Daimler-Benz zal 1995 met een gevoelig verlies afsluiten

ROTTERDAM, 14 NOV. Daimler-Benz, de grootste industriële onderneming in Europa, blijft bij haar deze zomer al uitgesproken verwachting dat het jaar 1995 met een “gevoelig verlies” zal worden afgesloten. In de eerste negen maanden steeg de omzet van Daimler-Benz weliswaar met 3 procent tot 72,5 miljard mark maar de negatieve ontwikkelingen bij de dochterondernemingen Dasa (vliegtuigbouw en ruimtevaart) en het elektroconcern AEG zetten de resultaten van Daimler onder druk.

Niet bekend

De financiële topman van Daimler-Benz, Manfred Gentz, wijst in een tussentijdse mededeling aan de aandeelhouders als oorzaken van de ongunstige ontwikkeling bij Dasa (moederonderneming van Fokker) vooral op de dure D-mark en op de omvangrijke voorzieningen die moeten worden getroffen voor de op handen zijnde grote reorganisatie, de zogenoemde operatie Dolores. Over deze ingreep bij Dasa, die circa 8000 banen zal kosten, zullen eind deze maand definitieve besluiten worden genomen.

Topman Jürgen Schrempp verklaarde dat de noodzakelijke kostenvermindering met kracht zal worden voortgezet. Volgens Schrempp blijft het de bedoeling om (via Dolores) de kosten bij de lucht- en ruimtevaartpoot met 700 miljoen mark per jaar extra te verlagen. Door die besparingen zal de civiele vliegtuigbouw bij een dollarkoers van 1,35 mark winstgevend moeten zijn.

Tevreden is Daimler wel over de ontwikkelingen bij de autodivisie Mercedes-Benz. Toch daalde in de personenwagensector, als gevolg van markt- en wisselkoersontwikkelingen, de omzet in de eerste negen maanden met 4 procent. Goed draaide in de eerste negen maanden vooral de bedrijfswagentak, daar groeide de afzet met maar liefst 15 procent. Ook de financiële dienstverlening en automatisering, ondergebracht in Debis, presteerde positief. Het inmiddels al flink uitgeklede AEG, zal verder worden gesaneerd. Bij AEG zullen de activiteiten in de industriële automatisering en energietechniek worden verkocht. De afdeling railbouw wordt, zoals eerder aangekondigd, per 1 januari aanstaande ondergebracht in een joint venture met het Zweeds-Zwitserse ABB-concern.