Bom in Riad is aanslag op het Saoedische staatsbestel

De bomaanslag van gisteren in Riad op een gebouw van de Saoedische Nationale Garde, dat zich tooit met de nietszeggende naam 'Bureau van het Management Programma', is een aanslag op het hart van het veiligheidssysteem van de Saoedische koninklijke familie. Want de Nationale Garde is opgericht als een parallel-leger naast de officiële Saoedische strijdkrachten om de koninklijke familie te beschermen, de facto baas en eigenaar van het land. Aan het hoofd van die Nationale Garde staat kroonprins Abdullah, de mogelijke, maar nog steeds omstreden opvolger van de niet erg gezonde koning Fahd.

De enorme klap was op verre afstand hoor- en voelbaar, zeggen Westerse getuigen in Riad. Zij dachten eerst aan een aardbeving. In overdrachtelijke zin hadden zij gelijk. Want de bomaanslag in een op technologisch gebied snel moderniserend land, waar de burgers niet geacht worden over politieke zaken na te denken, laat staan afwijkende meningen naar voren te brengen, is een duidelijke boodschap aan het adres van de koninklijke familie en haar machtige beschermer, de Verenigde Staten.

Zo'n in terrorisme verpakte boodschap in een land waar de veiligheidsdiensten meer dan voortreffelijk georganiseerd zijn en iedereen dan ook weet dat politieke oppositie dodelijke gevolgen kan hebben, staat inderdaad gelijk aan een politieke aardbeving. Het vertrouwen van de samenleving in haar eigen veiligheid, dat door de Golfoorlog al behoorlijk was aangetast, neemt er nog meer door af. Dat op zichzelf is al een aantasting van het gezag van de koninklijke familie.

Vooralsnog weet niemand wie achter de aanslag zitten: de geheime diensten van Iran of Irak (de grootste buitenlandse vijanden van Saoedi-Arabië), binnenlandse radicaal-islamitische scherpslijpers of gewoon een boze meneer die op zijn eentje opereerde en met concurrenten of hoogggeplaatsten wilde afrekenen. Maar kenmerkend voor de politieke onzekerheid is dat de eerste beschuldigende vinger wees naar een binnenlandse vijand van radicaal-islamitische signatuur. Want nu blijkt dat de Beweging voor de Gewapende Jihad, een nevelige oppositiegroep, al een half jaar geleden een fax stuurde naar het Islamitisch Centrum in Londen. Daarin werd meegedeeld dat de Amerikaanse militaire adviseurs in Saoedi-Arabië, die uit politieke overwegingen in dat land opereren als werknemers van privé-ondernemingen, binnen enkele maanden het land moesten verlaten. Anders zou geweld volgen. Die waarschuwing werd echter door de Saoedische veiligheidsdiensten niet erg serieus genomen.

Hoewel er nog geen sprake is van een pre-revolutionaire stemming in het buitengewoon conservatieve Saoedi-Arabië, moet de koninklijke familie, bestaande uit zo'n zesduizend prinsen, op den duur rekening houden met serieuze politieke oppositie. Allereerst omdat de streng toegepaste islamitische rechtsbeginselen voor de kring van de machthebbers nauwelijks of niet gelden, wat zeer veel kwaad bloed zet. De corruptie, die de prinselijke commissionairs in wapens, olie en bouwopdrachten in staat stelt nóg rijker te worden dan zij al zijn, is algemeen bekend. Het land beschikt bij voorbeeld over de beste ziekenhuizen in de Arabische wereld, voorzien van de modernste apparatuur. Maar een aantal van die ziekenhuizen staat leeg. Ze zijn volstrekt onnodig en werden alleen gebouwd en ingericht ten behoeve van de daaruit voortvloeiende provisie- en commissiegelden.

Tegelijkertijd echter heeft de overheid al sinds jaren een gigantisch begrotingstekort, dat voor een deel veroorzaakt wordt door de massale aankoop van Amerikaanse wapens (naar schatting 60 miljard dollar), waarmee men zich - zoals bleek tijdens de Golfoorlog - zonder hulp van het Westen niet tegen Irak kon verdedigen. Die militaire aankopen, die alle regeringen in Washington als noodzakelijk zien “opdat de Saoediërs in staat zijn zichzelf te verdedigen”, worden door steeds meer Saoediërs als weggegooid geld gezien.

In de derde plaats heeft een groeiende groep van in het Westen goed opgeleide Saoediërs steeds meer problemen aan de slag te komen in de Saoedische mega-consumptiemaatschappij. Diezelfde maatschappij kan echter niet veel langer de gehoorzaamheid van haar onderdanen belonen met riante overheidssalarissen voor niet-verricht werk. Zij kan evenmin op den duur totale belastingvrijheid garanderen, alsmede de zeer rijke subsidies van nog enkele jaren geleden en de gratis of bijna gratis verstrekking van water en elektriciteit prolongeren.

De langzaam groeiende maatschappelijke ontevredenheid werd de afgelopen jaren verwoord door predikers in de moskeeën van de Nejd, het hart van Saoedi-Arabië en tevens het hart van de strengst mogelijke uitleg van de soennitische islam, het wahabisme. Een aantal van die predikers werd gearresteerd, wat vorig jaar september leidde tot opstootjes, die onmiddelijk werden neergeslagen.

Vanuit Londen wordt het land door de radicaal-islamitische opponenten van het regime overstroomd met cassettes, die tot opstand oproepen. Zo begon in Iran de Islamitische Revolutie, en in Egypte en Algerije de opstand van de radicalen tegen hun heersers. De Saoedische heersers en hun Amerikaanse beschermheren hebben dan ook op termijn alle reden tot zorg.