Het einde van de gulden

DE GULDEN HEEFT over minder dan zeven jaar afgedaan. Als het aan het Europese Monetaire Instituut (EMI) ligt, gaan alle betalingen en verrekeningen dan in een Europese munt. De burgers zullen moeten wennen aan nieuwe prijzen, de financiële instellingen moeten tienduizenden computerprogramma's wijzigen, de centrale banken verliezen hun nationale zelfstandigheid. Niet alle lidstaten van de Europese Unie zullen direct meedoen, maar de kalender voor invoering van onlosmakelijke wisselkoersen en, drie jaar later, van een gemeenschappelijke munt, zijn gisteren gepresenteerd door het EMI, de voorloper van de Europese centrale bank in Frankfurt.

Nu de technische blauwdruk voor de introductie van een Europese munt is afgerond, komt het aan op duidelijkheid en besluitvaardigheid in politieke zin. De aanstaande Europese top in Madrid, 15 december, krijgt daarom een groot gewicht. Daar moeten de regeringsleiders en staatshoofden niet alleen de voorgestelde EMI-procedure bekrachtigen, maar ook tot overeenstemming komen over de naam van de munt (werktitel: 'euro'), over de selectieprocedure van landen, over de monetaire betrekkingen met de niet-deelnemers en over het 'stabiliteitspact' dat de Duitse minister van financiën Waigel onlangs als nieuwe voorwaarde heeft toegevoegd aan de toelatingseisen voor deelname aan de gemeenschappelijke munt.

DIE VOORWAARDEN vergroten de kans dat de euro een keiharde vervanger van de D-mark en de gulden zal zijn. Ze leggen nieuwe, verregaande eisen op aan het begrotingsbeleid van landen die aan de gemeenschappelijke munt willen deelnemen. Staat in het Verdrag van Maastricht dat het begrotingstekort maximaal drie procent mag bedragen, Duitsland heeft dit geamendeerd door te eisen dat het tekort van de deelnemende landen gemiddeld slechts één procent bedraagt (zodat het tijdens een recessie kan oplopen tot het toegestane maximum) en dat automatische boetes de landen na de totstandkoming van de monetaire unie binnen de normen van Maastricht houden. Waigel heeft inmiddels steun gekregen van Frankrijk en van de Europese Commissie, alsmede van de president van De Nederlandsche Bank. Het betekent dat Nederland snel meer werk moet maken van de vermindering van het financieringstekort en van de staatsschuld. Tot het Nederlandse parlement en de vakbonden in de overheidssector is nog niet doorgedrongen hoe serieus dat is.

De economische wenselijkheid van stabiele munten is onlangs gedemonstreerd door de klachten van grote industriële ondernemingen over de oneerlijke concurrentie die ze ondervinden uit de zwakke muntlanden Italië, Spanje en Groot-Brittannië. Een Europees kerngebied met één munt en een nieuw stelsel van wisselkoersen met de omringende landen kan deze problemen van concurrerende devaluaties ondervangen.

VAN DIVERSE KANTEN is de afgelopen weken en maanden om uitstel van de monetaire unie gepleit. Dat is begrijpelijk vanuit politiek opportunisme, want dat sommige landen, zoals Italië, straks niet meedoen is voor iedereen nu wel duidelijk. In Duitsland probeert de socialistische oppositiepartij SPD met de oproep tot uitstel het gebrek aan enthousiasme onder de Duitse bevolking voor de inlevering van de D-mark te kapitaliseren. Maar het is onverstandig: zodra uitstel geformaliseerd wordt, valt de druk tot sanering van de overheidsfinanciën weg en zullen financiële markten toeslaan om uit de politieke verwarring speculatieve winst te slaan.

In Frankrijk, waar de regering-Juppé zojuist heeft aangekondigd met harde hand de tekorten op de sociale fondsen terug te dringen, zou uitstel onmiddellijk worden aangegrepen om de bezuinigingen vooruit te schuiven. Zonder Frankrijk beperkt een monetaire unie zich tot een vergroot Duits muntblok, waartegen weer andere bezwaren bestaan. Daarom is het beter door te gaan met een beperkte club landen, die later kan worden uitgebreid, dan om het proces voor onbepaalde tijd vooruit te schuiven totdat een grotere groep rijp is voor deelname.

DE ECONOMISCHE EN MONETAIRE UNIE is niet alleen een economisch avontuur, het is evenzeer een politiek project. De EMU is het enige ambitieuze Europese project dat op het ogenblik vorderingen maakt. Uitstel, of afstel, van de monetaire unie zou een psychologische en politieke klap zijn die de Europese samenwerking op alle gebieden voor jaren zou demoraliseren. De kernlanden van de unie zijn bereid verregaande monetaire en economische stappen te nemen om dat te voorkomen. Nu moeten ze de bevolking nog zien te overtuigen. De emotionele weerzin tegen het opgeven van de vertrouwde munt, in Duitsland het symbool van de na-oorlogse wederopbouw en in Nederland de munt van koningin Beatrix, is begrijpelijkerwijs groot. Het zal overtuigende argumenten vergen om dat gevoel te overwinnen, maar zolang de uitkomst een harde munt blijft, verdient deze route het te worden voortgezet.