Depressieve sfeer tekent SPD-congres

MANNHEIM, 15 NOV. Mahatma Gandhi, Kurt Schumacher, Martin Luther King, John F. Kennedy, Michail Gorbatsjov, Willy Brandt. Helden van vroeger, die miljoenen enthousiasmeerden in een wereld die foto, film en beeldscherm klein hadden gemaakt. Zij zaten gisteren in een collagefilm die de in aanhoudend verdriet, tegenslag en verdeeldheid gevangen SPD liet zien in de Rosengarten in Mannheim, bij de opening van een vierdaags partijcongres.

Stand van de opiniepeilingen: onder 30 procent, 27 procent deze week, om precies te zijn. Sfeerbeeld: depressief. De partijtop maakt al maanden ruzie, het gezag van partijleider Rudolf Scharping is tot een gevaarlijk minimum gedaald. Grote, nagenoeg onklopbare vijand: de 65-jarige CDU-kanselier Helmut Kohl, ooit als platte burgerman en rare provinciale politicus lang onderschat. Intussen bij de SPD en in veel media overschat als instinctief Olympiër en staatsman zonder fouten.

Die Kohl zorgde gisteren, als handelsacquisiteur van de Bondsrepubliek in China, weer eens voor een opmerkelijke beweging door - ruim zes jaar na het bloedig neerslaan van het studentenprotest op het Plein van de Hemelse Vrede in Peking - een Chinese legerdivisie te bezoeken, tot woede van de FDP en de SPD.

Die SPD-film, met de gedragen klanken van de Tsjechische componist Antonín Dvorák, was onderdeel van de een uur durende openingsmanifestatie Dem Frieden eine Heimat, een nogal uitdrukkelijke bevestiging van de notie dat de 130-jarige partij op het ogenblik wellicht in de war is, maar toch steeds stond en staat voor wat goed is. Gandhi en Kennedy waren in die film als het ware leden van de aangeslagen Duitse sociaal-democratische gemeenchap geworden.

Daarbij bleef het niet. Er volgde een Noordierse geestverwant die met veel begrip werd ondervraagd over zijn afschuw van geweld. En er volgde een kleurig-gekleurde zang- en dansgroep uit Afrika, die over opstand, bevrijding en een betere toekomst zong. De zangeressen gevuld als Ella Fitzgerald, de jonge danseressen en background-koortjes prachtig, met bekkenbewegingen die in Essen, Mannheim of Finsterwalde zelden te zien zijn. Applaus, veel goedgunstig-verlicht applaus, kregen zij van de meedeinende afgevaardigden.

Een groot verlangen naar gisteren zat er in de eerste dag van het SPD-congres. De partij heeft haar politieke toppers in de categorie der 45- tot 55-jarigen, die bekend staan als de 'kleinkinderen' van oud-kanselier Willy Brandt (1969 tot 1974). Mensen als partijvoorzitter Rudolf Scharping (ook fractieleider in de Bondsdag) en deelstaatpremiers als Schröder (Nedersaksen), Lafontaine (Saarland), Scherf (Bremen), Voscherau (Hamburg) en Eichel (Hessen).

Dat zijn de nu al middelbare kleinkinderen die Willy Brandt, politiek gezien, als partijvoorzitter verwekte nadat hij als kanselier ten val was gebracht door zijn opvolger Helmut Schmidt (1974-1982) en de legendarische fractieleider Herbert Wehner. Brandts motieven destijds: wraak op Schmidt en Wehner én opening van de oude SPD voor wat er sinds de studentenbewegingen van 1968 in de Bondsrepubliek aan verjonging, vernieuwing en generatieprotest zichtbaar was geworden (de Groenen met hun pacifistische, feministische en ecologische beeldenstorm bijvoorbeeld). Het is ermee in zekere zin net zo gegaan als met de polarisatiestrategie van de PvdA in Nederland. Anderen, de VVD en D66 in Nederland, de Groenen in de Bondsrepubliek, hebben ervan mogen profiteren, de sociaal-democraten zitten nog steeds op of onder hun percentage van de vroege jaren zestig.

