Bloot met attribuut

Toen ik een paar weken geleden door de stad fietste, zag ik vanuit mijn ooghoek een affiche die een filmfestival aankondigde en mij zowaar deed omkijken. Dat gebeurt niet vaak met straatmeubilair, maar de gedachte die zich onmiddellijk aan me opdrong was: dit zou in Amerika nooit van z'n leven kunnen. Dat de foto van een engelachtig blond en bloot jongetje met een videocamera vervolgens in Nederland toch ook voor een kleine controverse zou zorgen, had ik bij die eerste aanblik niet kunnen voorspellen. Ik schreef mijn eigen lichte verstoordheid toe aan de invloed van vijf jaar Amerikaans puritanisme. Het ligt daar heel eenvoudig: openbaar bloot mag niet en kleine blote kindertjes al helemaal niet, want kinderporno. In Nederland heerst een veel tolerantere sfeer, hield ik mezelf voor, waarin de onschuldige esthetiek van naakte lichaampjes niet als vanzelfsprekend wordt opgeofferd aan de dirty mind van de zedenmeester. Ik moest er maar snel aan wennen.

Toch kwam er stennis. Er werden posters in beslag genomen, de een of andere officiële instantie boog zich erover en sprak de verlossende woorden: geen kinderporno. Nog houdt Nederland stand tegen het Amerikaanse moraal-kolonialisme.

Maar de discussie die de opwinding begeleidde ging alleen over kiekjes van blote kinderen, zoals ouders die wel eens maken, gesteld tegenover pornografie, twee extremen die niet van toepassing waren op de bewuste foto. Hier was iets anders aan de hand en na aftrek van het Amerikaanse conventionalisme hield ik nog steeds een onprettig gevoel over. Voor een deel ligt dit aan de gedeeltelijke naaktheid. Het jongetje is zo klein en de videocamera die hij vasthoudt zo groot, dat de eerste indruk (in een flits bij het voorbijrijden) die zich vestigt er een is van een bloot kind dat iets zwarts en glimmends aan heeft (een leren jasje misschien?)

Gedeeltelijke gekleedheid is maar zelden terloops. Volgens alle codes in de reclame, de schilderkunst en vooral ook de erotisch getinte fotografie leidt een schaarse aanwezigheid van kledij tot meer alertie bij het publiek dan totale naaktheid of totale gekleedheid. Dit principe werd vorige week nog getoond door Arjan Ederveen in een van zijn adembenemend mooie docu-komedies. In de aflevering 'Behind the scene' was te zien hoe een prototypische bekende amusements-Nederlander ('de Bladen hebben mij nodig - ik heb de Bladen nodig') een fotosessie deed met een klein zwart jongetje voor niet-commerciële liefdadigheidsdoeleinden. De artdirector vond dat het jongetje zijn hemd uit moest, want dat gaf een esthetisch sterker beeld. Het jongetje verzette zich. Shots van een in een hoekje van de studio gelaten wachtend publieksidool en vleiende volwassenen op hun knieën voor een bokkig jongetje. Cut naar een gigantisch billboard dat oproept tot leniging van honger of andere noden en waarop in schrijnende esthetiek Arjan Ederveen de automobilisten toestraalt in zijn hoedanigheid als mega-ster met blonde haren, wit pak en op schoot een klein zwart jongetje in een vuil broekje zonder hemd.

Deze sequentie liet exact zien hoe het werkt. Natuurlijk heeft zo'n foto meer zeggingskracht als het kind gedeeltelijk gekleed is. Het subtiele van het mechanisme dat Ederveen naar boven haalt is dat erotiek wel het laatste is waar je in dit verband aan denkt. Het gaat zuiver en alleen om de kracht van het beeld. De valsheid van de context maakt dat je nattigheid voelt en bijna contrecoeur het beeld afwijst, hoe goedbedoeld verder alles ook eruit ziet: de ster die zijn imago ter beschikking stelt voor een nobel doel, de zorgvuldige arrangering van elementen die het publiek moeten verleiden tot liefdadigheid.

Maar het jongetje op de controversiële foto was niet gedeeltelijk gekleed, maar helemaal bloot, dus die associatie met een leren jasje (en alles waar dat kledingstuk op zijn beurt weer aan doet denken) gaat niet op. Dat glimmende, zwarte wat de kleine in z'n armen houdt is bij nadere beschouwing een videocamera. Geen speelgoed-orca, geen roze biggetje, geen plastic tractor. Ook niet een poef of een transistorradio of een broodtrommel. Nee, een videocamera, een ding met een loop. Is het nu zo'n bespottelijke gedachtekronkel, als je probeert na te gaan waar je onbehagen vandaan komt, dat er dan een beeld van een Rambo-peuter met een machinegeweer voor je geestesoog verschijnt?