Algerijnse kiezers als vogeltjes in een kooitje

ALGIERS, 14 NOV. Abdellatif B. is formeel: “Ik ga donderdag niet stemmen. Waarom zou ik mij daartoe lenen? De partijen die de meerderheid vertegenwoordigen, het FIS en het FLN bijvoorbeeld, kunnen niet deelnemen aan deze presidentsverkiezingen en omdat zij uitgesloten zijn, zijn wij dat ook.” We zitten in de lobby van het prachtige hotel al-Djazair, als vogeltjes in een kooitje. Buiten is het uitgaangsverbod alweer van kracht.

“De verkiezingen zijn van het begin af aan al vervalst en geen van de vier kandidaten is bij machte om iets aan het geweld te doen.” Abdellatif, een jonge industrieel, ziet er verwesterd uit. Hij handelt in juwelen en het is hem aan te zien dat hij goede zaken doet. In zijn bedrijf in Bab-el-Oued werken 150 mensen. Naar zijn zeggen hebben 145 van zijn werknemers bij de vorige verkiezingen voor het FIS gestemd, net als hij zelf trouwens. Toch denkt Abdellatif niet dat de kiezers massaal zullen wegblijven. “De mensen zijn het allemaal zo beu dat ze ook tegen beter weten in massaal hun hoop stellen op Liamine Zéroual.” Hij voelt zelf meer voor Mahfoud Nahnah, de kandidaat van de Hamas, de sociale islamitische beweging. Maar volgens hem haalt Zéroual het in de tweede ronde. “Nahnah is te gematigd en te zwak”, aldus Abdellatif. Hamas haalde in 1991 amper 400.000 stemmen en kwam daarmee ver achter het FIS, de vroegere eenheidspartij FLN en het FFS, het front van socialistische krachten dat vooral onder de berber-bevolking in Kabylië populair was. Toch kan dat deze keer anders uitpakken. Nahnah hengelt namelijk duidelijk naar de teleurgestelde FIS-aanhangers als hij zegt er voor te gaan zorgen dat de politieke gevangenen (onder wie de FIS-leiders) vrijkomen.

Of werkt dat misschien averechts? Nogal wat vrienden van Abdellatif, evenals welgestelde industriëlen, hebben voor het FIS gestemd maar Rehda kiest nu voor Zéroual. Als industrieel en vader van vier kinderen uit Blida, een stadje op 50 kilometer ten zuidwesten van Algiers, aan de voet van het Atlasgebergte, piekert hij er zelfs niet over zijn stem aan Nahnah te geven: “Hamas heeft twee weken geleden aangekondigd de 'criminelen' te willen vrijlaten. Niet alleen de politieke gevangenen, nee alle criminelen. Dan kan het bloedvergieten dus opnieuw beginnen. Mijn vrouw en kinderen verdienen een betere toekomst. FIS stemmen in 1991, dat was vooral een 'non' als een stem voor een drastische ommezwaai, en die is er niet gekomen”, zegt Rehda.

Pagina 4: 'Wie als eerste stemt, gaat eraan'

Mohammed B. werkt bij de ENTV, de Algerijnse televisie. Hij is 40 en woont met zijn vrouw en vier kinderen in de volksbuurt Bab-el-Oued. Hij vertelt hoe zijn zeven jaar oude zoontje Salim vorige week van school thuis kwam en op straat dit korte gedicht had opgevangen: “Donderdag gaan we stemmen, vrijdag vliegen de kogels ons om de oren en zaterdag schrijven we de verkiezingsuitslag in bloed op de muren.” Het kind vond het zo lekker rijmen en het vers beklijft.

De meeste Algerijnen zijn op de een of andere manier wel met dergelijke intimidaties in contact gekomen. Radio Trottoir heeft in deze sfeer van terreur en oplopende spanning veel gretige luisteraars. En ook voor de politieke cartoons in de kranten vormen de macabere dreigementen Gefundenes Fressen. Er is echt niet veel verbeeldingskracht of tekentalent nodig om iets te verzinnen bij deze: “La petite boîte mènera à la grande boîte” (De kleine stembus zal leiden naar de grote doodskist).

“Wie als eerste zijn stem uitbrengt, gaat er aan” luidt een ander pamflet van de GIA, de Gewapende Islamitische Groep, dat in de omgeving van de grote moskee in het hart van Algiers verspreid wordt. Volgens het pamflet geldt dit dreigement voor elk van de 15.000 stembureaus. Het gaat dus om een directe intimidatie aan het adres van de individuele kiezer, terwijl de bredere boodschap luidt: Deze presidentsverkiezingen eindigen in een massale slachting als de bevolking niet doet wat de GIA en het FIS eisen, namelijk thuis blijven!

