Hoogbegaafden flippoën in de klas

VOORBURG, 15 NOV. Kan en moet een gewone middelbare school anno 1995 hoogbegaafde leerlingen vrijstellen van een lesprogramma of is dat van de leerlingen, hun ouders, docenten en normaal begaafde klasgenoten te veel gevraagd? Rector D. van Hennik van scholengemeenschap Dalton-Vatel is overtuigd van het eerste, maar makkelijk is het niet, ervaart hij.

Tachtig van de in totaal 1.315 leerlingen op zijn school voor mavo, havo en vwo volgen een “ingedikt en versneld” lesprogramma dat bestemd is voor hoogbegaafden. Dat betekent iedere dag schipperen. Of zoals zijn conrector P. Hendriks het verwoordt: “Dagelijks sta ik voor het dilemma of ik een hoogbegaafde leerling kan laten magicen - dat is flippoën voor hoogbegaafden. Of dat ik hem moet aansporen iets beters met zijn tijd te doen.”

Gisteren belegde de school een discussieavond om de onvrede over het project met ouders, docenten en leerlingen te bespreken. Directe aanleiding was een missive die boze ouders van hoogbegaafde kinderen de school hadden gestuurd. Ze merkten dat de prestaties van hun oogappels achterbleven bij hun verwachtingen - een zoon bleef op de mavo zitten “omdat hij sociaal nog niet lekker in zijn vel zat”. Tegelijkertijd wekten de hoogbegaafde scholieren scheve ogen bij hun 'normaal begaafde' klasgenoten. Waarom, zo zoemde door het klaslokaal, mogen hoogbegaafden wel zeven van de tien lessen missen en met drie onvoldoendes overgaan en ik niet? En tenslotte groeide ook de irritatie onder docenten die meer dan genoeg hadden van soms “drammende ouders” die twisten over lage cijfers van hun hoogbegaafd kind, aldus de rector.

Van Hennik maakte duidelijk dat hij deze problemen nooit had voorzien bij de invoering van het hoogbegaafdenproject drie jaar geleden. Het was “een beetje mijn hobby”, erkende hij. Met anderhalve ton subsidie van het ministerie van onderwijs benaderde hij onderzoeker T. Mooij van de Nijmeegse universiteit, daarna werd met het project begonnen. Sindsdien komen leerlingen van Eindhoven tot Alkmaar naar zijn school - slechts vier middelbare scholen in Nederland hebben een project voor hoogbegaafden - en niet zelden nadat ze mislukt zijn op andere scholen.

Afgesproken werd dat hoogbegaafde leerlingen wel eindtoetsen maken maar zelf bepalen of ze lessen bijwonen of hun tijd op school anders besteden. Uit onderzoek is namelijk gebleken dat hoog- en meerbegaafde leerlingen onderpresteren en obstinaat worden als ze dag in dag uit de lesstof klassikaal krijgen voorgekauwd zonder eigen verantwoordelijkheid. Bovendien werd overeenkomstig de uitgangspunten van het Dalton-onderwijs bepaald dat de leerlingen niet worden getest op hoogbegaafdheid maar zélf beslissen of ze zo'n aangepast programma doorlopen.

Over deze uitgangspunten waren alle aanwezigen het gisteravond eens. Maar het was vooral de praktijk die vragen opriep. Waarom besloten de leraren dat haar hoogbegaafde zoon moest blijven zitten, vroeg een moeder. Hij kreeg daardoor “een enorme klap op zijn kop. En doet nu niets meer”. “Dat is zijn eigen verantwoordelijkheid”, repliceerde een docent, “we beoordelen elke leerling apart: heeft hij gewerkt, kan hij de stof aan, is hij zijn afspraken nagekomen en is hij gemotiveerd. En dan zie je vaak dat ouders willen dat hij vwo doet, maar een kind zelf liever op de havo blijft.”

Niet altijd komt het goed. De eerste lichting hoogbegaafden heeft het Dalton verlaten, al dan niet met diploma - de school houdt er geen cijfers van bij. Belachelijk, vond een ouder, logisch vond een ander: “Cijfers zeggen niets, elk hoogbegaafd kind is weer anders.” Ido Pat-El (16) uit havo vier knikte bevestigend. “Maar ik wou dat ze er in mijn klas ook zo over dachten. Als ik niet het hoogste cijfer haal, is het direct van: 'jij bent niet hoogbegaafd'. En als ik besluit een paar keer geen lessen te volgen, val ik buiten de klas. Dan kan ik nergens meer over meepraten.”

Toch is een aparte klas geen oplossing, zei Van Hennik. Daarvoor verschillen de kinderen te veel, en juist een klassikale benadering zet deze groep hoogbegaafden aan tot onderpresteren. Hij is ervan overtuigd dat alles weer goed komt. “Dit is geen titanenstrijd. Dat steggelen over cijfers en zittenblijven, dat gaat vanzelf over. Het vergt tijd om onze vastgeroeste ideeën af te leggen. Want de toekomst is dat niet wij meer het onderwijs bepalen, maar elke leerling voor zich.”