Berlijn

Hierbij zend ik je, Govert, allergoedhartigste reisleider, mijn verslag van de studiereis in Berlijn. Vijfendertig Nederlandse leraren als gezelschap een week lang, ik zag er tegenop. Maar het was leuk, nog leuker dan nuttig. Wat aardig van Ritzen, die wandelende bos sprokkelhout, om dergelijke uitjes voor ons te betalen. Als dank krijgt hij hierbij een interessante tip: vergroting van de middelbaar onderwijstijd met tien tot twintig procent zonder kosten. Stel, zoals op middelbare scholen in Duitsland, een professorale tien minuten in, een pauze tussen lessen waarin de leerling van het ene lokaal naar het andere loopt. Bij ons gaan deze tien minuten af van de lestijd.

Van de paar lesuren observatie achter in de klas ben ik niet enthousiast over het Duitse onderwijs geworden. De Socratische methode is er populair. Dat gaat zo: “Heinrich, waarom is er altijd weer, denk je?” “Brabbel, brabbel.” “Dat is niet helemaal goed, probeer nog eens.” “Wauwel, brabbel.” “Kun je dat aanvullen, Heidi?” “Miespel, miespel.” En zo 45 minuten achter elkaar. Om volledig door het plafond te gaan. Nou goed, ik heb het thuis even geprobeerd. Ze keken een beetje schaapachtig.

Deze lesstijl, een soort onderwijsleergesprek, berust op een gedragscode, een bio-psychologisch geconditioneerde afspraak. Er zit in ons kennelijk een antwoord-gen. Dat antwoord-gen dwingt welwillend in te gaan op iedere vraag die de omringende medemens stelt. “Weet u het Cats van Clappenburghplein?” “Zit m'n haar leuk?” “Bent u van mening dat rode kool blauw is, of toch rood?” Als we wat gevraagd krijgen, geven we antwoord. Of we willen of niet. Nee, ik bedoel: we willen. Ik denk dat vijf jaar onderwijs volgens de Socratische, zeg maar Berlijnse, methode het antwoord-gen zodanig beschadigt dat de leerling ongeschikt wordt voor goed functioneren in de samenleving.

In Oost-Berlijn bezochten we een kolossale oude bak van een school met enorme sombere gele warmgestookte gangen. Ik bezocht er het toilet. Aaaahhhh, Govert, de indringende, heerlijk zinnelijke geur van zuivere geile enkele dagen gerijpte jongenspis niet bezoedeld door gemene reinigingschemicaliën. Het leek wel eeuwen geleden dat ik dat geroken had.

Een andere, een Duitse ervaring. Met buslijn 100 reed ik van de Brandenburger Tor, vroeger Oostduits gebied, door het in de avond donkere Tiergarten Park langs de verlichte Zegezuil op het Groszer Stern en stapte uit bij de Gedächtnis Kirche in West-Berlijn. Dwars door de Muur na de Wende. Vijf brallende knullen stapten in, liepen door naar het bovendek van de bus, verklaarden luidkeels dat ze Rechts Radikalen waren, schreeuwden een lied van heel lang terug, riepen Sieg Heil en brachten de Hitler-groet toen ze enmaal weer de bus uit waren. Weet je: de blikken vol afgrijzen van de andere buspassagiers, dat vond ik zo sympathiek.

De collega's, los uit het vertrouwde sociale netwerk zich langzaam openend als bloemen, dat was het leukte. In de hotsende bus terug naar huis schuifelde Nico met een dik boek naar me toe: 'De logica van het gevoel' van Arnold Cornelis. Ik moest een stukje lezen. Ik citeer één zin. Denk bij lezing aan het kind dat in zijn jeugd om zijn ziel een persoon hoopt te bouwen. “Een leerproces heb ik gedefinieerd als catastrofaal wanneer het leren gericht is op het zoeken van een oplossing voor een probleem binnen een systeem van denken dat geen oplossing voor dat bepaalde probleem bevat.” Kassa.