Polak (VVD) voor invoeren van correctief referendum; 'Ik ga nu op kruistocht, absoluut'

ROTTERDAM, 15 NOV. De VVD is gewaarschuwd. Minus Polak komt er aan! De echte partijgangers weten wat dit betekent: een strijd vóór het referendum. “Ik ga nu op kruistocht”, zegt hij strijdbaar. “Ja, absoluut!” Nu H.C.G.L. Polak sinds 1 augustus van dit jaar wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd geen lid meer is van de Raad van State, voelt de VVD'er zich helemaal vrij man om ten strijde te trekken. En dat zal volgens hem nodig zijn om de kabinetsplannen een correctief referendum in te voeren ook daadwerkelijk in het staatsblad te krijgen.

Alles zal afhangen van de houding van de VVD, want omdat het hier een wijziging van de grondwet betreft zal uiteindelijk zowel in de Tweede als de Eerste Kamer een meerderheid van twee derden noodzakelijk zijn. En op die houding van de VVD is Polak nu juist niet gerust. “Mijn partij kan een heel aparte rol gaan spelen. Het CDA is tegen, dat staat vast. Er hoeven maar een paar VVD'ers tegen te zijn en men krijgt het niet in de grondwet. Dus moet ik nu veel aan interne zending gaan doen, want het is echt een dubbeltje op zijn kant.”

Dat de vrees van Polak niet ongegrond is, bleek gisteren bij de algemene politieke beschouwingen in de Eerste Kamer. Regeerakkoord of niet, de VVD in de Eerste Kamer ziet niets in een referendum, zo maakte fractievoorzitter F. Korthals Altes onomwonden duidelijk. Of de liberale senatoren een dergelijk voorstel zullen steunen, is dan ook nog maar zeer de vraag, aldus de waarschuwende woorden van Korthals Altes.

Het is precies waar Polak, halverwege de jaren zeventig zelf kortstondig lid van de Eerste Kamer, bang voor is. “Kijk”, zegt hij, “hoe dualistisch ik ook ben, dit is zeer plechtig tussen de coalitiepartners afgesproken. Wij VVD'ers wisten dat het referendum voor D66 een halszaak was. Dan vind ik dat je ook loyaal aan het regeerakkoord moet wezen.”

Al jaren pleit Polak binnen de VVD voor het referendum. Al die jaren ook was het een tevergeefs pleidooi. Elke keer als het onderwerp ter sprake kwam, bleek een meerderheid binnen de VVD toch weer tegen het introduceren van een volksraadpleging in welke vorm dan ook. “Het is altijd een moeilijk punt binnen de VVD geweest”, zegt Polak. “Geertsema was mordicus tegen, maar Oud was voor. Het referendum blijkt zich dus wel te verdragen met het liberale beginsel.

“In onze partij kiest men voor de representatieve democratie. Een referendum wordt beschouwd als het afkrabben van dit beginsel. Nou geef ik toe dat als je te veel referenda krijgt, het niets wordt met het bestuur. Maar als een referendum bij wijze van uitzondering wordt toegepast en onder strikte voorwaarden, vind ik het geen uitholling van de representatieve democratie. Het hoogste staatsorgaan, dat zijn nog altijd de gezamenlijke kiezers. Waarom is het nu het afkrabben van de representatieve democratie als je van tijd tot tijd dat hoogste staatsorgaan raadpleegt?”

Misschien omdat een referendum wel uitsluitsel geeft over waar de meerderheid tegen is, maar niet over wat men vervolgens wèl wil.

“Dat is waar. Maar is het doorstrepen van een beslissing van een vertegenwoordigend lichaam een ontoelaatbare zaak als je niet zelf de scherven opruimt? Wat doet een rechter? Bij de Raad van State hebben wij verschrikkelijk vaak een streep moeten zetten door een besluit van een gemeenteraad. Dan waren wij als rechter ook niet belast met het opruimen van de scherven. Elke keer hoor je dat argument. Maar als dat argument goed is, zou het ook moeten leiden tot het beletsel om de rechter nietigheid te laten uitspreken.”

Het Rotterdamse referendum heeft toch laten zien dat demagogie de overhand kan krijgen.

“Dat kan, maar dat kan bij elke politiek.”

Een representatieve democratie kan het neutraliseren.

“Daar zit natuurlijk wat in. Maar op de een of andere manier heb ik fiducie in de gezamenlijke burgerij. Zoals de Engelsen altijd over hun parlement zeggen: 'A parliament has more common sense than anybody in it'. Zo is het met de gezamenlijke kiezers ook. Je kunt ze in hun totaliteit veel meer vertrouwen dan elke kiezer apart. De gezamenlijkheid geeft iets heel merkwaardigs.”

Is het correctieve referendum wat u betreft de enig toelaatbare vorm van volksraadpleging?

“Ik zou op dit moment zeker niet verder willen gaan. Laten we eerst maar eens kijken hoe dit loopt. Ik vind het referendum broodnodig in een tijd waarin kiezers steeds minder te kiezen hebben. Alles gaat op elkaar lijken. Dus is het goed om de mensen bij de les te houden. Ik merk het aan me zelf. Ik heb het ontzettend vervelend gevonden dat men hier in Rotterdam bezig was onze stad af te breken. Ik heb dus van ganser harte meegedaan met het referendum en tegen gestemd.”

Wat vindt u van het huidige kabinetsplan?

“Er moeten natuurlijk een paar schoonheidsfouten worden weggenomen. Die grens van 600.000 handtekeningen die nodig is om een referendum te kunnen organiseren, moet naar beneden. Dat is eigenljk bewuste onwil. Dat iedereen naar het gemeentehuis moet om zijn handtekening te zetten, vind ik ook een streek. Dat werkt uiterst blokkerend. Daar moeten ze wat anders op verzinnen, anders wordt het niks. En dat er geen referendum gehouden mag worden over verdragen vind ik mal. Juist in internationale verdragen worden steeds vaker belangrijke dingen weggegeven.”

Zou de volgende fase in het proces van de Europese eenwording volgens u aan een referendum kunnen worden onderworpen?

“Ja, eigenlijk wel. Het is enorm volwassen om zo'n enorme beslissing te leggen bij het hoogste staatsorgaan.”