Weinig computer- en videokunst op kunstbeurs in Keulen

Manifestatie: Art Cologne. Messegelände, Rheinhallen in Keulen. T/m 19 nov. Ma t/m vr 12-20 uur, za en zo 11-20 uur. Catalogus 15 DM. Toegang: 20 DM; Avondkaart 10 DM.

De Japanse galerie Ham heeft dit jaar de brutaalste stand van de Art Cologne. Niet omdat ze iets nieuws brengt, maar juist omdat ze precies hetzelfde laat zien als vorig jaar: schilderijen van Sumi Maro waarop een meisje in een matrozenjakje de hoofdrol speelt. Op de beurs overvalt de bezoeker vaker een gevoel van déjà vu. Baselitz, Picasso en Gunther Uecker worden als vanouds door een groot aantal galeries gebracht en het duurste schilderij is net als vorig jaar een compositie van Mondriaan uit 1927 (zes miljoen Mark). Ook de klachten over de beurs zijn voor een deel hetzelfde, maar ze zijn wel heftiger dan ooit tevoren. Op de persconferentie voorafgaande aan de opening stelden niet de journalisten, maar ontevreden galeriehouders de vragen aan de organisator van de beurs, het Bundesverband Deutscher Galerien. Annely Juda en Rudolf Zwirner beklaagden zich over de verlenging van de beurs met twee dagen, zodat de beurs nu negen dagen duurt. Het Verband hoopt met het extra weekeinde nog meer bezoekers te trekken dan de 70.000 van vorig jaar, maar de galeristen verwachten dat de verlenging hen teveel tijd en geld kost. Bovendien valt de beurs nu samen met belangrijke veilingen voor moderne kunst in New York, waardoor grote verzamelaars waarschijnlijk niet naar Keulen zullen komen.

De grootste klacht betrof als altijd de omvang van de beurs. De grootste kunstbeurs ter wereld is dit jaar met 349 galeries uit 22 landen (waaronder 15 uit Nederland) weer iets gegroeid, en nog moesten meer dan honderd aanvragen worden afgewezen. Gerenommeerde galeriehouders als Juda en Teutloff vinden dat het peil van de beurs door de uitbreiding omlaag gaat. Maar verkleinen van de beurs is moeilijk omdat het verband verplicht is in ieder geval de belangrijke Duitse galeries toe te laten. En wie bepaalt in de kunst wat belangrijk is? Kwaliteit is een schimmig criterium. De Duitse galerie Redies, een van de galeries die al jaren geweigerd wordt, is naar de rechter gestapt en kreeg een schadevergoeding van 45.000 mark toegewezen wegens gederfde inkomsten.

De organisatie zoekt nu een uitweg uit de impasse door op de beurs een groot publieksonderzoek te houden. Het is echter de vraag of de uitkomst daarvan voor de galeries bevredigend is. Want kijkers zijn lang niet altijd kopers. De eerste verdieping van de Rheinhallen is traditioneel gereserveerd voor de klassiek modernen. Hier wemelt het van de Picasso's, de Noldes en de Yves Kleins. Vaak gaat het daarbij echter niet om werk waarmee de kunstenaar beroemd is geworden, maar om jeugdwerk of werk in een ander medium. Van Constantin Brancusi zijn bijvoorbeeld geen beelden te koop, maar foto's van beelden en van Giacometti zijn de krabbels ingelijst die hij met balpen of potlood in boeken en kranten maakte. Sommige galeries concentreren zich liever op vergeten kunstenaars die wel in een klassiek geworden idioom werkten. Er komen nogal wat onbekende Russische suprematisten en constructivisten boven tafel. Galerie Lachmann wijdt zijn stand bijna geheel aan de collages en reliëfs van Pjotr Galadschew (1900-1971). Ook de paar galeries uit Oost-Europa die meedoen, richten zich op de jaren twintig en dertig.

De mooiste klassieke presentatie is vreemd genoeg niet op de bovenverdieping te vinden, maar in hal 5, die is gereserveerd voor jonge kunst. De Zwitserse galerie Art + Public presenteert daar een magistrale wand Fontana's. Even denk je met een perfecte imitatie van doen te hebben - dezelfde galerie vertegenwoordigt Sylvie Fleury, die elders op de beurs een pluizige Mondriaan exposeert, maar nee, het zijn echte Fontana's, zelfs die overdonderend frisse roze stamt uit 1967.

