11 Dr. No

In 1962 ging een heer nog zelden uit zonder hoofddeksel. En James Bond ís een gentleman, ook al werd hij in de zes eerste van de 17 door producent Cubby Broccoli verfilmde avonturen van geheim agent 007 gespeeld door Sean Connery (1930), een voormalig body-builder en de zoon van een Schotse vrachtwagenchauffeur. Sterker nog: voor de echte liefhebber blijft Connery de enige echte Bond. In de later traditioneel geworden, oorspronkelijk door Maurice Binder ontworpen titelsequentie van opus 1, Dr. No, draagt Connery, wanneer hij zijn pistool op de toeschouwer richt, een modieus hoedje.

Het succes van Dr. No, het begin van de meest consequent lucratieve filmserie uit de bioscoopgeschiedenis, was een klein wonder. Gebaseerd op een redelijk populaire reeks spionageromannetjes van de Britse voormalig geheim agent Ian Fleming (1908-1964), geregisseerd door Terence Young (1915-1994) - een routinier van de tweede garnituur - en met een in 1962 evenmin erg hoog aanzien genietende hoofdrolspeler, groeiden Dr. No en het een jaar later voltooide vervolg From Russia with Love al snel uit tot cultfilms. Wie een vroege Bond-film nu terugziet, staat verbaasd over het lage tempo, de relatief bescheiden technische hoogstandjes en de nadruk op verbale humor. Midden in de Koude Oorlog - 1962 was ook het jaar van de Cubacrisis - stond Dr. No voor een baanbrekende vernieuwing in de genrefilm. Het was zo ongeveer de eerste spionagethriller die zichzelf nauwelijks serieus nam. Het bijna achteloos, met een geluiddemper op de revolver, dood schieten van tegenstanders, ook als het een voluptueuze bedpartner betreft, eventueel gevolgd door een ironische verzuchting, is inmiddels gemeengoed geworden in de bioscoopfilm. Aan het begin van de jaren zestig zette de stripachtige benadering van de Bond-films de toon voor andere luchtige verschijnselen als pop-art en 'camp'. De uiterst Britse tongue-in-cheek luisterde nauw; een officieuze, niet door Broccoli geproduceerde Amerikaanse Bondfilm, Casino Royale (1967), ontaardde in absurde, veelal onbegrijpelijke lolligheid en modieus gekoketteer met de 'tegencultuur'.

Nog later zou James Bond gaan staan voor een mechanische formule die het verwende publiek op zijn wenken bediende met exotische lokaties en dure technische foefjes. Sean Connery introduceerde agent 007 als een held op menselijke schaal, oprecht verbaasd wanneer Ursula Andress als een Venus uit de Caraïbische Zee verrijst en verstijfd van schrik bij het nachtelijk bezoek van een vogelspin. In Dr. No knuffelt hij nog met Miss Moneypenny, de secretaresse van zijn chef. Dat zien we de houten klazen die hem opvolgden toch niet snel doen.