Anno 1995

We wonen aan een kruispunt. 's Avonds, als ik met de trein uit Amsterdam ben gekomen en per taxi verder reis, zie ik vanuit de verte tussen het zware geboomte mijn hoge, gele huis, lichtend als een vuurtoren. Wanneer ik thuiskom zijn alle lichten aan.

Het dorp telt drie boerderijen, twee meesterswoningen, een school, een ijsbaan en nog wat boerderijen verderop.

Veel dorpen in de Nieuwe Wereld zijn ontstaan op kruispunten van wegen en hebben door hun kristallijne structuur kunnen uitgroeien tot steden, wereldsteden. Ons kruispunt is ouder dan enig kruispunt in de Nieuwe Wereld, maar is door de eeuwen heen altijd een eenvoudig kruispunt gebleven. Op de kaarten die ik aantref in het boekje 'Drenthe als strijdtoneel' zie ik dat de legers van prins Maurits respectievelijk de Spanjaard Verdugo zijn voorbijgetrokken aan ons huis - dat er nog niet stond. Al lezende heb ik begrepen hoe lang die legers waren, wanneer ze langs de wegen trokken. Niet het handjevol flitsende guerrilleros, zoals ons op school werd verteld, maar vele duizenden man voetvolk, huurlingen, vrouwen, paardekarren, geschut, munitie, kruit, tenten, keukens - een kilometerslange stoet, aan beide zijden beschermd door lansiers en ruiterij.

Ik zit op de rand van m'n bed aan de dag te wennen. De schaduwen van de bomen liggen evenwijdig en diagonaal over de ijsbaan - nu nog een stille watervlakte. Vanuit het westen, vanuit de nacht komt er een auto aanrijden, de grote lampen nog aan. Op het kruispunt zwenkt hij naar het noorden, mijn huis voorbij. Het zijn anno 1995 allemaal goede, verantwoorde wegen, met een onderbroken middenstreep, witte paaltjes en een waarschuwing voor de naderende kruising. Nog niet eens een eeuw geleden waren dit allemaal zand- en modderwegen, die het de kinderen onmogelijk maakten met droge voeten op school te komen. In de aanleg van de eerste kunstweg, naar Assen, werd het signaal gezien van een nieuw tijdperk. Spoorlijn en de inrichting van een halteplaats maakten het mogelijk, voor stedelingen, zich een dagje te verpozen in de natuur. Te dien einde kwam er, in 1914, op het kruispunt een boerenplaats annex hotel-café-restaurant, Het Centrum geheten, 'met waranda, voor de vermoeide vreemdeling die hier komt en iets wil nuttigen'.

De verharding van de zandweg naar Zeegse, de weg waar wij aan wonen, werd pas in 1919 aanbesteed, onder voorwaarde dat de weg een breedte zou krijgen van minstens tweeënhalve meter en dat de verharding zou bestaan uit een 10 centimeter dikke puinlaag van basalt, geplet door een stoomwals van minstens 6000 kilogram. Voorts diende, zo lees ik, de steenslag aan de volgende eisen te voldoen (hoe begrijpelijker en verwonderlijker was de techniek vroeger dan nu): “10 K.G. steenslag, in stukken van 2 tot 6 cm grootte zonder bijvoeging van kogels rondgewenteld in een kogelmolen van 450 mm inwendige middellijn, bij 240 mm breedte, draaiende om een horizontale as en makende 45 omwentelingen per minuut, mag na een uur niet meer gewichtverlies aan fijn poeder en gruis, gaande door een zeef van 1 cm maaswijdte vertonen dan 2,5 K.G. De stukken moeten zijn ongeveer van den teerlingvorm en van de grootte welke in het bestek of de overeenkomst is voorgeschreven.”

Om de wegen te betalen werd er tol geheven - tegen de zin van de landsregering 'omdat tolgaarding in alle opzichten hinderlijk is voor vlug vervoer, zoals dat de laatste jaren een eisch des tijds geworden is'. In alle andere provincies waren de tolhuizen ingevolge een Landelijk besluit van 1906 buiten werking gesteld, maar in het arme Drenthe hebben ze tot na de Tweede Wereldoorlog gefunctioneerd. Om de tol bij Eelderwolde met je fiets te mogen passeren moest een cent worden afgedragen. Ja zeker (ik steek gretig m'n vinger op), ik heb die cent nog betaald, dat was in 1947. Onheugelijke tijden.

Ik strek de leden, op weg naar de badkamer. Tegen een boom zie ik een wit pak liggen en dat herinnert me eraan dat vandaag het oud papier wordt opgehaald. Even later ben ik bezig, met touw en schaar, om van de stapels kranten stevige pakken te maken, die niet uit elkaar vallen. Dubbele knopen. Met harde hand. Ik word al echt een secuur oud baasje, dat dit goed wil doen.