Japan houdt actie-plan van APEC vaag

OSAKA, 15 NOV. Morgen begint in Japan de jaarlijkse top van het Asian Pacific Economic Cooperation forum (APEC) die moet leiden tot het aannemen komende zondag van een 'actie-agenda' voor liberalisering van de economiën rond de Stille Oceaan. Voor Japan dat sinds januari voorzitter is, wordt het moeilijk om dit jaar een concrete invulling te geven aan dit streven.

In Osaka liet de Japanse minister van buitenlandse zaken, Yohei Kono, vandaag al weten dat van zijn land geen grote daden moeten worden verwacht voor de actie-agenda. APEC is volgens hem een “los forum voor consultatie en samenwerking, bestaand uit leden die politiek, economisch en sociaal grote verschillen kennen”. Daarom is het niet praktisch, aldus Kono, om te streven naar “een legalistisch raamwerk dat alle leden dezelfde rechten en verplichtingen oplegt”.

In de aanloop naar de top is dan ook het grote discussiepunt of de deelnemers overeenstemming zullen bereiken over de mate van concreetheid en dwingendheid van de te maken afspraken. Als reden voor het maken van uitzonderingen wijzen vooral Aziatische leden op de grote verschillen in economische ontwikkeling van de 18 leden van het losse samenwerkingsverband APEC. Lid zijn onder meer de Verenigde Staten, Nieuw-Zeeland, Chili, Indonesië, China, Taiwan en Japan.

De actie-agenda is het vervolg op de slotverklaring van Bogor, Indonesië, van vorig jaar waarin de belofte werd vastgelegd om in het jaar 2020 vrije handel in de regio te bereiken. De Indonesische president Soeharto kon met deze loffelijke doelstelling in de slotverklaring zijn voorzitterschap van de APEC als een succes beschouwen. Er werd echter met geen woord gerept over de invulling van dit streven.

Volgens Kono moet de liberalisering binnen de APEC niet via onderhandelingen verlopen, maar op basis van “vrijwilligheid”. De actie-agenda moet alleen algemene principes en richtlijnen bevatten volgens welke de leden vervolgens vrijwillig en in onderlinge samenwerking zullen liberaliseren. Deze methode is de “Asia-Pacific Way”, aldus Kono, waarmee hij het verschil met vooral de Verenigde Staten aangeeft in de benadering van geschillen.

De 'Aziatische' methode biedt een weg om probleemgebieden te omzeilen. In eerder ambtelijk overleg deze week over de inhoud van de actie-agenda bevatte het Japanse voorstel nog de clausule dat een “aparte behandeling” voor gevoelige sectoren van een land mogelijk moest zijn - vooral de agrarische sector is een bron van geschillen. Na protest van onder meer de Verenigde Staten en Australië werd een compromis bereikt op “flexibiliteit” in liberalisering.

In Japan komt het dilemma deze week duidelijk tot uiting in de zuidelijke provincie Saga, een belangrijk rijstverbouwend gebied. Tegelijk met de top van regeringsleiders van APEC zijn zondag in Saga verkiezingen wegens het overlijden van het plaatselijke lid van het Huis van Afgevaardigden, Seijiro Otsuka. Otsuka was sterk tegen liberalisering van de rijsthandel en bezocht kort voor zijn overlijden nog Zuidoost-Azië om internationale steun te zoeken voor het standpunt van de Japanse agrarische sector. De regeringspartij LDP en de oppositionele Shinshinto hebben nu in de verkiezingsstrijd beiden hun kandidaat gesteund door de lokale bevolking te beloven dat ze de Japanse rijstboeren zullen beschermen.

Vorig jaar zei Clinton in Jakarta dat de VS zich onder meer bij APEC hadden aangesloten uit angst dat een Aziatisch handelsblok zou ontstaan. Een handelsblok is APEC niet, maar de angst niet te kunnen profiteren van de sterk groeiende Oostaziatische economiën lijkt zeker de grootste bron van geschillen binnen de APEC.

Kono stelde vandaag dat economische en technische samenwerking een van de pijlers van de APEC moet zijn. Ter bevordering hiervan stelt Japan het programma 'Partners for Progress' (PFP) voor, gericht op training en kennisuitwisseling. De VS verzetten zich in eerste instantie tegen dit programma omdat ze bevreesd waren dat Japan het zou gebruiken om een dominante rol in Azië te krijgen. Na een kleine herziening van het Japanse voorstel stemden de VS echter in met de plannen. Gisteren werd bekend dat Japan 10 miljard yen (100 miljoen dollar) beschikbaar stelt voor projecten in het kader van het PFP-programma.