Het Nationale Ballet op reis met nieuw werk van Ted Brandsen

Gezelschap: Het Nationale Ballet. Nieuw werk: Bach Moves. Choreografie: Ted Brandsen. Muziek: J.S.Bach. kostuums: François-Noël Cherpin. Licht: Jos Janssen. Reprises: Kammermusik no.2 (Balanchine/Hindemith) en De omkeerbaarheid van roest (Van Schayk/Scelsi). Gezien: 14 november, Stadsschouwburg, Amsterdam. Nog te zien: 15/11 Tilburg, 18/11 Groningen, 19/11 Leeuwarden, 21/11 Enschede, 22/11 Den Bosch, 23/11 Nijmegen, 24/11 Arnhem, 28/11 Venlo, 29/11 Eindhoven, 30/11 Heerlen.

Het Nationale Ballet is niet zo vaak buiten de Randstad te zien, maar deze maand reist dit gezelschap naar tien door het land verspreide plaatsen. Het daarvoor samengestelde programma bevat Balanchine's Kammermusik no.2, in maart 1994 op het programma genomen, Toer van Schayks De omkeerbaarheid van roest, in juni van dat zelfde jaar gecreëerd en de wereldpremière van Bach Moves, gemaakt door Ted Brandsen. De drie balletten hebben gemeen dat de makers de klassieke ballettechniek als basistaal hanteren - met veel spitzenwerk voor de meisjes - maar daar allerlei verworvenheden van de twintigste-eeuwse dans in verweven. Van Schayks Omkeerbaarheid van roest heeft een verhalend thema al gaat het beslist niet om een in dans vertelde geschiedenis.

Het is een indringende, gestileerde choreografie met als uitgangspunt de botsing tussen twee culturen en de onontkoombaarheid van wederzijdse beinvloeding. De beide andere werken zijn pure 'muziek'-balletten. Balanchine's, wat verkrampt gedanste, overcomplexe Kammermusik no.2 heeft twee solisten paren en een corps de ballet van acht mannen, Ted Brandsens Bach Moves heeft vijf paren waarvan er twee centraal staan. Brandsen was tien jaar als danser verbonden aan Het Nationale Ballet, maakte daar zijn eerste choreografieën en is sinds 1991 als free-lance choreograaf werkzaam. Hij toont zich als dansschepper, ook in dit nieuwe werk, een bekwaam vakman, wiens grote voorbeeld Hans van Manen is. Je ziet in Brandsens werk het streven naar diens helderheid, zowel in beweging als in de wijze waarop de passen en de dansers in de ruimte worden gezet. Je herkent het vrije gebruik van armen, de manier waarop dansers op en af gaan, het contact dat zij met elkaar hebben.

Er is helemaal niets mis in het volgen van grote voorbeelden, maar ik zou nu toch wel wat meer van een specifiek 'Brandsen'-stempel hebben willen zien. Dat neemt niet weg dat Bach Moves ook door de gekozen muziek (het Klavierconcert in D van J.S. Bach) een vitaal, pittig, speels en goed in elkaar gezet werk is met wat te veel, nog niet echt exact genoeg uitgevoerde armbewegingen en te druk langs elkaar schuivende groepen. Het middendeel wordt gevormd door twee mooi uitgewerkte duetten waarin de choreograaf zijn solistenparen Marieke Simons/Boris de Leeuw en Nathalie Caris/Robert Bell tot voortreffelijke prestaties en tot werkelijk samen dansen weet te brengen. Met name Nathalie Caris verraste door een nieuw verworven genuanceerdheid in timing, expressie en dynamiek. De nauwsluitende, zwart-roze costuums, ontworpen door danser François-Noël Cherpin, sloten goed aan bij de choreografie, evenals het sobere toneelbeeld: een blauw doek afgebakend door een lichte lijn.

Het was goed Het Nationale Ballet met dit reisprogramma in zijn oude behuizing, de Amsterdamse Stadsschouwburg, terug te zien. Het theater heeft een intimiteit die de persoonlijkheden van de dansers dichter bij het publiek brengt waardoor een grotere betrokkenheid ontstaat.