Amro Bank wilde in '86 bankroet van Argentinië

ROTTERDAM, 15 NOV. De Amro Bank heeft begin 1986 geprobeerd om Argentinië bankroet te laten gaan. Na zware druk van het Internationale Monetaire Fonds en het ministerie van financiën in Den Haag heeft de Amro haar pogingen gestaakt.

Dit onthult de Britse historicus Harold James in een zojuist gepubliceerde studie over de naoorlogse internationale monetaire samenwerking. James, hoogleraar economische geschiedenis aan de Princeton Universiteit in New Jersey, beroept zich op de archieven van het IMF. Het IMF vreesde dat de schuldonderhandelingen tussen Argentinië en de particuliere banken door een solo-actie van de Amro in gevaar gebracht zouden worden.

Direct betrokkenen van ABN Amro, waarin de Amro Bank is opgegaan, en van het ministerie van financiën bevestigen de episode.

Argentinië kon in 1986 niet aan zijn verplichtingen voldoen en het bankroet (default) zou automatisch plaatshebben zodra het internationale consortium van banken met vorderingen op Argentinië op verzoek van de Amro zou weigeren een regeling voor betalingsuitstel te treffen. In dat geval zouden de banken beslag op Argentijnse bezittingen kunnen leggen.

James schrijft: “In de lente van 1986 dreigde de Nederlandse Amro Bank, die was betrokken bij een geschil over claims op het bedrijf Cogasco, om (Argentinië) bankroet te verklaren en er was een combinatie van druk van het IMF en het Nederlandse ministerie van financiën voor nodig om (de bank) op andere gedachten te brengen.”

De kwestie betrof de order die het Nederlandse bagger- en bouwconcern Boskalis in 1979 had verworven om een aardgasnet in Argentinië aan te leggen. Dit project werd gefinancierd door een bankconsortium onder leiding van de Amro Bank. Als gevolg van hoogoplopende meningsverschillen tussen Argentinië en Cogasco, de dochteronderneming van Boskalis die het aardgasnet exploiteerde, weigerde Argentinië evenwel te betalen.

Argentinië verkeerde in die tijd in ernstige betalingsproblemen met zijn buitenlandse schuld. In Nederland werd het project deels gedekt door de exportkredietverzekeringsmaatschappij NCM, waardoor uiteindelijk de Nederlandse staat voor een miljardenverlies dreigde te moeten opdraaien. Na moeizame onderhandelingen zijn Nederland en Argentinië in december 1986 een betalingsregeling overeengekomen