Wijers wil grondige reorganisatie van elektriciteitssector

ROTTERDAM, 14 NOV. De organisatie van de elektriciteitsproduktie en -distributie wordt ingrijpend veranderd om deze sector een betere concurrentiepositie te geven in verband met de liberalisatie van de Europese energiemarkt.

Een stuurgroep onder voorzitterschap van minister Wijers (economische zaken) heeft daarvoor voorstellen gedaan. Wijers c.s. willen een eind maken aan de rivaliteit binnen de sector en aan de regionale belangen die “een te groot gewicht in de schaal” hebben gelegd. De belangrijkste punten in het advies zijn:

- er komt één centraal bedrijf voor de produktie van stroom en het beheren van de grote centrales. De SEP (Samenwerkende elektriciteits produktiebedrijven in Arnhem wordt opgeheven en zal opgaan in de nieuwe onderneming;

- de distributiebedrijven (de vroegere GEB's) worden eigenaar van dat bedrijf, via aandeelhouderschap;

- distributiebedrijven zijn vrij om stroom elders in te kopen (bij voorbeeld in het buitenland) maar als het Nederlandse produktiebedrijf concurrerend werkt, zullen ze het merendeel van hun inkoop bij dit bedrijf doen;

- de concurrentie in Nederland zal met name komen van eigen stroomopwekking door grote ondernemingen, van onafhankelijke elektriciteits-producenten en van internationale aanbieders;

- daartoe zal de toegang tot het Nederlandse net van hoogspanningslijnen en regionale verbindingen volledig vrij zijn, op basis van gelijke voorwaarden voor ieder. Een onafhankelijk orgaan, in te stellen door de minister van economische zaken, zal daarop toezien. Tegen een redelijke vergoeding kan iedere grote afnemer stroom laten transporteren;

- distributiebedrijven zullen zich niet meer zelfstandig bezighouden met de bouw en exploitatie van grotere warmte/krachtcentrales (boven 25 Megawatt) in hun gebied. Ze zullen dat alleen nog in samenwerking met het grote produktiebedrijf en derden (grote afnemers) doen, om de planning te verbeteren en een overcapaciteit van centrales zoals die de laatste jaren is gegroeid, verder te voorkomen;

- om de planning en samenwerking verder te versterken zullen leveranties van elektriciteit louter gebaseerd zijn op contracten tussen het produktiebedrijf en de afnemers. Op vrijwillige basis kan die samenwerking worden verbreed tot het terrein van milieu, brandstofinkoop, activiteiten in het buitenland, onderzoek en ontwikkeling, duurzame energiebronnen (zon, wind, waterkracht, brandstofcellen, etc).;

- de rol van de overheid wordt beperkt, maar zal niet verdwijnen in het belang van leveringszekerheid en bescherming van de kleinverbruikers die niet of nauwelijks een keuze hebben in het klimaat van toenemende concurrentie. De kleine consument blijft immers in sterke mate afhankelijk van zijn regionale distributiebedrijf;

- de jaarlijkse goedkeuring door de minister van economische zaken van de stroomtarieven wordt beperkt tot de prijzen voor de kleinverbruikers;

- het centrale Elektriciteitsplan voor heel Nederland verdwijnt en wordt vervangen door 'dekkingsplannen' van elk regionaal distributiebedrijf waarin vraag en aanbod in balans worden gebracht.