Gied Jaspers vindt zijn paradijs

Het leven van Gied Jaspars, woensdag, Ned.3, 21.29u.

Gied Jaspars verwierf zo'n 25 jaar geleden bekendheid als een van de makers van de VPRO-tv-shows rond de anti-helden Fred Haché en Barend Servet. De oud-student aan de filmacademie werd een veel gevraagd ideeënman, producent en inspirator van tal van film- en televisiemakers - of wie dat nog moest worden: Wim T. Schippers, Berend Boudewijn, Paul Haenen, Theo van Gogh. Eind jaren zeventig ging Jaspars in zaken: hij was de motor achter de ontwikkeling van de Rolykit, een oprolbare opbergdoos, ontplooide reclame- en pr-activiteiten en opende een hologrammenmuseum.

Al die jaren had Jaspars het voornemen zijn loopbaan te beëindigen als 'verhalenverteller': zo moeizaam als het op papier formuleren van zijn gedachten hem vergaat, zo meeslepend kan Gied Jaspars ze mondeling overbrengen. Hij maakte een serie programma's voor Natuurmonumenten, waarin hij poëzie en eigen waarneming schijnbaar moeiteloos tot een spannende vertelling aaneensmeedde. Anderhalf jaar geleden werd bij Jaspars een ongeneeslijke vorm van kanker geconstateerd. Programmamaker Frans Bromet hoorde op de radio een portret van zijn oud-klasgenoot van de Filmacademie en besloot hem na 30 jaar weer op te zoeken.

De ontmoeting resulteerde in zes tv-programma's, waarin Jaspars zijn leven chronologisch aan Bromet vertelt. In de eerste aflevering, die morgen wordt uitgezonden, gaat Jaspars terug naar het decor van zijn jeugd: Gronsveld, enkele kilometers ten zuiden van Maastricht. Zijn ouderlijk huis wordt opgezocht, een expeditie naar een 'beklemmende burcht van onbegrip' waarin hij gebukt ging onder het ontbreken van een vertrouwensband met zijn ouders en de bedreigende invloed van het katholicisme. Op zijn 21ste trok Jaspars er de deur achter zich dicht, vastbesloten er nooit weer terug te keren.

Het zou zonde zijn hier teveel details te openbaren uit Jaspars' jeugdherinneringen. De wisselwerking van de argeloze en registrerende Bromet en de bewogen welsprekendheid van Jaspers is voortreffelijk. In nog geen half uur wordt een indringend beeld opgeroepen van een jongetje dat gelukkig opgroeit in een paradijselijke omgeving, maar zich van lieverlede, nadat een illusionist hem letterlijk van een illusie berooft, omgeven weet door vreemden. Hij trekt zich terug in het heuvellandschap of op zijn kamer om Guido Gezelle te lezen. Gied Jaspars blijkt pas aan het eind van zijn leven, in een molen aan het Gein, zijn paradijs te hebben hervonden.