Zonder groene impuls laat flets kabinet het milieu verpieteren

Het milieubeleid van het paarse kabinet stelt niet veel voor, vindt Lucas Reijnders. Als dat niet verandert, dan biedt dat perspectieven voor de vijf jaar geleden opgerichte partij GroenLinks. Electoraal succes zal de actuele twist over economische groei in het voordeel van het milieu kunnen beslechten.

Groene partijen zijn thans in West-Europa een gevestigd onderdeel van het politieke landschap. Voor de eerste ideologische nieuwkomer sinds decennia is dat een opmerkelijke prestatie.

Evenzeer opmerkelijk is dat de groene partijen sterk wortelen in de groeiende professionele middenklasse. Ook is - in vergelijking met de negentiende eeuw - opvallend hoe weinig romantisch de groene partijen zijn. De groene partijen van nu zijn eerder nazaten van de Verlichting dan van de Romantiek.

Groene partijen zijn er in verscheidene schakeringen. Er valt wat voor te zeggen daarbij een onderscheid te maken tussen donker- en lichtgroen. Bij de donkergroene partijen kan men spreken van bio- of ecocentrisme, met name de natuur staat er centraal. Bij de lichtgroene partijen staat de mens naar verhouding centraler, maar neemt het milieu van de mens een zeer belangrijke plaats in.

Het electorale succes van groene partijen wordt maar ten dele bepaald door de eigen prestaties. De prestaties van andere politieke partijen zijn zeker zo belangrijk. De observatie vormt een goede verklaring voor de paradoxale positie van de groene politiek in Nederland. Met Denemarken is Nederland sinds jaar en dag in Europa lijstaanvoerder in publiek milieubewustzijn. De aanhang van natuur- en milieu-organisaties in Nederland is zelfs goed voor een wereldrecord.

De toegankelijkheid van de volksvertegenwoordigingen voor nieuwlichters is relatief gemakkelijk. De groeiende professionele middenklasse, waaruit groene partijen relatief veel steun ontvangen, doet in Nederland niet onder voor die in andere Europese landen. Niettemin heeft Nederland slechts een piepkleine donkergroene partij (De Groenen) en een bescheiden lichtgroene partij (GroenLinks).

Als men het milieubewustzijn van de bevolking en de omvang van de professionele middenklasse als enige verklarende factoren zou nemen dan zou GroenLinks vele malen groter moeten zijn dan de Franse Verts en het Vlaamse Agalev en beduidend groter dan de Duitse Grünen. Pakweg drie tot vier maal zo groot als thans het geval is.

De voornaamste verklaring voor deze paradox is dat meer dan in andere landen de traditionele hoofdstroom-partijen (liberalen, christendemocraten en sociaal-democraten) en de kleine partijen ter rechterzijde toegankelijk zijn geweest voor (licht)groene gedachten. Het toekomstige electorale succes van GroenLinks zal dan ook in sterke mate afhankelijk zijn van de mate waarin deze partijen het lichtgroene gedachtengoed incorporeren. De mate waarin dat het geval is bij D66 en de PvdA is daarbij waarschijnlijk van overwegend belang.

Hoe zijn de vooruitzichten op dit punt? Omdat de landelijke politiek een zwaar stempel drukt op verkiezingen voor de volksvertegenwoordiging in het algemeen lijkt het verstandig met het oog daarop de blik op Den Haag te richten.

Terwijl het klimaat opwarmt, is het politieke klimaat voor milieuvraagstukken sterk bekoeld. Op regeringsniveau zitten we inmiddels al een jaar of drie met een beroerd milieubeleid. Het laatste kabinet-Lubbers heeft het milieuvriendelijke tij finaal laten verlopen en de ministersploeg van Kok maakt een gezellige indruk, maar heeft op milieugebied voornamelijk paars gepruts afgeleverd.

Sinds begin 1993 kwam er uit het laatste kabinet-Lubbers niets meer dat verdacht zou kunnen worden van een milieusparend karakter. Onder paars zit het milieu overwegend in de kabinetshoek waar de klappen vallen. Het directoraat-generaal Milieubeheer wordt onder leiding van topambtenaren Den Dunnen en Pont gesloopt en gedemoraliseerd.

Het debat over ecologie en economie wordt door de paarse regering slechts vooruitgeschoven. In ieder geval tot dan toe blijft ongerichte groei van produktie en consumptie een groot goed en meer groei nog beter. Vanuit de Tweede Kamer wordt door de hoofdstroom-partijen PvdA en D66 enig tegenspel geboden tegen de milieubeleidsmalaise, maar dit tegenspel is bescheiden en in geval van D66 zelfs uiterst flets. Als dat niet verandert dan zal GroenLinks daar de volgende verkiezingen een ruime hoeveelheid garen bij kunnen spinnen.

Het succes van een partij wordt niet alleen bepaald door wat andere partjen doen maar uiteraard ook door de eigen prestaties. Wat dat betreft heeft GroenLinks zeker na het aantreden van het paarse kabinet niet te klagen. De bedreiging door middelpuntvliedende ideologische onenigheden is sterk afgenomen. In feite is het verbazend hoezeer de ideologische diversiteit van de samenstellende bestanddelen van GroenLinks sinds de jaren zeventig is gereduceerd. De ideologische identiteit van GroenLinks lijkt thans veel minder omstreden dan die van PvdA of CDA.

Daarbij komt dat de parlementaire constellatie voor GroenLinks meer mogelijkheden biedt dan die van vijf jaar terug. De ideologische verscheidenheid binnen de paarse coalitie en een iets toegenomen dualisme bieden meer strategische openingen dan vijf jaar terug. Nu is het GroenLinks dan ook mogelijk een rol te spelen in de vorming van relatief milieubesparende parlementaire meerderheden die de kabinetskoers binnen de bekende smalle marges kunnen bijstellen. In korte tijd heeft de GroenLinks-fractie in de Tweede Kamer daarin een aanzienlijke bekwaamheid opgebouwd. Indien deze lenigheid in de strategische aanpassing aan veranderende omstandigheden en relatieve ideologische rust beklijven dan kan ook daar electoraal garen bij worden gesponnen.

Zal het milieu baat hebben bij electorale winst voor GroenLinks? Electoraal succes van GroenLinks kan een belangrijker punt maken van de ideologische twist over de ongerichte groei van produktie en consumptie ('economische groei'). Is 'economische groei' een groot goed en zelfs de enige basis om vooruitstrevende milieumaatregelen mee te financieren, zoals de ideologische hoofdstroom beweert? Of is conform de groene ideologie ongerichte groei van produktie en consumptie een hoofdoorzaak voor het milieuprobleem? Indien deze ideologische strijd niet in het voordeel van de groene ideologie wordt beslist, blijft milieubeleid dweilen met de kraan open.

Voor de kortere termijn zijn de gevolgen van electorale winst voor GroenLinks minder overzichtelijk. Wanneer de winst van GroenLinks gepaard gaat met een nog fletser groen waas bij de hoofdstroom-partijen en GroenLinks buiten de regering blijft, dan zal electorale winst van GroenLinks het milieu op de korte termijn niet baten. Is GroenLinks nodig als sluitstuk van een regeringscoalitie, dan ligt dat weer anders zoals de PPR-ministers in het kabinet-Den Uyl hebben laten zien.

De ministersploeg van Kok maakt een gezellige indruk, maar heeft op milieugebied voornamelijk paars gepruts afgeleverd