Koppeling geloof aan grond zaait verderf

De moordenaar van Rabin zei te handelen in 'Gods wil'. Hij koppelt, gemotiveerd door een bepaald soort nationalisme, Gods wil, een volk en een bepaald stuk grondgebied aan elkaar. Ype Schaaf waarschuwt voor de kwalijke gevolgen van zo'n ideologisch en godsdienstig geladen natie-staat.

De moordenaar van de Israelische premier Rabin zegt te hebben gehandeld “in Gods naam”, omdat Rabin het land dat God aan zijn uitverkoren volk, de joden, heeft gegeven wil overdragen aan de Arabieren en daarmee niet alleen verraad pleegt aan de kolonisten op de Westelijke Jordaanoever, maar ook aan God zelf.

Nu staat er in de bijbel inderdaad dat God, toen Mozes het joodse volk opriep om te vertrekken uit de slavernij van Egypte, hen een land beloofde dat zou overvloeien van melk en honing. Toen dat land meer dan veertig jaar later inderdaad werd veroverd, is het verdeeld onder de nakomelingen van de zonen van Jacob, die 'Israel' genoemd werd.

Maar gedurende de hele verdere joodse geschiedenis zijn de grenzen van dat land wisselend geweest. Wanneer joden nu 'Erets Israel' opeisen, moet daarom allereerst gevraagd worden over wèlk Israel ze het hebben. En dan is het merkwaardig dat ze zonder meer doelen op de periode dat Israel qua oppervlakte het grootst was.

Sinds de 'diaspora' van de joden over de hele wereld, na de val van Jeruzalem in 70 na Christus, hebben ze elkaar begroet met 'tot ziens in Jeruzalem'. Met andere woorden: ze hebben altijd gedroomd van een terugkeer naar Zion, maar zonder daarbij te praten over de omvang van het land.

De Zionistische beweging heeft aan het begin van de twintigste eeuw deze droom geconcretiseerd en verscherpt door te pleiten voor een terugkeer naar Palestina van niet alleen de vrome, maar van àlle joden. Opnieuw: zonder te praten over de oude, in de bijbel genoemde grenzen.

Toen de staat Israel in 1948 ontstond, werden - begrijpelijk - die bijbelse grenzen een ideaal. Alleen: met de hand op diezelfde bijbel zeggen tegenwoordig niet alleen liberale joden, maar ook het overgrote deel van de orthodoxe joden dat toen hun aartsvader Abraham in het beloofde land aankwam, hem werd opgedragen de daar wonende Kanaänieten met rust te laten, terwijl het verbod tot moorden al in de Tien Geboden staat. Daarom is de huidige vredespolitiek van de Israelische regering ten aanzien van de Palestijnen - de Kanaänieten van vandaag - juist. Men kan hoogstens strijden over hoe ver men daarbij moet gaan.

De moordenaar van Rabin daarentegen koppelt Gods wil, een volk en een bepaald stuk grondgebied aan elkaar. Hij en zijn medestanders verbinden zo gegevens uit het Oude Testament met het moderne begrip van de natie-staat, zoals die zich in de negentiende eeuw in Europa heeft ontwikkeld. Omdat de door God gewilde vorst als samenbindende factor destijds werd vervangen door de volkssoevereiniteit, werden natie en nationalisme de symbolen van de eenheid met één taal en één cultuur.

Zo kon de Duitse eenheid tot stand komen, en de Italiaanse. Onder invloed van de Romantiek kreeg die natie-staat vervolgens een sterkere ideologische lading met een begrip als 'vaderland', en daarbij horend 'trouw aan het vaderland' (dat inhoud kreeg in de dienstplicht), het 'verdedigen van de grenzen van het vaderland' en zo nodig 'sterven voor het vaderland'. Vóór Napoleon werd de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden verdedigd door buitenlandse huurlingen. De Eerste Wereldoorlog in de volgende eeuw werd een slachtpartij van dienstplichtigen in naam van 'het vaderland'.

Overigens, de drieëenheid 'God, Nederland en Oranje' van onze anti-revolutionairen en het idee van 'Gods bijzondere weg met het Nederlandse volk' van de Christelijk-Historische Unie waren ook uitingen van dit denken, evenals de definiëring van de Verenigde Staten als 'Gods own coutry' door vele - blanke en protestantse - Amerikanen, of de 'goddelijke opdracht' van de blanken in Zuid-Afrika om te heersen over 'die swartman'.

De ernstigste verloedering van het natiebegrip kwam toen Hitler onder aanroepen van de voorzienigheid de racistische superioriteit van het germaanse ras proclameerde in een theorie waarin 'Blut und Boden' gekoppeld werden en waarin geen plaats was voor joden en zigeuners en eigenlijk ook niet voor mensen van slavische komaf. Vijftig jaar na de vreselijke oorlog, die nodig was om het Duitse 'Herrenvolk' te verslaan blijkt het allemaal niet voorbij te zijn.

Na de val van die andere grote ideologie (van het communisme) zijn er in Oost-Europa weer gevaarlijke apen uit de mouw gekomen. In voormalig Joegoslavië stelt de Servisch-Orthodoxe kerk zich brutaalweg achter de Grootservische territoriale aspiraties en is Rome dik met het katholieke Kroatië. In Rusland wordt door sommige nationalistische groepen weer een verbinding gelegd tussen moedertje Rusland en de Heilige Kerk, waarbij zelfs het verlangen naar het oude Groot-Rusland van de tsaren weer opduikt.

Hongaarse minderheden worden gediscrimineerd in Tsjechië en Roemenië en Turkse in Bulgarije in naam van van één natie met één taal, één geloof, één cultuur en liefst ook één land.

Nu Israel niet meer onder de acuut gevaarlijke dreiging van de vijandige Arabische wereld leeft, staan ook daar moordenaars op, gemotiveerd door dit nationalisme, dat in naam van God overtuigd is van territoriale rechten.

Zelfs de burgeroorlogen in Afrika van de laatste jaren hebben te maken met tot mislukken gedoemde pogingen om van koloniën met kunstmatige grenzen Afrikaanse natie-staten te maken.

In het Europa van de EU - en in de hele wereld - hoort de aberratie van de ideologisch en godsdienstig geladen natie-staat een gepasseerd station te zijn.

Het vaderland is bij ons teruggebracht tot een populaire koningin die geen politieke macht heeft, een taal en cultuur alsmede het oranje uitgedost toejuichen van het Nederlandse elftal.

En offers kunnen alleen nog gevraagd worden als het gaat om recht en vrijheid en vrede.