Zappen door de onfrisse wereld van de antieke zeevaart

Tentoonstelling: Varen, vechten en verdienen - Scheepvaart in de Oudheid. Amsterdam, Allard Pierson Museum, Oude Turfmarkt 127. T/m 10 maart. Di-vr 10-17u, za en zo 13-17u. Cat. ƒ 19,90.

De maquette in de eerste vitrine zal de trouwe krantenlezer bekend voorkomen. Het is de Pharos van Alexandrië, die onlangs de voorpagina's haalde omdat er brokstukken van opgedoken zijn. Zelfs op kleine schaal biedt de meer dan honderd meter hoge vuurtoren, een van de Zeven Wereldwonderen uit de Oudheid, een imposante aanblik: vierkant van onderen, achthoekig in het midden en rond van boven, met op de top een standbeeld van de zeegod Poseidon - al met al een fantasierijke uitvoering van de Rembrandt Tower in Amsterdam.

De Pharos, begin- of eindpunt van de drukst bevaren handelsroute in de Hellenistische en Romeinse tijd, domineert de toegang van de klein-maar-fijne expositie Varen, vechten en verdienen, die een beeld wil geven van de scheepvaart in de Oudheid. Aan de hand van 60 objecten, variërend van vazen en reliëfs tot schaalmodellen en olielampjes, wordt een aantal capita selecta behandeld: de ontwikkeling van de scheepsbouw (van Egyptische papyrusvlotten tot Hellenistische zeekastelen met 4000 roeiers), de maritieme wapenwedloop tussen de stadstaten rondom de Middellandse Zee, en de geschiedenis van de handel over water. Er zijn modellen en afbeeldingen van dodenschepen, vissersboten en vrachtvaarders, maar de meeste aandacht van de tentoonstellingsmakers is uitgegaan naar de opkomst en ondergang van het paradepaardje van de antieke zeevaartgeschiedenis: de trireme.

De trireme (Grieks: trieres), bekend van Ben Hur, was een door 170 roeiers bemand oorlogsschip dat waarschijnlijk rond 700 voor Christus door de Grieken werd ontwikkeld uit de klassieke bireme, een galei met twee rijen roeiers boven elkaar. Hoewel het bijna duizend jaar lang als wonder van snelheid en slagkracht de zeeën zou beheersen - klassiek Athene dankte er zijn hegemonie in het Aegeïsch gebied aan - is vreemd genoeg in de antieke bronnen niet overgeleverd hoe het in elkaar zat en hoe het geroeid werd. De belangrijkste aanwijzing voor de precieze constructie van de trireme vormt het zogenoemde Lenormant-reliëf, dat in 1852 op de Atheense Akropolis werd gevonden en duidelijk maakt dat de roeiers aan beide kanten van het schip in drie rijen boven elkaar zaten.

Op de expositie in het Allard Pierson Museum is vanzelfsprekend een afgietsel van het Lenormant-archief te zien (voor het ongeoefend oog nog niet bepaald een heldere bouwtekening!); daarnaast staan er schaalmodellen van twee beroemde reconstructies: de zeer vrije interpretatie van een Griekse trireme die in 1860 in opdracht van keizer Napoleon III was gebouwd (en 18 jaar later mogelijk bij torpedoschietoefeningen van de Franse marine vernietigd werd), en de Olympias van de Britse archeologen Morrison en Coates, die na eindeloze experimenten in 1987 te water werd gelaten. Van het laatste schip is ook een segment op ware grootte opgesteld, inclusief roeiriemen; de bezoeker mag er in klimmen en zelf ondervinden hoe onfris dicht de roeiers op elkaar zaten. Zoals Aristofanes schreef in zijn komedie De kikkers: de winden en zelfs drollen van de middelste roeiers kwamen direct terecht op het hoofd van de mannen op de onderste rij.

Varen, vechten en verdienen biedt meer dan alleen een indruk van de (experimentele) archeologie op het gebied van de antieke zeevaart. Uit de eigen collectie en die van diverse musea in het buitenland werden ook tal van kunst- en gebruiksvoorwerpen bijeengebracht. Pièce de résistance is een gedetailleerd zwartfigurig drinkschaaltje (kylix) uit de zesde eeuw voor Christus waarop, als in een stripverhaal, twee scènes te zien zijn uit een achtervolging van een vrachtschip door piraten. Maar er is meer archeologisch bronmateriaal dat voor de kunstliefhebber interessant is: een bronzen stafornament uit Egypte in de vorm van een zonneboot (met de god Re net zichtbaar in een kapelletje en een trotse Horus-valk op het dak); een 'terrasvormig' Grieks vaasje in de vorm van een scheepsboeg met stormram; en een Cypriotische kan (700 v. Chr.) met een komische afbeelding van het scheepsleven: twee karikaturale mannetjes zijn druk in de weer op een vrachtboot, een derde is balancerend op de stuurriem aan het poepen en voert zo een grote vis die in het kielzog zwemt.

Vijfduizend jaar antieke scheepvaart is natuurlijk te veel voor één tentoonstelling. Varen, vechten en verdienen gaat dan ook met grote stappen door de geschiedenis en laat de bezoeker met een gemiddelde kennis van de chronologie van de Oudheid enigszins duizelend achter. Heel erg is dat niet; als voor een beperkt tijdvak - de klassiek-Griekse tijd of het Hellenisme - was gekozen, hadden we veel moois moeten missen: de nautische kleinoden uit oud-Egypte bijvoorbeeld, of de perfect uitgevoerde maquette van de haven van Ostia. In de vorm die ze nu heeft, maakt de tentoonstelling het mogelijk om ontspannen zappend de oude scheepsgeschiedenis te verkennen - van de ene elegant ingerichte vitrine naar de andere.