Magie uit een broodje

Jostein Gaardner: Het geheim van de kaarten. Vert. Lucy Pijttersen, Uitg. Houtekiet/Fontein, 324 blz., vanaf 13 jaar, ƒ 39,90.

Voordat de Noorse Jostein Gaardner zijn internationale bestseller De wereld van Sofie schreef, een boek over filosofie dat populair is onder kinderen en volwassenen, voltooide hij een ander manuscript. Van dit eerste boek is onlangs de Nederlandse vertaling verschenen: Het geheim van de kaarten. “(Het) gaat over een jongen die met zijn vader naar Athene reist,” zei hij in een interview met deze krant. “Onderweg hoort hij verhalen over Plato en Socrates. Maar stel nu: hij komt weer thuis en wil iets over de filosofie lezen. Dan krijgt hij te horen: jij bent te jong, voor jou is er niets.” Zo leidde Gaardners eerste jeugdroman tot het schrijven van de zo succesvolle tweede. Meer dan De wereld van Sofie is Het geheim van de kaarten een kinderboek, en iedereen die van spannende sprookjes houdt zal ervan genieten. De hoofdpersoon, een ongeveer dertienjarige jongen genaamd Hans Thomas, krijgt net als Sofie van een volslagen onbekende iets te lezen. Dit keer is dat geen geschiedenis van de filosofie, maar een magisch verhaal in een piepklein boekje dat Hans Thomas krijgt van een rare bakker in een dorpje. De gebeurtenissen uit dit 'broodboekje', zoals hij het noemt omdat het verstopt was in een broodje, lopen parallel met wat hij zelf meemaakt. Zodra zijn vader, die alcoholist is, weer naar de fles grijpt, drinken de figuren in het boekje van de 'purperdrank'. Dat is een drank die de zinnen begoochelt, die je niet alleen in je mond proeft, maar overal, tot in het puntje van je tenen. Het verhaal in Hans Thomas' broodboekje, dat wordt doorgegeven van bakker op bakker, gaat over een aangespoelde drenkeling wiens kaartspel tot leven komt. Ook Hans Thomas zelf heeft in het dagelijks leven veel te maken met kaarten, zijn vader is een obsessief verzamelaar van jokers en voelt zichzelf een joker. Niet alleen de inhoud van Het geheim van de kaarten hangt nauw samen met het kaartspel, ook voor de structuur koos Gaardner ervoor naar alle kaarten een hoofdstuk te vernoemen.

Minder dan De wereld van Sofie is dit boek gericht op kennisoverdracht. Het verhaal op zichzelf is belangrijker, al voeren vader en zoon tijdens de rookpauzes filosofische gesprekken. Toch heeft Gaardner een boodschap, dezelfde als De wereld van Sofie: wie jong is, heeft zijn ogen nog open. Een kind verwondert zich voortdurend over de wereld om zich heen en is daardoor in staat de vragen die er toe doen te stellen, over de herkomst van de aarde en de aard van de mens. Volwassenen daarentegen zijn meestal afgestompt, juist doordat ze alles menen te weten.

De moraal van Gaardner is een beetje irritant, omdat hij er vaak op terugkomt en er nauwelijks oog voor lijkt te hebben dat ook kinderen wreed, dom of kortzichtig kunnen zijn. Als ze dat al zijn, ligt dat nooit gewoon in hun aard, maar imiteren zij de grote mensen: 'Want dingen afkijken van volwassenen gaat kinderen goed af, vooral duivelstreken.' Ook Gaardners taalgebruik, of dat van de vertaalster Lucy Pijttersen, is een beetje truttig: 'Ik liet het licht boven mijn bed aan en las verder in het broodboekje, zodra ik er zeker van was dat pa zijn pas had laten stempelen aan de grens met dromenland.' En om nou op de eerste bladzijde meteen te beweren dat 'ik het allemaal op moet schrijven nu er nog iets van een kind in me schuilt,' is wel wat hoogdravend en drakerig.

Het wonderlijke is dat noch de moraal, noch het taalgebruik, noch de ingewikkelde structuur van het boek (een verhaal in een verhaal, dat ook weer bestaat uit verschillende verhalen) verhindert dat je het in een keer uit wilt lezen. Jostein Gaardner sleept je dwars door al je ergernissen heen. Het geheim van de kaarten herinnert aan Michael Endes pleidooi voor de verbeelding Het oneindige verhaal, ook een boek dat alle bovenstaande bezwaren kent maar tegelijkertijd zo spannend is dat je het niet weg kunt leggen. Het is de lezer minder te doen om na te gaan denken over de filosofische vragen die voor Gaardner zo belangrijk zijn, als wel om erachter te komen hoe al die verhalen aflopen en te ontdekken hoe het precies zit met het voorspellende karakter van het broodboekje. Bovendien worden vader en zoon achtervolgd door een duistere dwerg, die misschien kwaad in de zin heeft. Gaardner laat sommige raadsels onopgelost. De bakkers bewaken om de beurt een geheim, waarvan Hans Thomas de volgende bewaker zal zijn. Dat is voorzien en voorbestemd. Of verbeeldt hij zich dat maar?