Herindeling is geen succes in Groningen

GRONINGEN, 15 NOV. De gemeentelijke herindeling in Groningen die in 1990 is doorgevoerd is geen succes. De politieke belangstelling is afgenomen, de financiële positie van nieuwe gemeenten is verslechterd en de herindeling leidt niet tot betere plannen.

Dit concluderen onderzoekers van de Groningse Universiteit in een rapport dat in opdracht van de provincie Groningen en het ministerie van binnenlandse zaken is gemaakt. Zij vergeleken de heringedeelde gemeenten Pekela, Menterwolde en Zuidhorn met Bedum en Ten Boer, die buiten de herindeling bleven. Onderzoeksleider M. Herweijer, hoogleraar bestuursrecht en bestuurskunde, verwacht dat bij nieuwe herindelingen van gemeenten, zoals in 1996 of 1997 in de provincie Drenthe, zich dezelfde verschijnselen zullen voordoen. Het onderzoek is niet representatief voor de vorming van stadsprovincies, aldus Herweijer.

De onderzoekers stelden vast dat vooral in de buitendorpen van plattelandsgemeenten de politieke belangstelling aanzienlijk is afgenomen. De opkomst bij verkiezingen was er lager en het lidmaatschap van politieke partijen is sterk gedaald. De onderzoekers hebben nog geen aanwijzingen dat dit zich herstelt.

De verslechterde financiële positie is volgens het rapport het gevolg van kosten voor nieuwbouw, verhuizingen en allerlei sociale en afvloeiingsregelingen. Ook deden de voormalige gemeenten vlak voor de herindeling aan 'potverteren'; er werden nog snel grote investeringen gedaan die nog lang op de begroting blijven drukken. Na de herindeling zit bovendien de gemiddelde ambtenaar in een hogere salarisschaal. Daar staat tegenover dat de nieuwe gemeenten per inwoner iets meer geld van het Rijk krijgen. De onderzoekers verwachten dat over langere periode de financiële situatie van de nieuwe gemeenten zal verbeteren.

Ten aanzien van nieuw beleid hebben de onderzoekers ook weinig positiefs te melden. Op zeven onderzochte beleidsterreinen scoren de heringedeelde gemeenten slechter dan de niet-heringedeelde gemeenten.