Groep Oosttimorezen in ambassade van Japan

JAKARTA, 14 NOV. Een groep van meer dan twintig Oosttimorezen is vandaag de Japanse ambassade in Jakarta binnengedrongen en heeft daar om hulp gevraagd. De Indonesische president, Soeharto, heeft gezegd dat de groep het land mag verlaten.

Volgens ooggetuigen klommen de Oosttimorezen, allen jongeren, over het hek van het ambassagebouw. “We hebben hulp nodig”, riep een van hen. Enkele Oosttimorezen zeiden tegen journalisten dat ze politiek asiel in Japan wilden aanvragen, maar volgens anderen zouden ze naar Portugal willen reizen. De Oosttimorezen weigerden het ambassadeterrein te verlaten voordat hun asielverzoek was ingewilligd en hun vertrek uit Indonesië was geregeld.

De Japanse ambassade heeft het binnendringen van de Oosttimorezen bevestigd, maar wilde verder geen commentaar geven. De actie komt aan de vooravond van de jaarlijkse bijeenkomst van landen rondom de Stille Oceaan, de zogeheten APEC-top, die morgen in de Japanse stad Osaka begint. De top werd vorig jaar in Indonesië gehouden. Ook toen voerden Oosttimorezen actie.

President Soeharto zei later in een reactie dat de asielzoekers er niet van zullen worden weerhouden Indonesië te verlaten. De president liet dit via een woordvoerder weten.

Het is de derde keer binnen twee maanden dat jongeren uit Oost-Timor een ambassade in Jakarta gebruiken om politiek asiel aan te vragen. In september zochten vijf Oosttimorezen toevlucht tot de Britse ambassade. Vorige week drongen acht Oosttimorezen de Nederlandse ambassade binnen. Beide groepen mochten na enkele dagen wachten het land verlaten en zijn door Portugal opgevangen.

Oost-Timor is officieel een provincie van Indonesië. Het Indonesische leger viel de voormalige Portugese kolonie in december 1975 binnen. Jakarta lijfde het eilanddeel in 1976 in. De Verenigde Naties en vrijwel alle afzonderlijke landen hebben de annexatie nooit erkend. In Oost-Timor woedde in de eerste jaren van de annexatie nog een hevige strijd tussen de afscheidingsbeweging FRETILIN en het Indonesische leger.

De afgelopen jaren is het verzet vrijwel uitgeschakeld, maar onder de bevolking bestaat nog altijd veel weerstand tegen de Indonesische aanwezigheid. Met name de komst van een groot aantal migranten uit andere delen van de Indonesische archipel heeft veel kwaad bloed gezet onder de Oosttimorezen, die behalve een politieke, nu ook een economische overheersing vrezen.

Het is de afgelopen jaren herhaaldelijk tot ongeregeldheden gekomen tussen het leger en Oosttimorezen. Schietpartijen en relletjes zijn een terugkerend verschijnsel. Het bloedigste incident had plaats op 12 november 1991, toen Indonesische troepen op het kerkhof van Santa Cruz in de hoofdstad Dili tijdens een begrafenis ten minste vijftig rouwenden doodschoten. De Indonesische autoriteiten zijn meestal zeer terughoudend over hetgeen zich in Oost-Timor afspeelt, maar het bloedbad uit 1991 hebben ze volmondig toegegeven. (AP, AFP, Reuter)