Erik van Muiswinkel durft zich onsympathiek te maken; Schaamteloos en behendig

Voorstelling: De mensenvriend, door Erik van Muiswinkel. Tekst: Justus van Oel. Regie: Genio de Groot. Gezien: 14/11 in de Schouwburg, Leiden. Tournee t/m 17/5.

Er zijn er in het cabaret niet veel, die zich zo onsympathiek durven maken als Erik van Muiswinkel. De gemiddelde cabaretier is weliswaar graag bereid af en toe succes te boeken met een onguur type, maar wel moet duidelijk zijn dat hij dat zelf niet is. Hij zal niet gauw het risico nemen dat het publiek het onderscheid niet meer ziet - zoals in De mensenvriend, waarin Van Muiswinkel zichzelf met eigen naam en toenaam presenteert als een ik-figuur die gaandeweg door eigen schuld betrokken blijkt te zijn bij de produktie van pornofilms.

Het is een vlotte jongen, die zich hier manifesteert. Hij oogst met populaire praatjes veel bijval op de vijfjaarlijke schoolreünie, maar hij ontpopt zich tegelijk als iemand die zijn Algerijnse schoonmaker vuil werk laat opknappen, een schoolvriend een onvergeeflijke streek heeft geleverd en er ook verder politiek niet-correcte denkbeelden op nahoudt. Zijn grote bek is de uitlaatklep van een blaag met weinig scrupules en zijn charme is onecht. Dat hij door de wraak van zijn vroegere klasgenoot in het nauw is gedreven, vind ik zijn verdiende loon.

De mensenvriend, geschreven door Justus van Oel met wie Erik van Muiswinkel voorheen in de cabaretgroep Zak & As speelde, geeft hem de ruimte niet alleen de onprettige hoofdpersoon uit te beelden, maar ook enkele figuren die de andere kant van het behendig opgebouwde verhaal kunnen vertellen. Van Muiswinkel is een daadkrachtig typeur; dat bewees hij in zijn vorige programma met een paar markante types van doortrapt allooi en dat blijkt ook nu weer - iets minder gevarieerd en verrassend dan die vorige keer, overigens. Wonderwel passen in deze constructie bovendien een stukje drs. P, een flard Monty Python, een gaaf liedje over de seksuele folklore van dit moment en de instrumentale commentaren van een computergestuurde pianola.

Vrolijk cynisme en doordachte logica (“ik ben een leeuw met ascendant steenbok, die zijn niet bijgelovig”) bepalen de toon. Mij bevalt dit schaamteloze exposé van schurkerigheid uitstekend, maar nee, een allemansvriend zal Van Muiswinkel ook door deze voorstelling niet worden.