Verhuisd, onbekend, illegaal en uitgeschreven - foutje!

Sinds 1 juli van dit jaar huur ik een van de 25 appartementen in een tot woningen verbouwd bedrijfspand aan de Ruysdaelstraat 49 te Amsterdam waarin voorheen het Parket, het hoofdkantoor van de Hema en lang geleden een diamantslijperij gevestigd waren.

Kort na mijn verhuizing ontving ik van Stadsdeel Zuid een oproep mij persoonlijk in te komen schrijven. De inschrijving bleek echter niet zo eenvoudig; het woningencomplex stond nog aangeduid als bedrijfspand met huisnummer 49 voor inmiddels 26 brievenbussen (25 woningen plus de Stichting Thuiszorg). De weinig fraaie maar bruikbare nieuwe nummering van 49-A1 tot en met 49-F8, was bij het Stadsdeel onbekend. De mevrouw achter de Stadsdeelbalie noteerde de gegevens uit het huurcontract, inclusief mijn huisnummer 49-E5 en verzekerde mij dat alles goed zou komen.

Begin juli bereikte mij een aan (niet meer bestaand) huisnummer 49 geadresseerd kaartje van het Bevolkingsregister met het verzoek om een telefonische reactie. Ik belde het kiesnummer van het Bevolkingsregister. Een mevrouw van de gemeente reageerde niet vriendelijk: ik diende de door mij gehuurde woning onmiddellijk te verlaten omdat het huisnummer niet bestond, het bovendien een bedrijfspand betrof en ik dus illegaal op het adres verbleef. Tot 29 september vernam ik niets meer, maar die dag was de postbode zo goed om extra tijd te besteden aan verkeerd geadresseerde post, zodat mij opnieuw bij toeval een kaartje van de Gemeente onder ogen kwam.

“Geachte heer/mevrouw”, aldus het kaartje. “U zou volgens onze informatie niet woonachtig zijn op het adres waar u staat ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens. Uw inschrijving wordt opgeschort/ongedaan gemaakt. U kunt binnen zes weken na verzending van deze mededeling in beroep gaan bij de Arrondissementsrechtbank Amsterdam.”

Een telefoontje naar het Bevolkingsregister deed mij vervolgens twijfelen aan mijn bestaan: “U bent per 25 september met onbekende bestemming vertrokken, had wèl of niet maar in ieder geval ten onrechte gewoond in een ruimte waar u niet mocht wonen omdat het een bedrijfspand is. Daarom bent u uitgeschreven want u bent immers met onbekende bestemming vertrokken.”

Het is een vreemd gevoel om met onbekende bestemming vertrokken te zijn maar ondanks deze handicap toch te moeten reageren op een foutief geadresseerd kaartje dat ik nooit heb kunnen ontvangen, omdat ik immers niet woonachtig ben op het adres waar het heen is gezonden. Sterker nog: het adres bestaat helemaal niet.

Een telefoontje met het Stadsdeelkantoor bracht mij in contact met een meneer van Voorlichting, die begreep hoe de vork in de steel zat. Het Stadsdeel had de omzetting van bedrijfspand naar appartementen op het moment van mijn inschrijving nog niet verwerkt, vandaar. Als ik nu net als in juli gewoon even langskwam met huurcontract en andere bewijsstukken als telefoonnota's en dergelijke zou alles goed komen. Binnen vijf minuten stond ik bij de Stadsdeelbalie, maar de meneer van Voorlichting was de komende twee uur met lunchpauze. Ik moest naar het Bevolkingsregister aan de Herengracht, zei een dame aan de balie, want daar lag het probleem.

Het Bevolkingsregister aan de Herengracht was uitgestorven op mijzelf en de portier na, die mij vaderlijk te woord stond. Hadden mijn ouders me soms laten uitschrijven? “Sommige ouders doen dat”, wist hij. Daags na mijn 46ste verjaardag vond ik het weliswaar een geestige suggestie, maar geen waarschijnlijke. Geheel perplex werd ik naar de balie geleid. Eerste boze vraag van de ambtenaar daar was waarom ik niet gereageerd had op alle eerdere kaartjes. Zij had zich geërgerd aan de steeds weer als onbestelbaar teruggekeerde post. Ik legde voorzichtig uit dat genoemde kaartjes mij niet hadden bereikt omdat ze gezonden waren aan een niet meer bestaand adres waarop de ambtenaar mij toebeet dat dat onmogelijk was omdat zij geen fouten maakte.

Opeens besefte ik dat het gedoe rond de onbestelbare kaartjes natuurlijk een Amsterdamse manier was om op humoristische wijze nieuwe inwoners bij inschrijving welkom te heten. Ik had het grapje begrepen, besloot mee te spelen en gaf volmondig toe dat ik inderdaad op 25 september met onbekende bestemming was vertrokken en mocht dat niet zijn geschied, dat ik mij bereid verklaarde om in onderling overleg te bepalen waarheen ik dan alsnog was vertrokken. Mijn aanpak bracht de boze mevrouw niet in een betere stemming; zij riep de hulp in van een collega en ging zelf kopiëren. Haar laatste woorden waren dat mijn uitschrijving in ieder geval niet ongedaan gemaakt kon worden omdat ik al vier dagen was uitgeschreven en dat mijn woning nu aan een ander zou worden toegewezen.

De nieuwe mevrouw achter de balie begreep binnen enkele seconden de oorzaak van het misverstand en verzekerde mij dat ik na het weekeinde opnieuw ingeschreven zou staan. Eerder kon niet, omdat er problemen waren met de computer.

Gisteren ontving ik bij toeval weer een verkeerd geadresseerde belastingaanslag. Ik ben benieuwd hoe lang mijn verblijf in dit belasting-nirwana zal duren. Van Stadsdeel of Gemeentelijk Bevolkingsregister heb ik niets meer vernomen.