Beurzen hervatten hun gesprekken over fusie

AMSTERDAM, 16 NOV. De Amsterdamse effectenbeurs en de EOE-optiebeurs hervatten hun vorig jaar afgebroken gesprekken over een fusie. De directie van de EOE-optiebeurs is door het bestuur van de optiebeurs, waarin de leden zitting hebben, gemachtigd om weer met de effectenbeurs te gaan praten.

De EOE-optiebeurs maakte vanmorgen bekend dat de ingrijpende structuurwijziging die de beurs in oktober aankondigde aanleiding is om de in 1994 afgebroken fusiebesprekingen te hervatten. De Vereniging voor de Effectenhandel (de beurs) wil zich omvormen tot een vennootschap, vergelijkbaar met de structuur van de optiebeurs. De invoering van die nieuwe beursstructuur zal nog veel tijd vergen. Een woordvoerder van de optiebeurs zei te verwachten dat een mogelijke fusie op zijn vroegst volgend jaar zomer een feit zal kunnen zijn.

Vanaf begin 1993 werkten effectenbeurs en optiebeurs aan een fusie, die kostenbesparingen moest opleveren en de concurrentiepositie moest versterken. Maar in juni 1994 liepen de al vergevorderde fusieplannen stuk op een veto van de kleinere optiehandelaren, die een meerderheid hebben in het bestuur van de optiebeurs. In tegenstelling tot de Optiebeurs - een naamloze vennootschap - heeft de Amsterdamse effectenbeurs nu nog een verenigingsstructuur, waarin de grootbanken ABN Amro, ING en Rabo domineren. De optiehandelaren vreesden dat na een fusie met de effectenbeurs hun invloed op het bestuur zou afnemen.

Het facilitaire bedrijf van de beurs dat onder meer het handelssysteem beheert en de tak die zich bezighoudt met de afwikkeling van transacties worden ondergebracht in twee nieuwe vennootschappen. Die worden vervolgens in een holding geplaatst met een eigen directie en raad van commissarissen. Op deze holding zal het structuurregime van toepassing zijn. Daardoor zullen de leden van de Vereniging voor de Effectenhandel geen directe zeggenschap meer hebben over de regelgeving met betrekking tot de handel en de genoteerde fondsen.

Naast kostenbesparing zien optiebeurs en effectenbeurs als een belangrijk voordeel van een fusie dat de belegger beter kan worden bediend. Met het aanbieden van een gentegreerd produkt (aandelen, obligaties, valuta's en derivaten) is een belangrijk concurrentievoordeel te behalen. Vooral institutionele beleggers hechten belang aan het zogenoemde one-stop-shopping.