Stage huisartsen-in- opleiding niet verkort

UTRECHT, 14 NOV. De huisartsen-in-opleiding aan de Groningse universiteit hebben geen recht op verkorting van hun stageperiode in een ziekenhuis. Dat heeft president van de rechtbank in Utrecht H.F.M. Holthuis vandaag in kort geding bepaald.

De 21 huisartsen-in-opleiding eisten van de universiteit dat de negen maanden durende stage die zij dit studiejaar in een ziekenhuis moeten lopen zou worden verkort. Zij hebben al, voordat ze in september 1994 aan hun huisartsenopleiding begonnen, in een ziekenhuis gewerkt als basisarts, gemiddeld ongeveer één jaar. Volgens de aspirant huisartsen is het werk dat zij nu tijdens hun ziekenhuisstage moeten doen ongeveer hetzelfde, en voegt het nauwelijks iets aan hun opleiding toe.

Volgens de rechter hebben de huisartsen-in-opleiding niet voldoende duidelijk gemaakt waarom ze niets van hun stage zouden leren. Hij stelde de universiteit en de Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG), verantwoordelijk voor de huisartsenopleiding, in het gelijk. Zij vinden dat de ziekenhuisstage wel leerzaam is, omdat de periode is 'ingebed' in de opleiding. In wekelijkse 'terugkomdagen' op de universiteit wordt de aspirant huisartsen geleerd wat de relevantie is van hun ziekenhuiservaringen voor het werk van een huisarts. Omdat de huisartsen al een jaar in een huisartsenpraktijk hebben gewerkt, kunnen ze hun ziekenhuiservaringen afstemmen op wat ze moeten weten als huisarts, vindt de KNMG.

Sinds september 1994 is de opleiding voor huisartsen met één jaar uitgebreid in verband met Europese richtlijnen. In het extra jaar werken de artsen tenminste acht maanden in een ziekenhuis. Aanvankelijk zouden de studenten twee periodes van vier maanden op verschillende afdelingen in een ziekenhuis werken, maar ziekenhuizen wilden voor zo'n korte periode geen stageaires betalen. De stageduur is daarom tot ongenoegen van de aspirant huisartsen verlengd naar acht maanden op één afdeling. In de rest van het extra jaar werken ze onder meer bij een Riagg of een GGD.

Omdat de wachtlijsten voor de huisartsenopleiding lang zijn, werken veel afgestudeerde medici eerst tijdelijk als basisarts in een ziekenhuis. Bij de toelating tot de opleiding kan werkervaring als basisarts zelfs een voorwaarde zijn.