'Plannen voor stadsprovincie zijn vlees noch vis'; WRR-lid Derksen over regiobestuur

DEN HAAG, 15 NOV. Toen de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid zich twee jaar geleden aan de inrichting van het binnenlands bestuur zette, was er geen vuiltje aan de lucht. De stadsprovincie zou worden ingevoerd, zo besliste het kabinet-Lubbers III. Om een einde te maken aan alle ruzies tussen grote steden, hun randgemeenten en betrokken provincies over het oplossen van regionale problemen zou in grootstedelijke gebieden als Rotterdam, Amsterdam, Den Haag, Utrecht en Hengelo/ Enschede een nieuwe bestuurslaag worden gecreëerd.

Inmiddels is dit serene beeld hardvochtig verstoord. Niet alleen maakten burgers van Rotterdam en Amsterdam per referendum duidelijk weinig in de nieuwigheid te zien. Ook betrokken stadsbestuurders zelf sloegen aan het twijfelen. En nu het kabinet op het punt staat samen met de Tweede Kamer te beslissen in Rotterdam de plannen toch door te zetten, komt er een nieuwe kink in de kabel: de WRR blijkt helemaal niets in de stadsprovincie te zien.

Het rapport Orde in het Binnenlands Bestuur moet officieel nog verschijnen, pas na de besluitvorming in de Tweede Kamer. Daarom laat één van de belangrijkste opstellers, de bestuurskundige prof.dr. W. Derksen, nu vast weten dat het belangrijkste wetenschappelijke adviesorgaan van de regering de stadsprovincie “vlees noch vis” vindt en derhalve afwijst. In plaats daarvan raadt Derksen kabinet en Kamer aan de bestaande structuren (provincie en gemeente) beter te benutten.

Bent u niet te laat met uw advies? Zijn al niet te veel stations in de besluitvorming gepasseerd om het tij nog te keren?

“De geschiedenis van binnenlandse bestuurlijke reorganisatie heeft aangetoond dat nog nooit een station te veel is gepasseerd. Rotterdam heeft ooit het Openbaar Lichaam Rijnmond gehad met een eigen kantoor en een eigen voorzitter, maar dat is weer opgeheven. De stadsprovincies zijn er nog niet eens. De 'lex specialis' over de stadsprovincie in Rotterdam is niet door de Tweede Kamer aangenomen, en gisteren is door de PvdA in de Eerste Kamer gezegd dat Rotterdam maar even moet wachten. Binnen de politieke partijen is de liefde voor de stadsprovincie bekoeld. Mocht de stadsprovincie niet doorgaan, dan is dat geen primeur in de geschiedenis.”

U vindt de stadsprovincie “vlees noch vis”. Wat bedoelt u daarmee?

“De stadsprovincie is noch provincie noch gemeente. Daarnaast bestaat er grote onduidelijkheid wat nu de taak van de stadsprovincie in dat binnenlands bestuur moet zijn. Het is iets wat in het midden ligt in een eindeloos touwtrekspel tussen allerlei strijdende partijen zonder dat iemand dat concept precies kan benoemen. Dat uit zich onder meer in de moeilijkheden om de stadsprovincie af te bakenen. Nieuwerkerk aan den IJssel waar nota bene de belangrijkste toekomstige bouwlokaties voor de stad Rotterdam te vinden zijn, valt buiten de voorgestelde stadsprovincie aldaar.

“We zijn in het verleden constant beziggeweest de schaal van het binnenlands bestuur aan te passen aan de maatschappelijke eisen: de politieregio's, stadsprovincies, vervoersregio's, regio's voor de arbeidsvoorziening, noem maar op. Er is een permanent debat over de vraag hoe groot en hoeveel, alsof dat objectief te bepalen valt. Daarvoor zit er te veel dynamiek in de maatschappelijke eisen. Rotterdam kan voor wat betreft de vervoerslijnen niet zonder de Zoetermeerlijn en Hofplein-lijn naar Den Haag, maar voor de arbeidsmarkt weer niet zonder Dordrecht. Hoe verenig je dat allemaal in één stadsprovincie? Het lijkt ons raadzamer de stabiliteit van bestaande bestuursstructuren te vergroten in plaats van achter allerlei ontwikkelingen aan te hollen.”

Toch zijn sommige problemen te groot voor de gemeenten en te klein voor de provincie. Wat is uw alternatief voor de stadsprovincie?

“Amsterdam laat dat in feite al zien. Daar heeft men de gedachte van de stadsprovincie laten varen en kijkt men welke samenwerking tussen gemeenten bij welk probleem past. Intergemeentelijke samenwerking is een heel mooi instrument dat het kabinet te vaak negeert. Je hebt daarbij overigens wel goede coördinatiemogelijkheden nodig van de bestuurslaag die nu provincie heet. Vaak komt de provincie daar niet aan toe. Behalve door een gebrek aan bevoegdheden komt dat door de dubbele taak die ze nu heeft: ze coördineert, maar wil ook zelf bedenken welk beleid gewenst zou zijn. Dat leidt tot discussies zoals in Den Haag waar een tijd geleden voor het eerst in de geschiedenis centrumgemeente en randgemeenten het eens waren over de verdeling van de woningen. Maar toen kwam de provincie Zuid-Holland met een eigen rapport waaruit bleek dat alle woningen tussen Delft en Pijnacker moesten komen. Daarmee was in één klap alle consensus weg.”

U wilt meer armslag en meer grondgebied aan de grote steden geven. Hoe legt u dat uit aan randgemeenten die daarvan het slachtoffer worden?

“Aan Rosmalen dat is geannexeerd door Den Bosch, is dat uitgelegd door het kabinet. Het kan dus wel. Als de structuur en toekomst van een regio in belangrijke mate worden bepaald door de vitaliteit van de grote stad, moet daar iets tegenover staan. Zoiets moet het kabinet duidelijk kunnen maken. Ons rapport is sowieso een oproep aan het kabinet meer verantwoordelijkheid te nemen voor het binnenlandse bestuur. Dat gebeurt nu veel te weinig. Het kabinet wilde geen blauwdrukken, de verandering moest zo nodig 'van onderop komen'. Maar aan stad en provincie kun je toch niet alle binnenlands bestuurlijke hervormingen overlaten?”