alsnog unilateraal en met onmiddellijke ingang het Opperste Gerechtshof zou instellen en er niet op zou wachten tot China dat na de soevereiniteitsoverdracht zal doen. Patten dreigde daarop prompt in zijn 'troonrede' dat hij zo'n wet met zijn 'onderkoninklijk' veto zou treffen.

Gaat u de nog resterende 600 dagen onder Brits bestuur een vernietigend gevecht leveren met Chris Patten, waarbij China zittend op een heuvel zal toekijken hoe twee tijgers in het dal elkaar afmaken?

“Als ik dat wetsontwerp indien zal het de raad onmiddellijk in tweeën splijten en Patten zal het niet ondertekenen. Het is belangrijk om die laatste 600 dagen niet constant met elkaar te vechten... Patten is goed geweest voor Hongkong. Hij heeft de bevolking geleerd voor zichzelf op te komen. Hij moet nog 600 dagen de belangen van Hongkong behartigen en niet die van Engeland. Als hij opkomt voor Hongkong steun ik hem, als hij Hongkong verraadt veroordeel ik hem.”

Wat beschouwt u als uw eigen hoofdtaak voor de resterende tijd van het Brits bestuur?

“De Chinese leiders, de bevolking van Hongkong, met name het grote zakenleven, tonen dat democratie werkt en goed is voor Hongkong.”

Wat is de belangrijkste kwestie voor u?

“Behoud van de rechtsstaat, want zonder de rechtsstaat kun je menselijke vrijheden niet behouden. De rechtsstaat moet niet alleen in Hongkong behouden blijven, maar worden verspreid naar China. Want ik heb er geen twijfel over dat China de rechtsstaat nodig heeft, meer dan ooit tevoren. De huidige leiders verzekeren dat zij hervormingen willen voortzetten en de enige manier om de corruptie te bestrijden is de rechtsstaat. Als China geen rechtsstaat wordt zal de rechtsonzekerheid naar Hongkong overslaan.”

Wordt de rechtsstaat in Hongkong nu al acuut bedreigt ?

“Absoluut. Het Opperste Gerechtshof zal geen jurisdictie over 'staatszaken' hebben en China heeft die zo gedefinieerd: 'staatszaken, zoals diplomatie en defensie'. Wat betekent 'zoals'? Als de Bank of America een zaak aanspant voor een grote som, bij voorbeeld 100 miljoen dollar tegen de Bank of China, kan China dat een staatszaak verklaren en is de rechter onbevoegd. Als ik straks gearresteerd wordt door het Chinese leger en mijn vrouw gaat naar de rechter en vraagt habeas corpus en China zegt dat elke handeling door het Chinese leger een staatszaak gerelateerd aan defensie is, dan kan de rechter mij niet redden.”

Hoe waarschijnlijk is het dat ze u zullen arresteren ?

“Ik weet het niet. Als zij de Wetgevende Raad opheffen, zullen we ons tot het uiterste verzetten. Ik kan niet bij voorbaat zeggen wat ik precies zal doen en wat niet.”

Wie zou u graag als eerste Chief-Executive van de SAR (Chinese gouverneur van Hongkong) zien?

“Ik spreek geen voorkeur uit want dat is een doodskus voor de betrokkene. Het moet iemand zijn die het vertrouwen van China en van de bevolking van Hongkong heeft. Zo iemand bestaat niet. De profielschets is negatief: iemand die aanvaardbaar is voor China en het minst onaanvaardbaar voor de bevolking van Hongkong. Het moet een zwak iemand zijn die geen eigen wil heeft.”

De naam is genoemd van de huidige eerste minister, mevrouw Anson Chan.

“Dat heb ik nooit serieus genomen. Ze zullen het nooit aan een vrouw geven. Vrouwen die in de Chinese geschiedenis macht hebben uitgeoefend waren keizerinnenweduwes die de macht (tijdelijk) grepen, zoals Mao's vrouw Jiang Qing.”