Stukken in Duitse dag- en weekbladen, in Focus en Der Spiegel van deze week maar ook in de Süddeutsche Zeitung en de Frankfurter Allgemeine bijvoorbeeld, zien de huidige SPD-toppers als gevangenen van '1968'. Die conclusie is des te interessanter omdat leidinggevende journalisten bij Duitse media qua leeftijd en Werdegang vaak ook tot de generatie-1968 behoren. Wat dat betreft is het huidige SPD-dilemma deel van een groter algemeen Duits dilemma, namelijk hoe Duitsland zich dadelijk moet aanpassen in politiek, psychologisch en industrieel opzicht aan de eisen van een veranderende wereld, waarin het zelf een grotere rol moet spelen.

Het jaar 1968 was in de Bondsrepubliek méér dan in bijvoorbeeld de VS, Frankrijk of Nederland. Méér dan alleen onvrede dus over 'Vietnam' of, in Nederland, het 'verzuilde' politieke model en de naoorlogse restauratiepolitiek. Méér dus dan een maatschappelijke omslag namens jongeren die oudere generaties vroegen opzij te gaan. Nee, '1968' was in de Bondsrepubliek óók een cesuur in die zin dat veel jongeren met de onverdachte Brandt en de Ostpolitik van zijn SPD afscheid namen van het land van hun vaders en grootvaders. Van het land dat, in de eerste 25 jaar na de Tweede Wereldoorlog en het Hitler-regime, dankzij de Koude Oorlog een Westers ideologisch bastion en een Wirschaftswunderland was geworden en waar aan grootvaders en vaders weinig vragen over 'gisteren' of 'eergisteren' waren gesteld.

De omgang met het jaar 1968, en met alles waar dat jaar voor staat, is in Duitsland niet eenvoudig. Niet alleen de op dat jaar en zijn noties georiënteerde kleinkinderen van Brandt maar ook anderen moeten erkennen dat de wereld is veranderd. De aanpassing die daarvoor nodig is, is eigenlijk ook enigszins de inzet van het SPD-congres. Mogen Duitse soldaten bijvoorbeeld buiten het NAVO-gebied meedoen aan VN-vredesacties (zoals in Bosnië). Of, maar daarover sprak Rudolf Scharping dit keer met geen woord, hoe moet het straks, in 1999, met de invoering van één Europese munt en het verdwijnen van de D-mark, dé grote nationale trots?

Scharping erkende gisteren dat hij fouten heeft gemaakt: “Ik heb te veel gedaan en te weinig bereikt, soms deed ik ook dingen waar ik zelf niet achter stond... maar we mogen niet toelaten dat sociaal-democratische politiek kapot gaat door fouten van de partijleiding.” Daarmee vroeg hij zijn collega-toppers in de SPD eigenlijk om ook zo'n mea culpa uit te spreken. Zijn concurrenten Schröder en Lafontaine gingen daar niet op in. Meer nog: Schröder zei de afgelopen maanden geen fouten te hebben gemaakt, maar een eigen rol in het belang van de werkgelegenheid in de deelstaat Nedersaksen te hebben gespeeld. Lafontaine deed er het zwijgen toe.

Na de eerste congresdag dreigt een ongunstige uitkomst. Scharping, die gisteren maar weinig applaus kreeg, wordt morgen zeker herkozen als voorzitter. Maar zijn percentage van herverkiezing zal wel eens kunnen tegenvallen, wat zou betekenen dat de SPD onder het motto: 'Verder Zo!' met een aangeslagen voorzitter moet blijven doorploeteren. Volgend voorjaar wacht een krachtproef met regionale verkiezingen in Rijnland-Palts, Baden-Württemberg en Sleeswijk-Holstein. Daarna begint het gevecht om de macht en de koers van de partij waarschijnlijk opnieuw.