Crisis rond Nigeria teken renaissance Gemenebest

ROTTERDAM, 14 NOV. Markeert de crisis rond Nigeria een renaissance van het Britse Gemenebest? Na jarenlang geruzie rond de vermeende steun van het Verenigd Koninkrijk aan het apartheidsbewind in Zuid-Afrika vonden de leden van de organisatie elkaar dit weekeinde in de afkeuring van de executie, vrijdag, van de executie van Ken Saro-Wiwa en acht van zijn nieuwe Ogoni-medestanders en in een toewijding aan de principes van democratie en goed bestuur.

Tijdens de top dit weekeinde besloot de organisatie tot het oprichten van een groep waarin acht ministers van buitenlandse zaken (onder wie de Britse en de Zuidafrikaanse) zitting hebben. Deze heeft tot taak er op toe te zien dat in de landen van de organisatie basisprincipes op het gebied van de mensenrechten en het goed bestuur worden nageleefd. Uitgangspunt is daarbij de zogeheten verklaring van Harare waarin vier jaar geleden die principes werden geformuleerd maar waaraan tot nog toe door het Gemenebest weinig inhoud was gegeven. Door de instelling van de werkgroep en de schorsing van Nigeria profileert het Gemenebest zich als een club waarvan het een eer is om lid te zijn en die het morele gezag heeft om het gedrag van zijn leden te bekritiseren.

Zonder gevaren is de nieuwe koers van het Gemenebest overigens niet. Nigeria is niet het enige land in de organisatie dat de mensenrechten met voeten treedt. In veel Afrikaanse landen breekt - zeker in de ogen van de regering - de nood vaak de wet. En zelfs moederland Groot-Brittannië kreeg in het recente verleden een schrobbering van organisaties als Amnesty International wegens zijn optreden tegen sympathisanten van het Ierse Republikeinse Leger (IRA) in Noord-Ierland. Een al te strenge toepassing van de verklaring van Harare zou ertoe kunnen leiden dat bij een volgende bijeenkomst van het Gemenebest niet alleen de Nigeriaanse stoel leeg zal zijn.

De levensvatbaarheid van het Gemenebest bleek wel uit de toetreding van Mozambique en Kameroen. Kameroen stond slechts gedeeltelijk onder Brits bestuur en Mozambique, een voormalige Portugese kolonie, stond dat al helemaal niet. Beide landen willen profiteren van het netwerk van het Gemenebest op het gebied van academische, sportieve en andere contacten. Befaamd is bijvoorbeeld het informele onder-onsje van de leiders van het Gemenebest tijdens hun topontmoetingen waarin zij onder het genot van een hapje en een drankje brandende kwesties aan de orde stellen.

Voor Mozambique speelt ook een grote rol dat zijn machtige buurman, Zuid-Afrika, sinds het presidentschap van Nelson Mandela een prominent lid is van de organisatie. Op allerlei terreinen probeert Mozambique de banden met het machtige buurland aan te halen. Zo besloot de Mozambikaanse regering onlangs om Engels tot de officiële voertaal in het land te maken.

Nigeria wordt de test-case van de nadruk van het Gemenebest op de mensenrechten en behoorlijk bestuur. Waarnemers sluiten niet uit dat Abuja, uit woede over de schorsing van twee jaar die het dit weekeinde door de organisatie kreeg opgelegd, zelf zal besluiten uit de organisatie te stappen. Uit de reactie van de organisatie op zo'n stap zal dan pas echt blijken het haar menens is met de democratie en de mensenrechten.