Fiscaal pretpark

Het fiscale pretpark heeft er een attractie bij. Naast de wonderbaarlijke onderwaterwereld, de al wat obsolete octopus, de lachspiegel die de werkelijkheid vertekent en het fiscale spookslot is er nu de wetgevingsachtbaan. Het bijzondere van deze attractie is dat de geniale ontwerper van het apparaat de inzittenden de illusie geeft dat ze invloed hebben op de koers van het wagentje.

Het fenomeen is nog twee weken in de Tweede Kamer te zien; daarna is er een reprise in de senaat. Dan is het even rust. Bij de jaarwisseling hebben in enkele maanden tijd ruim 40 belastingmaatregelen met grote snelheid de parlementaire rit volbracht. Zo'n 25 jaar geleden lag het tempo lager: gemiddeld waren er in een heel jaar niet meer dan zes wijzigingswetten op de inkomstenbelasting. Vijf jaar geleden was dat aantal verdubbeld; een ontwikkeling die de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs zo verontrustte dat de voorzitter een wetgevingspauze van enkele jaren nodig vond. De werkelijkheid koos een ander richting.

Een even opmerkelijke trend betreft de deskundigheid van de Kamerleden die de belastingplannen beoordelen. Vijfentwintig jaar geleden bevonden zich daar eminente fiscalisten onder. Als we vijf jaar terug gaan, worden we met een daling van het niveau geconfronteerd, al zitten er dan nog wel verscheidene gerenommeerde belastingkenners in de Kamer. Inmiddels hebben ook die het veld geruimd. Voor de laatste verkiezingen stuurde het CDA zijn expert Vreugdenhil de laan uit en even later promoveerde de PvdA'er Vermeend van Kamerlid/hoogleraar tot staatssecretaris. In die hoedanigheid ontplooit hij zoveel activiteiten dat aan het eind van zijn bewindsperiode het belastingrecht wel eens een ander aanzien zou kunnen hebben.

Vermeend wil als leider en inspirator van deze omwenteling de touwtjes stevig in handen hebben. In zijn ambtelijk apparaat wordt wat tegengesparteld, maar de politiek volgt de bewindsman gedwee. Het is dezer dagen eerder regel dan uitzondering dat de Kamer na indiening van een wetsvoorstel een week de tijd heeft om vragen op te werpen. Vermeends antwoord ligt binnen dezelfde termijn op de mat. Nog eens een week later spreekt de Kamer in een debat met de staatssecretaris het laatste woord over de plannen. Het schema van de Eerste Kamer is niet anders. Van een gedegen behandeling van de soms volstrekt nieuwe ideeën van Vermeend kan zo geen sprake zijn. De fiscale woordvoerders in de Kamer kunnen bij een dergelijke spoedprocedure hun gebrek aan deskundigheid nauwelijks compenseren met kennis en ervaring die beschikbaar zijn in de fiscale praktijk en in de wetenschap. Van de maatschappelijke organisaties die fiscale wetsvoorstellen kritisch plegen te volgen, kan alleen de ondernemingsfederatie VNO-NCW het moordende tempo nog bijbenen. De andere haken gefrustreerd af. Wetenschappers signaleren verstoord dat Vermeend de rechtsbeginselen die het fundament voor de belastingheffing vormen, zonder veel moeite inruilt voor economische beginselen. Aan maatregelen met zichtbare milieu- of werkgelegenheidsaspecten worden niet veel verdere voorwaarden gesteld.

Goed of niet goed, het gaat om een fundamentele breuk met het verleden waarover de Kamer niet principieel heeft gedebatteerd. De Kamer vindt het veel interessanter dat Vermeend niet te beroerd is fiscale wensen vanuit het parlement royaal te honoreren, waarbij de oppositiepartij CDA niet wordt uitgesloten. Een deel van al dat fiscale strooigoed wordt gefinancierd met de bestrijding van ontwijkingsconstructies. Daar is Vermeend zo actief mee dat de fiscaal specialisten in de Kamer bij herhaling honderden miljoenen guldens aan compensatiegelden te besteden hebben. Een luxe waar menige collega die alleen armoede te verdelen heeft, afgunstig naar kijkt.

Het opeisen van de opbrengst van wetsreparatie beheerst zelfs de werkgroep van Vermeends directeur-generaal Van Lunteren. Die bedacht een nieuwe verscherping van de fiscale wetgeving. De zo aangeboorde financieringsbron werd meteen 'onlosmakelijk gekoppeld' aan een geheel losstaand, maar door de werkgroep sympathiek geacht doel. Maar het is de vraag of de fiscale woordvoerders zich deze mogelijkheid van herverdeling van een half miljard gulden zullen laten ontgaan. Het Dagobert Duck-gevoel heeft voor de parlementaire partners van Vermeend wel een prijs. Ze kunnen niet al te veel mopperen als Vermeend de constructiebestrijding soms overdreven krachtig aanpakt. Al evenmin als hij daarbij niet vies blijkt te zijn van het hanteren van ooit verfoeide terugwerkende kracht.

Elke afzwakking van de voorgestelde reparatie heeft immers gevolgen voor de terugsluis, het parlementaire jargon voor het aanwenden van het verdiende geld voor leuke dingen naar eigen keuze. De goede verhoudingen met de populaire staatssecretaris verdragen het al helemaal niet om moeilijk te doen over een noodwetje dat een kapitale blunder van Vermeends departement met terugwerkende kracht recht moet trekken. En bovenal moeten de fiscale woordvoerders bereid zijn plaats te nemen in de fiscale wetgevingsachtbaan die nu door het Binnenhof raast. Het zij zo, maar laten de inzittenden zich nu niet als medebestuurder van het wagentje beschouwen.