Amerikaanse mentaliteit

De verbijstering over de afwijzing door de Verenigde Staten van oud-premier Lubbers als secretaris-generaal van de NAVO laat zien hoe weinig de Nederlanders, inclusief regering en - kennelijk helaas ook de diplomaten ter plekke - van de Amerikaanse mentaliteit begrijpen. Wie als Europeaan bijvoorbeeld in 1992 in de VS verbleef, werd direct geconfronteerd met het ongenoegen over het Europese onvermogen de crisis in Bosnië zelf op te lossen. Ook toen in september de Amerikanen met de bombardementen op Servische stellingen een doorbraak bij Sarajevo forceerden, wekten de Europeanen in Amerika de indruk alleen te zijn geïnteresseerd in de vraag wie bij de crisisbesprekingen aanwezig mocht zijn en wie voor de acties moest betalen. Lubbers mag dan in Nederland 'no nonsense' gepredikt hebben, op Amerikanen komt hij over als de zoveelste weifelende Europese politicus die geen rechtstreekse antwoorden geeft, geen besluiten durft te nemen en het vuile werk liefst aan de VS overlaat. Bovendien wordt Lubbers vanwege zijn recente mislukte sollicitaties als een 'loser' beschouwd. Het heft is sinds begin 1995 niet meer in handen van de Democratische president Clinton, maar wordt op zijn minst mede vastgehouden door het Republikeinse Congres van Bob Dole en - vooral - Newt Gingrich. Dat hadden de Europeanen wel eens kunnen bedenken, voordat ze zich in hun voordracht van Lubbers lieten leiden door de gedachte dat de VS een door Europa gesteunde kandidaat zou overnemen. Een ieder die in de Verenigde Staten naar een baan heeft gesolliciteerd, weet dat deze pas binnen is, als het contract door werkgever en werknemer op tafel ligt. Tot dat moment kan het nog misgaan, ook al lijkt alles door de vriendelijke behandeling koek en ei. Warren Christopher was voor zijn ministerschap advocaat en kent dus het klappen van de zweep.