De Noren

Morgen tegen de Noren! Zich verdiepen in voetbalhistorie dwingt tot bescheidenheid. In 1959 wees Oranje de Vikingers met de robuuste cijfers 7-1 terug, waarbij de bijna veertigjarige Piet Kraak werd teruggehaald. Tonny van der Linden scoorde een hattrick, Wilkes en Rijvers bevonden zich onder de doelpuntenmakers en de Noren werden voor 50.000 toeschouwers platgespeeld.

Wat een elftal! Maar een op niet meer dan drie plaatsen gewijzigd Nederlands elftal had exact veertien dagen tevoren met 7-0 verloren van de Duitsers. In Keulen. Daar scoorde Uwe Seeler een hattrick en werd Oranje platgewalst.

Ik bedoel maar. Denk nooit dat interlandvoetbal nauwkeurig te voorspellen is. Dit gezegd hebbende moet ik toch kwijt dat mijn bewondering voor het huidige Noorse nationale team niet zo groot is als bij sommige medeburgers.

Tamelijk algemeen wordt in de kringen der liefhebbers geweldig opgekeken tegen de solide Noorse defensie, die inderdaad zeer hecht is. Maar niet doordat men verdedigers van wereldklasse bezit, maar doordat in de defensie elke plaats dubbel wordt bezet. Daar komt bij dat de Noren koele kikkers zijn, die in grote nuchterheid de kunst van het houden van de nul beheersen.

Je mag daar best respect voor hebben, maar solide verdedigen is een vaardigheid die ook de kleine voetbalnaties tegenwoordig tot de hunne hebben gemaakt. Zelfs het nietige Malta zag een flinke tijd kans Oranje op de rand van een zenuwcrisis te houden door de poort hermetisch gesloten te houden.

Verdedigen kan tegenwoordig bijna iedereen - op voorwaarde dat men praktisch het hele elftal aan dat ene onderdeel van het spel opoffert. De ploeg wordt computergestuurd, zo wil de Noorse coach Olsen ieder doen geloven. Dat hij niettemin geen robots kan opstellen, maar mensen van vlees en bloed, houdt in dat ook zijn spelers fouten kunnen en zullen maken - al zullen het er allicht niet veel zijn.

De Noren zijn te kloppen! Diverse internationals verdienen hun dagelijks brood in Engeland en wij weten dat het Britse voetbal een moeilijke tijd doormaakt. In die matige omgeving plegen de Noren niet geweldig uit te blinken. Zij zijn vooral nuttig, werken hard, spelen sober en doen wat hun manager zegt.

Mocht Nederland opnieuw niet van hen kunnen winnen, dan verdient Oranje het de eindronde niet te bereiken. Trouwens: ook bij winst is men de brug nog niet over. Dan wacht volgende maand in Liverpool waarschijnlijk een slotduel tegen een andere nummer twee.

Rekdahl, een Noor die 46 interlands achter zijn naam heeft staan en onder contract staat bij Lierse in België, verwacht een sfeer als bij een cupfinal in Engeland. Hij geeft toe, dat de Noren oer-nuchter, op het primitieve af countervoetbal spelen. Zelden meer dan één spits, maar op grond van het loopvermogen van hun spelers mag je verwachten dat er af en toe een paar Noren uitbreken. Dan is grote voorzichtigheid bij Oranje geboden.

Maar laten we niet de fout maken dit simpelmans-voetbal op het schild te heffen. Het blijft primitief. Men hoeft de Noren niet kwalijk te nemen dat zij zo realistisch zijn zich niet in een open strijd te willen meten met de Ajax-cultuur - dat zou zelfmoord zijn.

Intussen is het de allerhoogste tijd dat het Nederlands elftal eindelijk zichzelf wordt en naar zijn mogelijkheden speelt. In dat laatste geval moet er kunnen worden gewonnen. Niemand van de naaste betrokkenen weet waarom menig Ajacied in Oranje beneden zijn vorm blijft. Als niemand dat weet, bestaat er dus geen echte reden voor.

Natuurlijk kunnen Ajacieden binnenkort weer vooral aan Real Madrid denken, of aan de Wereldbeker in Tokio. Maar ook zij willen het komende jaar best naar Engeland. Wilskracht en concentratie moeten het karwei bekronen.