Wie regeert Zuid-Afrika: Mandela of de misdaad?

JOHANNESBURG, 14 NOV. Op een zomerse zondagmorgen werd Doug Timm voor zijn huis in het hoofd geschoten. Hij overleefde het, maar hield er een hersenbeschadiging aan over. Dougs zicht is nu beperkt, “alsof ik driehonderd verdwaalde stukjes zie uit een legpuzzel van zeshonderd”. De 38-jarige zakenman werkt weer, als telefonist bij een televisieverhuurbedrijf “dat ik vroeger zou hebben geleid”. Doug Timm is het slachtoffer van de laatste, huiveringwekkende misdaadrage in Zuid-Afrika: carjacking, het roven van auto's.

Alleen al in de provincie Gauteng, het economische hart van het land rondom Johannesburg, worden per dag 22 auto's 'gekaapt'. In het hele land waren het vorig jaar 9.716 auto's ter waarde van 200 miljoen gulden, waarvan 75 procent in Gauteng. Het was een stijging van 35 procent ten opzichte van 1993. Dit jaar zijn de getallen al weer hoger. Bij stoplichten, garages van huizen of gewoon langs de weg dwingen de rovers onder bedreiging van pistolen en automatische AK-47-geweren de bestuurders hun auto te verlaten en de sleutels te overhandigen. Wie geluk heeft, komt daarmee weg.

Carjacking heeft inmiddels zulke proporties aangenomen dat Johannesburg lijkt te lijden onder een collectieve angstpsychose. Autokaping is een terugkerend gespreksonderwerp in elk gezelschap. Iedereen, zwart of blank, met een Duitse luxe-auto of Japanse middenklasser, kan het morgen overkomen. De kranten staan vol met verhalen van mensen die inmiddels voor de derde keer van hun auto zijn beroofd. Voor de slachtoffers is een traumakliniek geopend, waar de behandeling is gebaseerd op die van Vietnam-veteranen in de Verenigde Staten.

Doug Timm gaat er elke week heen met zijn vrouw Linda, “om mijn zelfvertrouwen te herwinnen”. Van de gebeurtenis zelf herinnert hij zich niets. Linda Timm was die zondagmorgen in februari boodschappen gaan doen. Vanuit de parkeergarage van het winkelcentrum moeten de kapers haar BMW hebben gevolgd. Toen ze de oprijlaan van haar huis opreed, zag Linda in de spiegel drie gewapende zwarte mannen achter haar auto aanrennen. Ze stopte de auto, stapte uit en volgde de regels die alle Johannesburgers uit het hoofd kennen: geef de sleutels en stribbel niet tegen.

Doug Timm, die nietsvermoedend in de tuin speelde met zijn vierjarig zoontje, kwam de hoek om van het huis om zijn vrouw te verwelkomen. De rovers schoten hem onmiddellijk neer. De kogel ging via zijn schedel weer naar buiten en liet splinters achter in zijn hersenen. De dokters besloten hem niet te opereren, en langzaam maar zeker heeft Doug weer zijn spraak en een gedeelte van zijn zicht teruggekregen. Hij tast langs de muren als hij door het huis loopt. De daders zijn nooit gevonden. Ze lieten de auto achter, omdat ze het hek niet konden openkrijgen.

“Mijn leven is geruïneerd”, zegt Doug Timm. “Als de hel op aarde bestaat: dit is het. Mensen die zoiets doen zijn beesten. Ze hebben geen recht om deel uit te maken van een samenleving. De hele affaire heeft me één ding geleerd: ik moet meteen doen wat ik me voorneem. Vorig jaar overwoog ik te emigreren naar Australië. Nu ben ik gedwongen hier te blijven. En wat voor toekomst is er in een land waar dit elke dag gebeurt?”

Zuidafrikanen zijn wat misdaad betreft veel gewend. Ze leven in een land met veertig miljoen inwoners waar de criminaliteitscijfers tot de hoogste van de wereld behoren. De oorzaken variëren van de apartheidserfenis tot pure hebzucht. In het jaarverslag over 1994 meldde de politie 18.312 moorden, 20.046 pogingen tot moord, 197.061 inbraken in woningen, 157.315 gevallen van zwaar lichamelijk geweld, 32.107 verkrachtingen, 68.416 gewapende roofovervallen en 94.710 autodiefstallen. Statistisch gezien is de autokaping minder opvallend, en het aantal doden dat er bij valt (27 in de eerste helft van dit jaar) is relatief laag.

