Aanranding of grap (1)

Staatssecretaris Netelenbos van onderwijs draagt scholen per oekaze op om hun leerlingen veiligheid en bescherming te bieden. Hoe ze dat moeten doen is sinds de uitspraak in kort geding van de Rotterdamse rechtbankpresident (NRC Handelsblad, 10 november) niet zo duidelijk. Een jongen die van het Libanon Lyceum was verwijderd omdat hij de hoofdrol had gespeeld bij de aanranding van een medeleerlinge, en die zich bovendien tijdens zijn daaropvolgende schorsing tegen de afspraak in dagelijks voor de school ophield, moet door de school als leerling worden teruggenomen. Zijn trawanten zullen hem wel juichend binnenhalen. Het argument van de rechter dat het meisje, in aanwezigheid van een politieman geconfronteerd met de dader, gezegd had dat hij wel weer op school mocht terugkomen, is bizar. Men moet zich de gêne van het kind in die situatie even voorstellen. De poging tot verwijdering van de jongen is pure reclame voor de school en ik zou een dochter er met een gerust hart aan toevertrouwen. Maar ik zou nog geruster zijn als de nu blijkbaar hoog van de toren blazende ouders van de jeugdige grappenmaker (want dat is hij volgens het vonnis) alsnog zo verstandig zouden zijn om hun kind op een andere school te plaatsen.