Shell blijft 'stevig verbonden aan de toekomst van Nigeria'

ROTTERDAM/LONDEN, 15 NOV. De Koninklijke/Shell Groep zal het project voor vloeibaar aardgas in Nigeria doorzetten, ondanks de executie, vorige week, van negen activisten voor de mensenrechten in Nigeria. Ook de andere Shell-activiteiten in het Afrikaanse land gaan onverminderd door. “Shell Nigeria blijft stevig verbonden met de lange-termijntoekomst van het land”, zei Brian Anderson gisteren in Londen namens het olieconcern.

Het gasproject, dat een investering van drie tot vier miljard dollar vergt, wordt uitgevoerd in samenwerking met andere oliemaatschappijen, waaronder het Franse Elf, het Italiaanse Agip en het Nigeriaanse Nationale Oliebedrijf. De directeur Afrika van de Koninklijke/ Shell Groep, ir. D. van den Broek, zei gisteren in Rotterdam dat het gasproject de Nigeriaanse generaals voorlopig geen cent oplevert. In tegendeel: het bewind moet 1,5 tot 2 miljard dollar bijdragen in de kosten. Pas begin volgende eeuw begint het gasproject renderend te worden.

Van den Broek reageerde op de kritiek van milieu- en mensenrechtenactivisten en van politici, dat het gasproject de macht van de militairen over de bevolking zou versterken. De Britse premier John Major zei zondag overleg met Shell te willen voeren over het project, nadat de landen van het Gemenebest op hun bijeenkomst in Auckland Nigeria als lid hadden geschorst uit protest tegen de executies. Shell heeft gezegd zo spoedig mogelijk met Major te zullen overleggen en wil ook de Nederlandse minister Van Mierlo te woord staan.

Nigeria is voor 80 procent van zijn inkomsten afhankelijk van olie. De oliewinning - twee miljoen vaten per dag, waarvan Shell meer dan de helft verzorgt - heeft hoofdzakelijk plaats in de Niger-delta, onder meer in Ogoniland. In dit gebied voert de Beweging voor de Overleving van het Ogoni-volk (MOSOP) al jaren actie tegen Shell omdat het olieconcern zou bijdragen aan een grootschalige milieuverontreiniging. De negen geëxecuteerde activisten, onder wie de schrijver Ken Saro-Wiwa, waren lid van MOSOP. Het regime veroordeelde hen ter dood wegens de moord op vier regeringsgezinde stamhoofden, maar alom werd de rechtzaak tegen Saro-Wiwa en de zijnen een showproces genoemd. Het militaire bewind zou een excuus hebben gezocht om de milieuactivisten uit de weg te ruimen.

Shell heeft gezegd de executies te betreuren en heeft opgeroepen tot verzoening in Nigeria. Shell-topman C. Herkströter had vorige week in een brief aan de Nigeriaanse juntaleider Abacha nog clementie voor de activisten bepleit.

Shell onderstreepte gisteren dat het zich niet verantwoordelijk acht voor de situatie in Nigeria, noch voor de eventuele schendingen van de mensenrechten, noch voor de milieuverontreiniging. Het concern erkent dat zich in Ogoniland milieuverontreiniging heeft voorgedaan als gevolg van de oliewinning, maar schrijft dit voor 70 procent op het conto van de plaatselijke Ogonibevolking zelf. Radicale leden van de Ogonistam pleegden volgens een film van Shell tussen 1985 en 1993 op grote schaal sabotage aan olieleidingen. Zo hoopten ze schadevergoedingen te kunnen afdwingen. Shell trok zich in 1993 terug uit Ogoniland, nadat ook het personeel werd aangevallen. De milieuorganisatie Greenpeace geeft toe dat in Ogoniland sabotage is gepleegd. Een woordvoerder van Greenpeace noemt dat “gezien de omstandigheden te begrijpen, maar natuurlijk nooit goed te praten”.

De milieuproblemen worden niet alleen door de olie-industrie veroorzaakt, zegt Shell, maar ook door ontbossing, de sterke bevolkingsgroei (4 procent per jaar) en intensieve landbouw. Per jaar spenderen Shell en partners in de oliewinning 100 miljoen dollar aan vernieuwing van pijpleidingen en milieutechnische verbeteringen in Nigeria. Shell ontwikkelt ook gemeenschapsprojecten (scholen, wegen, klinieken, waterputten en landbouwprojecten). In 1994 werd hieraan door het concern in Nigeria 20 miljoen dollar besteed.

Het beeld dat Shell en de Nigeriaanse militairen innig samenwerken sprak Van den Broek tegen: “Wij praten geregeld met de minister van oliezaken. Die wordt nogal eens gewisseld en dan moet je steeds weer uitleg geven. Met het regime zelf is er zelden contact, daar kom je niet makkelijk binnen. Van de invloedrijke positie die ons vaak wordt toegeschreven klopt niets.”

Shell meent verder dat het gasproject het milieu in Nigeria juist zal verbeteren en de economie versterken. “Als het project niet doorgaat houdt het Nigeriaanse bewind juist veel geld in kas dat ze mischien anders gaan aanwenden”, aldus ir. Van den Broek.

Het aardgas dat bij de oliewinning naar boven komt, wordt nu nog afgefakkeld (op schoorstenen of aan de grond verbrand). Dat komt omdat er bijna geen lokale markt in Nigeria bestaat voor de afzet van aardgas. Door het gas op te vangen en in vloeibare vorm te exporteren, helpt Shell dit massale verlies van energie en de milieuverontreiniging (emissies) die ermee gepaard gaat te beëindigen.

Op termijn is de export een belangrijke inkomstenbron voor het land en de betrokken maatschappijen. Bovendien ontstaan er 6.000 nieuwe vaste arbeidsplaatsen. Vandaag staat het gasproject op de agenda van de Shell-groepsdirectie, die in Londen vergadert. Verwacht wordt dat de directie eind dit jaar een beslissing neemt over de investering.