Op 5 september verspreidde de GIA een lijst met vijf punten: het is verboden te gaan stemmen; voor journalisten is het niet toegestaan over de verkiezingen te berichten; buitenlanders mogen niet over de verkiezingen praten of er aan meewerken; de kandidaten zullen worden vermoord; als de verkiezingen toch doorgaan, zullen er vóór de 16de november 500 bommen ontploffen.

Maar voorlopig lijken al die dreigementen en waarschuwingen weinig uit te halen. Ook vandaag, op “J-Trois”, ofwel drie dagen voor de verkiezingsdag, is het druk in de stad en op de wegen. Het leven in Algiers gaat ook vandaag ogenschijnlijk zijn gewone gang. Al wordt de bevolking nu al maanden door de GIA ingepeperd dat zij een week voor de verkiezingen maar beter niet meer op straat kan komen en voedsel kmoet hamsteren. Ondanks het feit dat deze verkiezingen plaatshebben in een sfeer die grimmig is en gespannen verwachten de meeste waarnemers, ook in Algerije zelf, een hoge opkomst. In Westerse diplomatieke kringen verwacht men zelfs een grotere deelname dan in 1991. Toen heeft zo'n 58 procent van de kiezers zijn stem uitgebracht. Bij de overheidscommissie die toeziet op het verloop van de verkiezingen, zijn tot nog toe weinig onregelmatigheden gemeld en ook de waarnemers van de Europese Unie en de UNO laten zich positief uit over de voorbereiding van de verkiezingen. En alles in acht genomen lijken deze verkiezingen vrij eerlijk te verlopen. Al gaat er in Algerije geen dag voorbij of er is ergens in het land weer een militant vermoord bij het affiches plakken. En in de laatste weken is de inflatie op de nieuwswaarde van politieke moorden verder opgelopen. Het spreekt vanzelf dat een paar bomaanslagen voor een ware paniek kunnen zorgen en de stembusgang alsnog behoorlijk kunnen verstoren. Voorlopig blijft alles rustig. Te rustig zeggen sommigen.

En ook de overheid is er niet gerust op. Het Algerijnse ministerie van binnenlandse zaken heeft gisteren een reeks veiligheidsmaatregelen bekendgemaakt. De scholen blijven dicht tot na de verkiezingen. De wekelijkse openbare markten en grote sportmanifestaties zijn verboden en het openbaar vervoer en het zware transport over de weg worden aan banden gelegd. Over heel het land worden de controles verscherpt. Maar volgens de veiligheidsdiensten van de Westerse ambassades bieden ook deze maatregelen niet veel zekerheid. “Veel vertoon, dat is het wel, maar of het met de typisch Algerijnse aanpak allemaal veel uithaalt blijft de vraag” aldus een officier van de speciale anti-terreurbrigade die verantwoordelijk is voor de veiligheid van Westerse diplomaten. Volgens Westerse veiligheidsdiensten in Algiers kan de GIA een terreurcampagne maximaal twee à drie weken volhouden. “Dat er tot nog toe niet echt sprake is van terreuraanslagen wil niet zeggen dat de GIA uitgeschakeld is. Het zou zeer naïef zijn te verwachten dat het bij die ene aanslag op de dag van de opening van de verkiezingscampagne, nu drie weken geleden, zal blijven. Ook de verscherpte veiligheidsmaatregelen zullen niet eeuwig van kracht zijn en terreur zaaien kan ook na de verkiezingen,” aldus een Westers terrorisme-expert.

Voor nogal wat Algerijnen liggen de zaken niet zo simpel. Abdellatif bijvoorbeeld heeft zo zijn eigen idee over het politieke geweld. Hij bekijkt vol misprijzen de krantekop uit de el-Watan van zondag 5 november die ik hem voor houd: “Je hebt de terreur van de GIA en de staatsterreur. Het FIS zou het nooit in zijn hoofd halen Mubarak Mahoui, de secretaris van het FFS, te vermoorden. Het FSS roept namelijk net als wij de mensen op deze nepverkiezingen te boycotten.” Wie dan wel achter die moord zat wil hij niet kwijt. “Al dat geweld speelt vooral in de kaart van zij die hier al jaren aan de touwtjes trekken” zucht hij. Het klinkt niet erg hoopvol.

Buitengekomen merk ik een nieuwe affiche op: “Moi, j'ai confiance en mon président Liamine Zéroual.”