Hal 5 is rustiger dan vorig jaar, toen veel jonge galeries voor het eerst aan de beurs deelnamen en verrassend uit de hoek wilden komen. Dat is de verkoop kennelijk niet ten goede gekomen. Er zijn nu nog maar twee performances en de computer blijft uit. De meeste galeries hebben voorzichtig een of twee werken van een groot aantal kunstenaars opgehangen. Dat maakt van veel stands een ratjetoe, maar er zijn ook veel ontdekkkingen te doen, waarbij de ministockruimtes niet overgeslagen moeten worden. In die van de Brusselse galerie Lelong hangen bijvoorbeeld drie grappige, geheimzinnige foto's van Thomas Demand, die alledaagse voorwerpen en levensmiddelen nabouwt van zacht gekleurd karton. De meeste Nederlandse galeries die geplaatst zijn in hal 5 (onder meer Bloom, Lumen Travo, Ardi Poels en Snoei) brengen eveneens groepspresentaties. Galerie Akinci zorgt met twee aangeklede videowerken van Pipilotti Rist, plat geslagen kleikopjes van Christina Assmann en gesluierde schilderijen van Suzan Drummen voor een aantrekkelijke stand. De Nederlandse galeries brengen steeds meer werk van niet-Nederlandse kunstenaars. Omgekeerd zijn er dit jaar veel Nederlandse kunstenaars bij buitenlandse galeries te zien: Rineke Dijkstra, Liza May Post, Philip Akkerman en Inez van Lamsweerde zijn het prominenst aanwezig.

Trends zijn in de veelheid moeilijk te ontwaren, al zijn er wel erg veel architectuurfoto's uit de Bernd en Hilla Becher-school. Daarnaast blijft het menselijk lichaam een belangrijke rol spelen. Alba d'Urbano naaide een kostuum van haar eigen lichaam, Lise Duclaux fotografeert intieme momenten als het goed leggen van een maandverband, en Maria Kozic schildert alleen maar borsten. Ook het mannelijk geslachtsdeel is volop aanwezig, met als hoogtepunt de pop van Dinos en Jake Chapman die een penis als neus heeft en een anus als mond. Maar er is ook een fijn rood tekeningetje van een balzak van Giorgo Sadotti.

Een nadeel voor de beurs is dat veel jonge kunstenaars geen kunst meer maken die zich makkelijk in een stand van een paar vierkante meter laat presenteren; hun werk is aan een bepaalde omgeving gebonden, verandert tijdens de expositie van vorm en inhoud en heeft vaak veel uitleg nodig, die op een beurs niet zo gemakkelijk te geven is. Misschien dat er daarom ook zo weinig videokunst is; bezoekers brengen waarschijnlijk het geduld niet op om langer dan een paar seconden voor een televisiescherm stil te staan. Ook interactieve kunst ontbreekt vrijwel geheel. Op de stand van televisiezender WDR kan men wel een speciale Internetsite raadplegen, maar die levert weinig meer op dan berichten als 'Hi Dirk, leuk dat je er ook bent'. De e-mail aan de Keulse Internetperformancegroep bestaat vooralsnog alleen uit tests.

Het Förderprogramm, waarin 28 jonge kunstenaar een eigen, niet commerciële stand hebben, geeft een ander beeld dan de galeries in hal 5. Daar is wel veel video te zien, evenals een groot aantal installaties. Voor het Förderprogramm zijn ditmaal vier Nederlandse kunstenaars uitgekozen (Aernout Mik, Joep van Lieshout, Sandra Derks en Cor Dera). De Amerikaanse/Zweedse kunstenaar Clay Ketter presenteert een keukenkast als een schilderij en laat daarmee zien wat veel kunstenaars beweegt: na Duchamp en Warhol zijn ze eraan gewend in alles kunst te zien. 'Perhaps the primary purpose of the artist is not to make art, but to recognize it as already consummated in the world around him,' schrijft Ketter in een brochure. Om zichzelf even later, terecht, tegen te spreken. 'To conceive an idea which does not have a manifestation in the material world, would be a justification for the making of art.' Maar beide uitspraken lijken geschikt om het werk van bijvoorbeeld Joep van Lieshout mee te karakteriseren, die van fel gekleurde kunststof toiletten, wasbakken en mobile homes maakt (galerie Fons Welters). Of dat van Cor Dera, die kleine, nog veel feller gekleurde foto's van vogels en andere dieren presenteert en laat zien hoe duizelingwekkend veelvormig de wereld is (galerie Torch). Onder het motto 'Art is dead, long live nature' toont Dera waartoe die vermaledijde kunst telkens weer in staat is. Dat is, zeker na een bezoek aan de hallen 1,2,3 een verademing. De kunst die daar de moeite waard is, verzuipt in een overdosis loze abstractie en ludieke sculptuur. Hier is de beurs inderdaad een ordinaire supermarkt geworden.