Religieuze groepen worden in Japan aan banden gelegd

TOKIO, 15 NOV. De aanslag met dodelijk gifgas die in maart in de metro van Tokio werd gepleegd is de aanleiding tot een belangrijke slag die regering en oppositie deze herfst in het Japanse parlement uitvechten. Deze week heeft de regering in het Huis van Afgevaardigden de eerste slag gewonnen met de aanvaarding van een wetswijziging die de controle op religieuze groepen versterkt. Het Hogerhuis moet zich voor het eind van het jaar uitspreken over aanscherping van de wet op religieuze rechtspersonen, maar het is wel duidelijk dat de wijziging erdoor komt.

De oppositie-partij Shinshinto verzet zich fel tegen dit voorstel omdat het de vrijheid van religie zou beperken. De belangrijkste supportersgroep van de Shinshinto is een religieuze vereniging - de boeddhistische Soka Gakkai, met rond 8 miljoen leden.

Het feit dat een religieuze organisatie is beschuldigd van het plegen van de aanslag in de metro, waarbij elf mensen om het leven kwamen, heeft de regering de rechtvaardiging gegeven haar plan door te zetten.

Een maand geleden kostte het dispuut de Liberaal-Democratische minister van justitie zijn post. Zelf gesteund door een boeddhistische groepering verzette hij zich tegen de voorgestelde wetswijziging van de regering. Maar een onbewezen gebleven beschuldiging van koehandel met de oppositie was voldoende om hem tot ontslag te dwingen.

Volgens de oppositie en vele commentatoren is het voorstel van de regering slechts ingegeven door machtspolitiek. Bij de Hogerhuisverkiezingen dit voorjaar haalde de Shinshinto een gelijk resultaat als de grootste regeringspartij, de Liberaal-Democratische Partij (LDP), die de absolute meerderheid in het parlement wil terugwinnen. De LDP regeerde onafgebroken van 1955 tot 1993 toen een groep ontevreden partijleden zich afsplitste en de LDP in de oppositie belandde. In 1994 wist de LDP in de regering terug te keren dankzij een coalitie met de Sociaal-Democraten (SDP) van de huidige premier Tomiichi Murayama.

Eén van de Shinshinto-parlementariërs die zich fel tegen het regeringsvoorstel verzetten, is Kazuo Aichi. Aichi (58) brak in 1993 met de LDP en werd lid van de Shinseito van de politieke buitenstaander Morihiro Hosokawa. Tot 1994 vervulde hij in de regering Hosokawa de post van minister van defensie en hij was in december 1994 één van de mede-oprichters van de nieuwe partij Shinshinto, waarin diverse oppositie-partijen op zijn gegaan.

U heeft gezegd dat als het regeringsvoorstel wordt aangenomen religieuze groepen “aan de genade van de regering zijn overgeleverd”. In de pers wordt gerefereerd aan de vooroorlogse periode toen het leger de vrijheid van meningsuiting beperkte. Verdwijnen alle garanties van vrijheid?

“Als religieuze groepen verplicht worden allerlei informatie over hun financiën en activiteiten aan het ministerie van onderwijs te melden, zoals de regering wil, dan wordt deze beschikbaar voor politici, voor de regering. Zij kunnen alle informatie over die organisaties opvragen die zij willen. Maar is het de bedoeling dat die gegevens openbaar zijn? Politici kunnen vragen stellen in het parlement, onderzoek laten uitvoeren, zich beklagen over activiteiten en we weten eenvoudig niet waartoe dit kan leiden. Er wordt een weg geopend voor overheidsbemoeienis waar dit niet te pas komt. De activiteiten van een religieuze organisatie behoren haar eigen terrein te zijn. Bedrijven en privé-personen hoeven toch ook geen opening van zaken te geven?

Het regeringsvoorstel zou uitsluitend tegen uw partij zijn gericht omdat u wordt gesteund door Soka Gakkai.

“Er wordt een weg geopend voor de regering. Informatie is altijd te gebruiken. Of en hoe ze het zal gebruiken, kan ik niet zeggen. Ik denk dat de volgende verkiezingen al snel, begin volgend jaar, zullen worden uitgeschreven.

Religieuze groepen in Japan hebben zeer veel leden. Toch steunt volgens opiniepeilingen 85 procent van de bevolking het wetsvoorstel. Waarom?

“Als je kijkt naar de ledenaantallen die deze organisaties zelf opgeven, dan kom je uit op tweemaal de Japanse bevolking. Dat is pure nonchalance. Bij onderzoek blijkt dat 70 procent van de Japanners zegt geen geloof te hebben. Deze mensen kijken alleen maar naar het incident met Aum Shinrikyo, de moorden, en zijn bang. Toch is met de huidige wetgeving genoeg tegen Aum te doen, zoals nu al gebeurt. Verdachten zijn gearresteerd en de organisatie wordt ontbonden. Als een religieuze groep zich aan criminaliteit schuldig maakt, wordt ze vervolgd. Daar is geen wetswijziging voor nodig. Ook al zeg ik mensen dat dit incident en de wetswijziging niets met elkaar te maken hebben, ze luisteren niet. Men heeft zich de angst nu eenmaal in het hoofd gezet. Als de regering zegt dat deze wijziging ervoor dient om dit soort incidenten voortaan te voorkomen dan steunt men haar. Dit is nu eenmaal Japan, zonder na te denken rent men allemaal in dezelfde richting. Dat zit in het karakter, zo lijkt het.”