Hooggerechtshof Israel wint slag tegen rabbijnen

TEL AVIV, 14 NOV. Met een meerderheid van zes tegen één stem heeft het Israelische Hooggerechtshof zondag het ministerie van binnenlandse zaken verplicht personen die in Israel door liberale rabbijnen zijn bekeerd als jood in het bevolkingsregister te registreren.

Deze erkenning heeft de tweespalt verdiept tussen seculiere en orthodoxe burgers over het karakter van de staat Israel. In de traumatische nasleep van de moord op Rabin heeft de uitspraak van het Hooggerechtshof ook de vorming van een nieuwe regering op een zo breed mogelijke basis door waarnemend premier Shimon Peres bemoeilijkt.

De registratie als 'jood' kan nu als gevolg van de uitspraak van het Hooggerechtshof gebeuren zonder toestemming van het opperrabbinaat, dat zich met hand en tand verzet tegen het liberale jodendom. De nieuwe regeling betekent niet dat een bekeerling tot het jodendom mag trouwen. Scheiden, trouwen en andere zaken die de persoonlijke status aangaan blijven het privilege van het zeer orthodoxe bestuurssysteem.

Baksi Doron, een van Israels twee opperrabbijnen, heeft al aangekondigd dat de rabbijnen in het vervolg er nog scherper op zullen toezien dat in Israel uitsluitend joden die volgens de halacha, de joodse religieuze traditie, zijn bekeerd, in het huwelijk treden. Huwelijkskandidaten waarover twijfels bestaan zullen nauwkeuriger dan tot dusver het geval was moeten documenteren dat ze 'halachische joden' zijn. De andere opperrabbijn, Israel Lau, is van oordeel dat de uitspraak van het Hooggerechtshof het joodse karakter van de staat Israel en de toekomst van het joodse volk bedreigt.

De religieuze partijen in de Knesset hebben laten weten dat er geen sprake kan zijn van hun deelname aan de door Shimon Peres te vormen nieuwe regering indien in het coalitie-akkoord geen paragraaf wordt opgenomen waarin een nieuwe wet in het vooruitzicht wordt gesteld die de uitspraak van het Hooggerechtshof ongedaan maakt. In dat theoretische geval heeft de president van het hooggerechtshof, Aharon Barak, al laten doorschemeren dat het hoogste rechtsorgaan in de joodse staat de onafhankelijkheidsverklaring zodanig zal interpreteren dat het rabbinaat ook zal worden verplicht in Israel door liberale rabbijnen bekeerden te trouwen.

Barak heeft zich tot doel gesteld met behulp van uitspraken van het hooggerechtshof het skelet op te zetten van een grondwet. Door de diepgaande meningsverschillen tussen seculiere en orthodoxe joden werd bij de stichting van de staat Israel door David Ben Gurion in 1948 afgezien van het opstellen van een geschreven grondwet. 'Synagoge en staat' zijn als gevolg daarvan niet gescheiden in Israel.

Wegens hun sterke politieke positie hebben de religieuze partijen een ontwikkeling in de richting van een afbakening tussen kerk en staat tot dusver weten tegen te houden. Het Hooggerechtshof omzeilt thans de politiek en stuurt aan op het openbreken van de verstarde Israelische verhoudingen inzake de verhouding tussen de persoonlijke rechten en die van het rabbinaat.

Rabbijn Uri Regev, hoofd van de liberale gemeenten in Israel, heeft de uitspraak van het Hooggerechtshof begroet als een “revolutie van historische betekenis.” Zolang liberale joden in Israel niet kunnen trouwen blijven zij volgens hem tweederangs burgers.

De minister van immigratie, Yair Tsaban, sprak ook van een revolutie en gelooft dat de uitspraak van het Hooggerechtshof een positieve invloed zal hebben op de emigratie naar Israel, in het bijzonder vanuit de vroegere Sovjet-Unie. Volgens het Israelische bureau voor de statistiek is 10 procent van de immigranten uit dat deel van de wereld niet-joods.