Lernen

De groeiende boekenstapels op mijn mat geven aan dat het weer tijd is om de boekenkast uit te dunnen. Criterium: die schrifturen die ik de laatste jaren alleen nog ter hand nam om ze af te stoffen, gaan ongeopend in de kartonnen doos voor de tweedehands boekwinkel. Niksen is prima, maar niet op míjn planken. Ongeopend weg? Ja, want ik wil niet gaan twijfelen. Twee verschillende uitgaven van dezelfde roman? Overbodig, ik ben geen verzamelaar. En dit boek lees ik toch nooit meer. Zo, al weer een halve plank vrij.

Dan aarzel ik. In mijn hand ligt zwaar een zwart gebonden boek: Tenach, Hebreeuws/ Engels. Het afstofcriterium geldt. Bovendien bezit ik een tweede, betere uitgave. Toch sla ik het boek open. Ik herken de bladspiegel als een lang vertrouwd gezicht. Uit de dik gedrukte letters klinkt zacht de zangerige stem van Meneer A., oud-voorzanger van de joodse gemeente, die mij in het geheimschrift inwijdde.

Met zijn vrouw woonde hij op een bovenverdieping niet ver van de sjoel. Als ik had aangebeld, keek een van beiden vanuit het trapgat naar beneden om te zien wie er binnenkwam. En iedere keer wanneer ik, bij de hoogste treden, boven zijn keppeltje of boven haar pruik begon uit te groeien, viel het mij op hoe weinig ruimte hun gestalten innamen.

Voor het lernen ging alles opzij. Zodra Meneer mijn jas had aangenomen, vouwde Mevrouw het tafelkleed in de huiskamer op. Het gebloemde zeiltje onder het kleed bood een betere ondergrond voor het schrijven. Bovendien schoven de boeken daar gemakkelijker overheen en hadden hun ruggen minder te lijden. Mevrouw zette schaaltjes bonbons, fondantjes en roomboterkoekjes op tafel. “Neemt U toch.” Ik was zo'n overvloed aan snoepgoed niet gewend en wist evenmin wat de beleefdheid bij zoveel aanbod toestond. Naast het snoepgoed plaatste ze kopjes en een volle pot thee. Dan trok ze zich terug in de kleine keuken en hoorde ik haar niet meer. Het enige bewijs dat ze het huis niet verlaten had werd geleverd door de geuren van vers baksel, gember of zoete appeltjes die - naarmate het lesuur verder uitliep - sterker de kamer binnendrongen. Het zangerige Hebreeuws van Meneer werd begeleid door structuurloos gerommel uit mijn buik. “Neemt U toch!”, spoorde hij mij aan. Hoewel ik drie generaties jonger was dan hij, bleef hij mij met U aanspreken, maar zijn stem was zo vriendelijk dat het klonk als Jij.

De eerste les vroeg ik hem of hij de teksten op de band wilde voorlezen en meteen vertalen. Na enige zachte weerstand van zijn kant (hoeveel kinderen had hij niet via zijn eigen beproefde alef/bethmethode onderwezen?) voldeed hij aan mijn verzoek en begon te lezen uit: 'De Vijf Boeken Mozes'. Van elk woord, zelfs grammaticale termen maakte hij muziek: “Deze werkwoordsvorm noemen wij de hitpaël. Hebt u daar al van gehoord?” Ik schudde van nee en lachte om het huppeltje in zijn stem. Hitpaël, hitparade, alsof het een danspasje gold.

Hij verklaarde de toontekens en soms zong hij voor mij: Psalmen of Liederen Voor De Hoge Feestdagen. Dan haalde hij de stemvork, die hij altijd bij zich droeg, uit zijn zak, zocht de toon en controleerde aan het eind van het lied of hij zuiver gebleven was. Aan het nauw merkbare glimmen van zijn ogen kon ik zien dat zijn gehoor nog steeds goed was. “Dat was het belangrijkste wat ik vroeger moest leren”, zei hij, “op toon blijven”.

Ik doe het boek dicht en zet het, zonder de rug geweld aan te doen, terug op de plank. Later, aan de universiteit, kreeg ik door mensen die veel geleerder waren dan de oude chazan, andere boeken aangeraden. Daar staan ze: woordenboeken, grammatica's en een kostbare Tenach-uitgave voorzien van een uitgebreid tekstkritisch apparaat. Ik kijk er naar met een blik even onverschillig als het kille licht van collegezalen op grijze formicatafels. Zij missen de begrenzing van de huiskamer, de bloemen van het tafelzeiltje, de geur van zoete appeltjes, het geluid van de oude stem en het beeld van Mevrouw wanneer ze met de handen stil in de schoot van haar schort, op de enige stoel tussen de kast en de keukentafel, rustig zat te wachten tot het lernen was gedaan.