Misschien komt het doordat iedereen zich elke dag een potentieel slachtoffer weet, of doordat het gepaard gaat met een absoluut gebrek aan respect voor bezit en leven, maar met het verschijnsel van de autokaping lijkt voor velen de grens van het toelaatbare gepasseerd. Enkele weken geleden gingen duizend dokters en verpleegsters in Johannesburg de straat op nadat een 32-jarige specialist bij het verlaten van het ziekenuis koelbloedig in zijn auto was doodgeschoten. Artsen in witte jassen dreigden met emigratie. Hun spandoeken riepen om herinvoering van de doodstraf. Ze stelden openlijk de vraag die veel Zuidafrikanen zich stellen: wie regeert dit land nu eigenlijk, Mandela of de misdaad?

Volgens de politie, die spreekt van “een immens probleem”, zijn autokapingen het werk van goed georganiseerde, professionele syndicaten. Hun organisaties zijn opgedeeld in cellen met “runners” die de kapingen uitvoeren. Alle auto's zijn doelwit van de rovers. Ze worden verkocht of gebruikt voor de onderdelen. Veertig procent van de gestolen auto's gaat naar het buitenland. In de omringende landen, maar ook in Cyprus, Griekenland, Portugal en Australië zijn in Zuid-Afrika gestolen auto's teruggevonden. Het blijkt gemakkelijk om via de havens auto's uit te voeren, want er is onvoldoende personeel om containers te controleren.

“Het werkt zoals elke supermarkt: het is een zaak van vraag en aanbod. Vaak steelt men op bestelling”, zegt Jan Combrink, woordvoerder van de politie in Gauteng. “De kapers zelf krijgen voor een auto van meer dan 100.000 rand (45.000 gulden) die ze stelen tussen de 5.000 en 10.000 rand. Het toont de mentaliteit van de misdadiger dat hij bereid is daarvoor te moorden.” Van de slachtoffers is 60 procent zwart, van de overvallers is 99 procent zwart. Maar in de top van de automafia zitten Zuidafrikanen uit alle bevolkingsgroepen, aldus Combrink. “Het belangrijkste is dat we de gemeenschap ervan kunnen overtuigen geen gestolen goederen te kopen. Als je voor een paar tientjes een tweedehands BMW-onderdeel koopt, weet je heus wel dat het gestolen is.”

De politie geeft de burgers talloze tips om autokapingen te vermijden: rijd met gesloten deuren en ramen, kijk altijd om je heen wanneer je thuis de garage binnenrijdt, stop niet voor een rood licht wanneer je iets verdachts ziet. Leg het liever later uit aan de agent.

Op lange termijn hoopt de politie de misdaad uit te roeien door infiltratie van de syndicaten. 'Operatie Saigon' heeft dit jaar geleid tot een aantal arrestaties van bendeleiders, onder wie een politieman uit Soweto die in een Mercedes van 250.000 gulden reed. Een politie-infiltrant vertelde onlangs in een zondagskrant anoniem over de werkwijze van de autokapers. Ze zien zichzelf als professionals en zijn soms gespecialiseerd in één automerk. Ze werken in groepen van twee tot zes man. Bloed op de bekleding brengt de prijs omlaag. Geroutineerde autokapers zijn brutaal en zonder schroom: een van hen bezocht de begrafenis van een vermoorde automobilist in diens gestolen auto.

Prof.dr. E. Wolff, hoogleraar psychiatrie aan de Randse Afrikaanse Universiteit behandelt in zijn traumakliniek dertig slachtoffers van autokapingen. Wolff noemt als verschil tussen een autokaping en andere misdaden het levensbedreigend geweld waarmee het gepaard gaat en het verlies van een eigendom dat in een land met nauwelijks openbaar vervoer cruciaal is. De meest voorkomende symptomen bij zijn cliënten zijn gespannenheid, concentratieproblemen en nachtmerries. “De slachtoffers zijn blootgesteld aan een ervaring die buiten het normale menselijke bevattingsvermogen staat”, zegt Wolff. “Ze kunnen het daardoor niet vergeten, er is geen la in het brein om het in op te slaan. Ze hebben het gevoel dat het hen iedere dag weer kan overkomen. Wij leren hun de kunst van het vergeten.”

Voor de samenleving als geheel is de misdaadgolf fnuikend, meent de hoogleraar. “Mensen vallen terug in de bekende stereotypen van 'wij' tegen 'zij', terwijl Zuid-Afrika juist het tegengestelde nodig heeft. Er treedt een polarisatie van gevoelens op. Iedereen leeft in de constante angst om aangevallen te worden, om pijn te lijden. Eigenlijk is heel Zuid-Afrika getraumatiseerd.”