Bouw nieuwe schepen blijft vol perspectief

ROTTERDAM, 15 NOV. De Nederlandse werven doen momenteel weer goede zaken met het bouwen van zeeschepen. Dat bleek vanochtend in Amsterdam op de jaarvergadering van de Vereniging Nederlandse Scheepsbouw Industrie (VNSI).

De orderportefeuilles van de werven zijn wat betreft nieuwbouw van schepen goed gevuld en ook de nabije toekomst biedt prima kansen voor het handhaven van deze situatie. VNSI-voorzitter ir. W. ter Hart zei in zijn toespraak dat de nieuwbouwwerven dit jaar hopen uit te komen op een totaal aan orders van 2 miljard gulden, evenveel als het afgelopen jaar. Voor een redelijke werkbezetting is een totaal aan orders van 1,2 miljard gulden vereist. De scheepsbouwers zitten daar nu twee jaar achter elkaar flink boven. Deze relatief florissante situatie staat in schril contrast tot de situatie in de scheepsreparatie. Die blijft volgens Ter Hart “in een buitengewoon moeilijke situatie” verkeren.

Een factor die de scheepsbouw bedreigt is het verdwijnen van overheidssubsidies bij de bouw van nieuwe schepen. In OESO-verband is afgesproken om die subsidies vanaf 1 januari te schrappen. Het is echter nog niet duidelijk of alle betrokken landen erin slagen het OESO-akkoord voor 1 januari te ratificeren. Als dat niet lukt zal de staatssteun pas op 1 oktober volgend jaar stoppen.

De concurrentiepositie van de Nederlandse werven is internationaal gezien sterk, aldus ter Hart. Uit een Duits onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat de uurloonkosten in Duitsland en België beduidend hoger zijn dan bij de Nederlandse werven. Wat betreft produktiviteit in de scheepsnieuwbouw staat Nederland na Japan op de twee plaats. De Nederlandse werven halen gemiddeld de helft van hun omzet uit het buitenland.

Als bedreiging voor de nieuwbouw-sector ziet Ter Hart de expansieplannen in Korea, waardoor er een grote overcapaciteit kan gaan ontstaan. Andere verstorende elementen zijn de mogelijke instorting van de markt voor vissersvaartuigen en de scheve concurrentieverhoudingen binnen Europa als gevolg van sterk uiteenlopende steunbudgetten.

Bij de kleinere schepen verwacht Ter Hart de komende jaren een stijging van het aantal orders. De gemiddelde leeftijd van de vaartuigen is hoog, zodat ze op afzienbare termijn moeten worden vervangen. Bovendien is er in Europees verband het streven de kustvaart nieuwe impulsen te geven om de groei van het goederenvervoer over de weg te temperen.

De omzet in de scheepsreparatie was vorig jaar al beroerd, maar dit jaar zal er opnieuw een daling zijn van 50 miljoen gulden tot 475 miljoen gulden. Ter Hart wilde zich niet wagen aan een voorspelling of het binnen afzienbare tijd weer wat beter gaat in deze sector. Als oorzaken ziet Ter Hart dat het aantal scheepsbewegingen door het groter worden van de schepen afneemt. Bovendien mijden veel schepen met een slechte staat van onderhoud de Europese havens als gevolg van de verscherpte controle.